Kunst op een laag pitje

De Pruikentijd was arm aan vaderlandse helden - en aan grote schrijvers, bevestigt een nieuwe studie. Hoge idealen waren uit de mode.

De achttiende eeuw staat in de Nederlandse geschiedenis niet bepaald bekend als een tijd van culturele en artistieke hoogtepunten. Integendeel, de Gouden Eeuw is voorbij, we worden geregeerd door een fletse regentenkliek, de kunst staat op een laag pitje. Terwijl om ons heen de Verlichting aanbreekt en de leuke Rococo op het programma staat, zitten wij in wat wel de Pruikentijd genoemd wordt, we teren vooral op de opbrengsten van vorige generaties.

Je kunt wel hopen dat het zojuist verschenen deel 'Worm en donder' over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur van 1700-1800, verandering in het bestaande beeld brengt, maar eigenlijk is dat onredelijk. Tussen de schaarse literaire hoogtepunten uit de achttiende eeuw, Hubert Cornelisz. Poot, Hieronymus van Alphen, Betje Wolff en Aagje Deken, de vroege Bilderdijk, liggen geen onontdekte pareltjes. Dat moeten de schrijvers van dit deel, Inger Leemans en Gert-Jan Johannes ook hebben vastgesteld. Ze hebben ons in elk geval geen leuke (her)ontdekkingen te bieden.

In plaats daarvan schetsen ze een uitgebreid beeld van de cultuur van die tijd, de ideeëngeschiedenis, het 'literaire veld' zoals dat in de achttiende eeuw eigenlijk voor het eerst gevormd wordt. Want dat er geen Grote Schrijvers opstonden, betekent niet dat dit een oninteressante tijd is. Integendeel, er gist van alles, de Verlichtingsgedachte bereikt Nederland, de achttiende-eeuwers ontwikkelen een soort collectieve opvoedingsidealen, gevoel en sentiment als leidraad voor ons handelen breken door en aan het eind van de eeuw kent Nederland onder invloed van de revoluties in het buitenland, Amerika, Frankrijk, ook heuse politieke en ideologische kampen.

'Worm en donder' (de titel verwijst naar het nietige maar in die tijd veelbestudeerde schepsel en het grootse van God afkomstige natuurverschijnsel) behelst dan ook de studie van een hele maatschappij, niet van individuele kunstenaars of culturele hoogtepunten. Zo duurt het tot pagina driehonderd van dit achthonderd pagina's dikke naslagwerk (dat je beter niet achter elkaar kunt uitlezen), tot we even een heus profiel van een afzonderlijk schrijver te lezen krijgen; die eer valt te beurt aan toneelschrijver Balthasar Huydecoper, voor de meeste lezers inmiddels niet meer dan de leverancier van een straatnaam - en ik vrees dat dat na lezing van dit deel niet anders zal zijn.

Overigens, anders dan in vorige delen van deze letterkundige geschiedenis beperken de auteurs zich dit keer tot Noord-Nederland; de Zuidelijke Nederlanden vertonen, onder Habsburgse en Franse invloed, zó'n diametraal ander letterkundig gezicht dat we een eeuwlang niet meer met onze Vlaamse broeders onder één dak kunnen verkeren. Dat deel over de Zuidelijke Nederlanden hebben we dus nog te goed.

Dat de achttiende eeuw in Nederland literair gesproken niet veel grote kunst voortbrengt, ligt ook enigszins in haar aard besloten. De achttiende-eeuwer was op zoek naar de gemeenschapsmens, naar het gewone, het modale en het redelijke, niet naar het uitzonderlijke. Het ging hem niet om hooggestemde, religieuze of metafysische idealen zoals in de tijd voor hem, noch om de expressie van persoonlijke aandoeningen zoals in de eeuw na hem, hij was daarentegen in essentie een realist en een opvoeder. Hij beschouwde de wereld en de praktijken om hem heen en trachtte zijn medeburgers op te voeden tot redelijkheid en zedelijkheid. Daarbij ontdekte hij voor het eerst het kind en de jeugd als doelgroep.

Erg opwindend klinkt dat allemaal niet. Toch heeft die Pruikentijd wel wat weg van onze eigen epoche. Zo zien we naast de opkomst en ondergang van verschijnselen als het hofgedicht (een soort beschaafde wereldvisie van en voor rijke patriciërs langs de Vecht) en van de bekende 'spectatoriale geschriften' (van de om die reden bekend gebleven Justus van Effen) langzaam het verschijnsel Bekende Nederlander in beeld komen. Bekende Nederlanders waren bijvoorbeeld Betje Wolff en Aagje Deken, duo-schrijfsters maar ook een soort openbare verschijningen, die met hun temperament de publiciteit haalden. Zo worden de kittige Betje en de norse Aagje door Jacobus Bellamy getypeerd als 'Bekker is de azijn, Deken de olie, dat maakt samen een goede saus'.

Andere vooruitwijzingen naar onze tijd zijn de anti-islamstemming bij vergeten schrijvers als Pieter Rabus, die de Koran een 'grolboek' noemt en Mohammed een 'onbeschaamde bakkes'. Ook de zorg om het maatschappelijk welzijn van iedereen en wat je zou kunnen noemen de achttiende-eeuws volksverheffing doen aan onze tijd denken.

En al helemaal de strijd tussen orangisten en republikeinen, want die levert verrassend 'verlichte' teksten op, zoals het pornotoneelstuk David en Bathseba waarin Willem V wordt geprezen om zijn libido: "O groote koning die in 't Philisteindsche Land, / In alle kutten hebt uw styve lul geplant." Vroege 'underground'-voorlopers van Lucky tv.

Het is inmiddels wel duidelijk dat de auteurs van dit deel zich niet beperken tot de hogere literatuur maar eigenlijk zo'n beetje alles wat geschreven werd meenemen, van politieke pamfletten tot romans, van porno tot klassiek toneel. En dat nuanceert het beeld van de achttiende eeuw als voedingsbodem voor 'Jantje zag eens pruimen hangen' (Van Alphen) of 'Hoe genoeglyk rolt het leven / Des gerusten Lantmans heen' (Poot) toch aanzienlijk.

Tegelijkertijd houd je het gevoel dat Nederland te midden van landen als Frankrijk (Voltaire, 'Les liaisons dangereuses'), Engeland ('Gulliver's Travels', Lawrence Sterne), Duitsland (Kant, Bach) in een soort culturele quarantaine verkeerde. Er werd weinig groots verricht en misschien wilden we dat ook wel helemaal niet. Nette burgers worden, dat was het ideaal. Nederland was er een braaf achttiende-eeuws eiland mee; 'Worm en donder' verandert weinig aan dat beeld.

Inger Leemans & Gert-Jan Johannes: Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De Republiek. Bert Bakker, Amsterdam; 816 blz. euro 65,00

Er werd weinig groots verricht, en misschien wilden we dat ook helemaal niet

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden