Kunst wordt uit openbare ruimte verbannen

Anton de Wit

Op het plein van mijn middelbare school verscheen eens een paal. Het was een groot, betonnen gevaarte – wij scholieren vermoedden dat het een heipaal was die na de recente aanbouw van een noodgebouwtje was blijven slingeren. Al snel rekenden wij de kolos tot het interieur van de school. Je kon er prima op zitten in de pauze, boterhammetje in de ene, sigaretje in de andere hand. Het ding nodigde ook uit om er allerlei voor een puber vitale informatie in te kerven of op te kladden, zoals de naam van je favoriete rockband, of onsubtiele opmerkingen over leuke meisjes of minder leuke leraren.

Groot was onze verbazing toen wij ontdekten dat de heipaal een kunstwerk was. Een kunstwerk waar de school bovendien een bedrag voor had neergeteld dat ik met mijn krantenwijkje in vijf jaar niet bij elkaar gefietst kreeg. Wij uitten de proto-reactie op zoveel ton quasi-artistieke onnozelheid: konden ze hun geld niet beter besteden? Aan een frisdrankautomaat in de kantine bijvoorbeeld, of meer fietsenstallingen?

Noem het Nederlandse nuchterheid – of wat minder vriendelijk geformuleerd: onze culturele boersheid – maar verreweg de meeste discussie die kunst losmaakt in ons land, heeft zo ongeveer die strekking. Klachten over, zeg, een reusachtige kabouter die een soort dildo vasthoudt, gaan amper over de inhoud en betekenis (of het gebrek daaraan) van zo’n kunstwerk in de openbare ruimte, maar veeleer over de som geld die, in dit geval, de gemeente Rotterdam ervoor heeft betaald. Maar ook kunstenaars zelf dragen bij aan dit klimaat: onlangs sprak een groep van maar liefst 373 kunstenaars zich in een open brief uit tegen voorgenomen wijzigingen in het subsidiebeleid van kunstfondsen. Ook kunstenaars hebben het klaarblijkelijk liever over de centen dan over waar het echt om gaat.

Wij zijn ongemerkt veranderd in het land met de meest verregaande culturele laïcité ter wereld. Om het geheugen op te frissen: laïcité is het Franse model om religie radicaal uit het publieke domein te weren. Geloven doe je maar ’s zondags in de kerk, is de achterliggende gedachte, maar val er vooral een ander niet mee lastig. In de culturele variant: kunst is prima, op zondag in het museum. Het is niet toevallig dat juist populistische politici enerzijds dwepen met de Franse laïcité als het gaat om religie – denk aan Wilders’ verbeten strijd tegen de islam – en anderzijds olie op het vuur gooien van de genoemde boerse proto-reactie op kunst – denk wederom aan Wilders die aangifte deed tegen een kunstwerk dat hij als bedreiging aan zijn adres opvatte. Zowel religie als kunst worden zo langzaam uit de openbare ruimte verbannen; het is de zogenaamd neutrale staat die hun positie en beperkingen denkt te kunnen bepalen.

Het wezen van beide wordt daarmee miskend. Kunst noch religie zijn namelijk strikt private aangelegenheden – al zijn er ook kunstenaars en gelovigen die dat denken. Want zowel kunst als religie brengen, als het goed is, een nieuw perspectief in de werkelijkheid: een perspectief van hier voorbij, van iets wat groter is dan het individu, van iets wat bindt én scheidt. Kunst noch religie kunnen zich daarom voegen naar de onmogelijke eis van neutraliteit. Tenzij zij als die heipaal willen worden. Inspiratieloos en log. Een argeloos beklad onderdeel van ons interieur.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden