Kunst van de wederopbouw

Met Andy Warhol en Roy Lichtenstein als aanvoerders is pop-art misschien wel de bekendse stroming uit de beeldende kunst. Minder bekend is dat er naast de Amerikaanse richting ook een Europese tak was. Museum Het Valkhof in Nijmegen wijdt er een tentoonstelling aan.

Volgens Google is het de bekendste albumcover ooit: de hoes van de Beatles-plaat Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band, uit 1967. De fab four worden er omringd door een collage van beroemdheden uit de wereldgeschiedenis. Ontwerper van die hoes is de Engelsman Peter Blake, pionier van de pop-art. Hij maakte in 1967 al meer dan tien jaar kunst met beelden uit reclames, strips en populaire cultuur.

Toch krijg je, als je 'pop-art' intikt bij de zoekmachine, vooral soepblikken en uitvergrote striptekeningen op je computerscherm. De Amerikaanse pop-artkunst, met ambassadeurs zoals Andy Warhol en Roy Lichtenstein heeft dus al veel meer minutes of fame dan de kunst van dezelfde stroming uit Europa. En dat is onterecht, zoals de tentoonstelling 'Pop Art in Europa' in Museum Het Valkhof in Nijmegen overtuigend laat zien.

Vreemd genoeg waren Nederlandse musea nauwelijks geïnteresseerd in pop-art, veel van de bruiklenen komen daarom uit het buitenland. In Amerika moest men begin jaren zestig trouwens ook weinig hebben van de 'platte' kunst. Ging het in die moderne tijd niet om een steeds verdergaande abstractie, en was die met de drip paintings van Jackson Pollock niet bijna, eindelijk, voltooid? De alledaagse realiteit willen uitbeelden, dat was honderden jaren teruggaan in de tijd, zeiden sommige critici toen.

In Londen had Peter Blake (1932) een nieuwe weg ingeslagen tijdens zijn studie aan het Royal College of Art. Hij maakte collages met beelden uit de media, uit zijn eigen verzameling curiosa: hij was op zoek naar een nieuwe manier om zijn wereld te verbeelden. Na de zware jaren van de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw was het tijd voor een nieuwe start, vonden steeds meer kunstenaars. "We waren jonge mensen die oud waren", zegt een van hen in een film over nog levende kunstenaars, "we moesten opnieuw jong worden".

In 1955 doopte een Britse criticus de nieuwe kunst 'pop-art', vanwege de invloeden uit de populaire cultuur. En al had je wel groepen kunstenaars, in Parijs en Londen, die allemaal wel voor een paar jaar pop-artkunstenaars genoemd kunnen worden, een georganiseerde pop-art-beweging was er nooit.

In Nijmegen zijn de kunstwerken (gemaakt door kunstenaars uit heel Europa) geordend per onderwerp, niet per kunstenaar. Met thema's zoals 'iconen', 'ruimtevaart' en 'politiek' willen de conservatoren duidelijk maken dat er dan misschien geen eensgezinde filosofie is geweest, maar dat er wel overlapping was. Het is door deze indeling lastig al die verschillende, vaak onbekende namen uit elkaar te houden. En de opdringerige vormgeving van de zalen (driehoekige pilaren tussen elk kunstwerk) door Swip Stolk maakt het overzicht er niet beter op. En dan is het ook nog zo dat niet alle topstukken werden uitgeleend - van Blake zien we bijvoorbeeld alleen maar twee werken uit 1963 en 1965, niet die uit 1955. Maar gelukkig zijn er veel verrassingen, en een paar topstukken.

Neem bijvoorbeeld de werken van de Engelsman Derek Boshier (1937). 'England's Glory' uit 1962 hangt in de sectie politiek. De Amerikaanse pop-artkunstenaars hebben altijd alle politieke engagement ontkend, maar dit geweld van Engelse en Amerikaanse vlaggen, onderzeeboten en de tekst 'Engeland verwacht van elke man dat hij zijn plicht doet' dampt van de politieke lading. Ook letterlijk: England's glory was een merk lucifers, een Engels merk natuurlijk, dat hier wordt overgenomen door de VS.

Erbij hangen een paar schilderijen van de Spanjaard Eduardo Arroyo, een karikaturist die vanwege Franco's dictatuur in Parijs woonde. Bijvoorbeeld het potsierlijke 'Vermomming van Benito', uit 1962, waarin Mussolini als bij misdaadfoto's van opzij en van voren poseert in een Napoleonkostuum.

Schilderijen! De Amerikaanse pop-art is vooral zeefdruk en collage, en misschien zo af en toe een schilderij dat eruitziet als een zeefdruk, zoals de soepblikken. Maar de Europese pop-artkunstenaars schilderden. En hoe.

De Nederlander Aphons Freijmuth (Haarlem, 1940) bijvoorbeeld. Op 'Suske en Wiske en de onverbeterlijke jampotsnoeper', uit 1965, ligt de verf dik en stroperig op het doek, de vinger van de vijand van het olijke tweetal steekt overtuigend in de rode kleverigheid. Dus zó kan pop-art ook zijn, denk je steeds weer terwijl je door de tentoonstelling loopt.

Er zijn meer Nederlandse bijdrages. Een aantal schilderijen van de jong overleden Gustave Asselbergs (1938-1967) uit eigen collectie. En natuurlijk een paar vrolijke werken van Woody van Amen (1965), de kunstenaar die begin jaren zestig met de boot van Rotterdam naar New York voer, en bij terugkomst zijn eigen versie van zijn indrukken van de grote stad op het doek verbeeldde. Daarnaast zijn er werken van Rik van Bentum, Reinier Lucassen, Panamarenko, en Wim T. Schippers.

Maar de grootste verrassing komt toch weer uit Engeland.

De 'Bardot van Wimbledon' werd ze genoemd, deze ook al zo jong gestorven Pauline Boty (1938-1966). Ze was actrice en danseres en een prachtige verschijning, maar ze was in de eerste plaats kunstenaar. Ze zat op de afdeling glasschilderkunst van het Royal College of Art, en raakte bevriend met David Hockney, Peter Phillips, Blake en Boshier, die daar ook allemaal studeerden. Ze werd de enige bekende Britse vrouwelijke pop-artkunstenaar.

Op de expositie hangen drie schilderijen van haar, alledrie groot en overweldigend goed geschilderd. In 1963 maakte ze 'My coulouring book', een prachtig collage-achtig schilderij naar de gelijknamige hit van Barbara Streisand uit 1962. 'Dit zijn de armen die hem omarmden en aanraakten...' 'Dit is de kamer waarin ik slaap en loop en huil en me verstop en niemand zie'. 'Kleur het eenzaam alsjeblieft', en 'Dit is de jongen van wie ik afhankelijk ben', 'Kleur hem weg'. Het mannenportret heeft ze zwart-wit gemaakt, naast alle zoete kleurtjes eromheen.

'Pop Art in Europa' laat deze werken eindelijk in Nederland zien, naast dat van andere onbekende kunstenaars. De meesten hebben hun minutes of fame dubbel en dwars verdiend.

'Pop Art in Europa', tot 6 januari 2013 in Museum Het Valkhof in Nijmegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden