Kunst was altijd een gevecht tussen werkelijkheid en illusie

Het is moeilijk om de conceptuele kunst die Ger van Elk maakte te duiden. Dat vond hij zelf trouwens ook. Op het moment dat hij iets maakte, wist hij eigenlijk nooit of het wel kunst was, bekende hij een paar jaar geleden op de televisie. Vaak zag hij zelf ook pas achteraf wat de inhoud was van een bepaald werk. "Dan dacht ik wel eens: hoe had ik het lef om dat te maken?"

En lef had Ger van Elk, die zondag op 73-jarige leeftijd overleed. Hij mocht de kunstwereld graag provoceren, streed zijn hele leven tegen subsidieregelingen voor kunstenaars en had lak aan het publiek. "Ik ben van nature recalcitrant", zei hij zelf. En dat weerspiegelt zich ook in zijn werk, waarin hij vaak op ironische wijze commentaar geeft op het werk van collega-kunstenaars en op de kunstgeschiedenis. Daar wist hij alles van, want hij studeerde het vak in Los Angeles (1961-1963) en in Groningen (1965-1966). Hij was docent aan Ateliers '63 in Haarlem en aan de École des Beaux-Arts in Parijs.

Van Elk laat een divers oeuvre na: hij maakte sculpturen, films en installaties en bewerkte en beschilderde foto's. Als een rode draad door zijn werk loopt zijn fascinatie voor het kunstmatige van afbeeldingen, of dat nu schilderijen of foto's zijn. Ook de horizon was een belangrijk thema in zijn werk.

Hij hing bijvoorbeeld een schilderij van een bloemstilleven naast een foto van diezelfde bloemen, met de boodschap: het is allebei nep, ook al lijkt de foto een afbeelding van de werkelijkheid. Kunst was voor hem een gevecht tussen werkelijkheid en illusie.

Dat foto's niet de werkelijkheid laten zien, realiseerde hij zich als 12-jarige jongen al, toen hij in de secretaire van zijn moeder foto's vond waar zijn vader van af was geknipt. Het besef dat niets is wat het lijkt, zou een belangrijk thema in zijn werk worden. Zijn weggeknipte vader duikt ook heel concreet op in de serie 'The missing persons' van groepsportretten waarin mensen verdwenen zijn.

Van Elk woonde een aantal jaren in Los Angeles. In 1959 ging hij er voor het eerst naar toe, met dertig dollar op zak. Zijn vader werkte destijds in Hollywood. Hij leerde er film- en diabeelden te bewerken. Maar hij ontdekte er ook dat kunst heel goed zonder subsidieregelingen kan gedijen. Wat hem aan Nederland stoorde, zei hij in 1980 in Vrij Nederland, was dat het 'zo'n pedagogenvereniging' is. Van te veel overheidsbemoeienis met kunst moest hij niets hebben. Dat leidde maar tot uitholling van de kwaliteit. Een tegendraads geluid, zeker in die tijd. Van 1956 tot 1987 konden kunstenaars in Nederland in ruil voor hun werk een inkomen krijgen. Van Elk maakte nooit gebruik van deze Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) en was ook geen lid van de beroepsvereniging BBK. De contraprestatie was volgens hem het absolute dieptepunt in de Nederlandse kunst, zei hij twee jaar geleden in Het Parool. "Daar heb ik altijd tegen gestreden. Maar nu is er een institutionelere versie, dat is de subsidiewereld. Ook dat draagt een automatisme in zich, ook daar is een gevaar. Je krijgt toch maar steeds meer van die sacrosancte mooie heiligeninstituten. En dat is niet de realiteit. Een kunstenaar valt tien jaar in de belangstelling en dan weer tien jaar niet. Als je goed bent, overkomt je dat; als je slechts bent niet, want dan maak je nog steeds dezelfde prut."

Toen hij in de jaren zeventig op zoek was naar een atelier in Amsterdam, kreeg hij op het stadhuis te horen dat dat niet kon, omdat hij geen gebruik maakte van de BKR en niet aangesloten was bij de BBK. "Want hoe wilt u dan bewijzen dat u kunstenaar bent?"

Van Elk besloot daarop dan maar bij hem thuis in de keuken te gaan werken. Hij heeft altijd kunnen leven van zijn werk, al heeft hij daar hard voor moeten werken. Al jaren geldt hij als één van de meest succesvolle conceptuele kunstenaars van Nederland. In zijn kunst was het idee erachter, het concept, altijd belangrijker dan de uitvoering ervan. Eén van zijn bekendste werken is 'La Pièce', dat vier jaar geleden door Museum Kröller-Müller in Otterlo werd aangekocht voor 175.000 euro. Bij de buitenwereld riep dat vragen op: zoveel geld voor een klein witgeverfd blokje hout op een rood fluwelen kussen? Volgens het museum is La Pièce één van de beroemdste werken van conceptuele kunst. Van Elk maakte het voor de tentoonstelling 'Sonsbeek buiten de perken' in 1971, waar Nederland voor het eerst kennis maakte met conceptuele kunst en landart. Van Elk wilde met dit blokje hout commentaar geven op de megalomane werken die Richard Serra toen maakte en het streven van kunstenaars naar perfecte schoonheid. Hij stapte op een vrachtschip en reisde naar de schoonste en meest stofvrije plek van de oceaan - hij had uitgezocht dat die zich ten westen van IJsland bevond. Daar aangekomen verfde hij een klein blokje hout wit. Als 'pure radicaliteit' bestempelde hij dit kunstwerkje. Hij wilde er vooral zijn kunstvrienden mee provoceren. Het oordeel van het publiek liet hem onverschillig.

Die recalcitrante houding heeft hij altijd uitgedragen. Het zal mij worst wezen of ik de komende tien jaar exposeer, zei hij twee jaar geleden nog. "Je vrijheid is kwaliteit."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden