Kunst voor Den Haag en de Hagenezen

"Kunst kan veel meer voor een stad betekenen dan als broche voor een lelijke plek dienen" , zegt Lily van Ginneken, directeur van de stichting Stroom/Haags centrum voor beeldende kunst.

Sinds haar oprichting in 1989, zette Stroom in Den Haag een aantal bijzondere projecten op met betrekking tot kunst in de openbare ruimte. Met het symposium 'de rol van de opdrachtgever' presenteert de stichting zich vandaag en morgen nationaal: een evaluatie van de projecten tot nu toe.

Tussen een beeld op een sokkel, fietsbellen met kikkergekwaak en de duinkom die de Amerikaanse kunstenaar James Turrell mogelijk in de omgeving van Den Haag zal realiseren, gapen verschillende ideeenwerelden. De overeenkomst is dat alle drie kunstwerken in opdracht van Stroom ontstonden en in betrekking staan tot Den Haag en haar bewoners.

Over de rol van kunst in de openbare ruimte wordt al jaren gediscussieerd. Moet het experimenteel, met inspraak van de buurt, naar wens van de opdrachtgever of juist met alle vrijheid voor de kunstenaar? Stroom/Haags centrum voor beeldende kunst, een stichting die gemeente-activiteiten op kunstgebied opzet en begeleidt, kreeg bij haar oprichting de opdracht een nieuw beleid voor Den Haag te ontwikkelen ten aanzien van kunst in de openbare ruimte. Na ruim twee jaar overleg en projecten liggen nu heel wat aanzetten voor zo'n nieuw beleid op tafel.

Volgens directeur Van Ginneken verhoudt 'een nieuwe generatie kunstenaars' zich heel anders tegenover kunst in de openbare ruimte dan die voor hen. "De generatie hiervoor, die kunst in opdracht maakte, was gefixeerd op het kunstwerk zelf. Voor hen moest een plek geschikt zijn voor de kunst en de kunst voor de plek. Dan vallen veel plekken af en veel kunstwerken ook. Voor de nieuwe generatie kunstenaars is de hele stad potentieel werkterrein. Zij zijn wezenlijk geinteresseerd in de stad, haar geschiedenis en haar bewoners. Voor hen is een stad niet alleen een visueel gegeven maar ook een sociologisch gebeuren, waar zij zich mee engageren."

Twee projecten

Het verschil komt duidelijk naar voren in twee projecten die Stroom initieerde. Van Ginneken: "Voor 'De Kern Gezond', een deel van het centrum dat nu gerenoveerd wordt, trokken we Peter Struycken aan als supervisor voor de hier te realiseren kunst. Dat plaatste de kunstenaar Struyken, de beste in Nederland op het gebied van kunst in de openbare ruimte, in de positie van opdrachtgever."

"Struycken vond geen enkele plek in het centrum geschikt om een opdracht voor te verstrekken en bedacht liever een plan waarmee hij zelf geschikte plekken creeerde. Zijn Sokkelplan bestaat uit veertig sokkels, ontworpen door de keramist Geert Lap, die permanent langs de Grote Marktstraat en het Spui komen te staan. Over elke sokkel komt een stalen huls met een beeld, dat door een aantal geselecteerde kunstenaars (onder anderen Auke de Vries, Carel Visser, Joost van den Toorn, Marc Ruygrok en Sonja Oudendijk) speciaal voor deze plek vervaardigd is: een moderne variant op de klassieke beeldenrij. En flexibel, want dat had Stroom als eis gesteld; wanneer een beeld niet meer voldoet of kapotgaat, bestaat nu de mogelijkheid het vrij eenvoudig weg te halen."

Dit jaar nog worden twaalf van de sokkels-met-beelden tijdelijk op de Dagelijkse Groenmarkt geplaatst.

"In het Sokkelplan bepaalt Peter Struycken de maat en de plaats van de beelden," zegt Van Ginneken. "Als tegenhanger dient het project De Campagne, dat in 1991 is begonnen. Hierin kregen de kunstenaars juist alle vrijheid; zelfs het budget lag niet vast. De rol van de opdrachtgever bestond hier uit het selecteren van twaalf kunstenaars, die zelf een plek in de stad mochten kiezen waar ze iets wilden realiseren."

De resultaten waren zeer uiteenlopend. Philip van Isacker plaatste een tafel met de woorden 'bescherming' en 'leegte' voor het moderne flatcomplex 'De lamel' van de Italiaanse architect Aldo Rossi, als een straatmeubel om bij stil te staan in een buurt die door sloop en nieuwbouw continu aan verandering onderhevig is. De Amerikaanse Andrea Blum plaatste een lichtblauw, betonnen bankje op vijf punten in de stad waar oud- en nieuwbouw elkaar ontmoeten. De voorbijganger die op zo'n bank plaatsneemt, kijkt vooruit naar de oude stad maar kan in een boven de bank gemonteerde spiegel ook de oprukkende nieuwbouw zien en traceren op de plattegrond aan de achterkant.

Helemaal niet aan een plek gebonden is het idee van John Knight voor fietsbellen met kikkergekwaak, waarop een ooievaar (het wapen van Den Haag) staat: komend jaar door iedere Hagenees te ruilen voor zijn oude bel, die naar Cuba wordt verstuurd. Uitleg over de sociale en politieke betekenissen komt ondermeer op de Haagse stadsbussen te staan.

Een groter contrast met het sokkelproject is niet denkbaar. Volgens Van Ginneken is een project als dit zeker kunst in de openbare ruimte; het mag grappig zijn, maar betreft direct de bewoners van Den Haag en problemen als het verkeer en de vervuiling. Van Ginneken: "De Campagne is geen dogma. Het is bedoeld als tijdelijk project en als studie bij het ontwikkelen van een beleid."

Begeleiding

Het project werd daarom ook nadrukkelijk in de wijken begeleid. "We waren wel met de gemeente overeengekomen dat de keuze voor de projecten en de kunstenaars niet op een democratische manier tot stand hoefde te komen, maar het is wel heel belangrijk dat mensen er iets over weten," vindt Van Ginneken.

De Rotterdamse kunstenaar Q. S. Serafijn schreef daarom bij elk project een poetische brief, die alle buurtbewoners in de bus kregen. In sommige wijken werd die ook in het Arabisch en het Turks verspreid. Medewerkers van Stroom gingen na hoe de mensen het vonden. "Vooral de begeleidende informatie werkt goed. Wanneer de mensen op deze manier worden geinformeerd, blijken ze behoorlijk tolerant. Vaak zijn ze blij dat hun buurt op deze manier aandacht krijgt."

Een belangrijke voorwaarde om op deze manier te kunnen werken, was dat de gemeente instemde met het voorstel de een-procentsregeling voor Den Haag te veranderen. Volgens deze regeling kan een procent van de bouwsom van nieuwbouw aan kunst worden besteed. "In de praktijk is dat per gebouw net genoeg voor een tegeltableautje," zegt Van Ginneken. "Als je al het geld bundelt, dat via deze regeling uit de stadsvernieuwing komt, kun je er veel flexibeler mee omgaan."

Hemelkoepel

Volgens Van Ginneken ontstaat de ideale opdrachtsituatie door de manier van benaderen: met volledige openheid. Zo hoopt ze dat het duinproject van James Turrell in de Scheveningse duinen komt: een kom waar de betreder van onderaf inloopt en van waar uit een stuk van de hemelkoepel als een natuurlijk kunstwerk zichtbaar is.

In dit geval luidde de opdracht van de International Federation of Landscape Architecture om een kunstwerk te scheppen dat in relatie stond tot landschapsarchitectuur. Turrell werd benaderd vanwege een vergelijkbaar project dat hij uitvoert in de rotswoestijn van Arizona.

"Tegelijkertijd stonden drie politiebureaus weer op de een-procentsregeling en wilden een kunstwerk dat speciaal voor hun gebouw gemaakt was," zegt Van Ginneken, "een ouderwetse opdrachtsituatie. Stroom publiceerde een oproep voor plannen en selecteerde twaalf kunstenaars, waar de bureaus uit konden kiezen. En wat gebeurde er? Alle drie de bureaus kozen voor de meest experimentele kunst! Ook op het gebied van kunst is veel mogelijk, als je de mensen er maar bij betrekt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden