Kunst om te verwonderen

Als beginnend kunstenares maakte Anneke Wilbrink alleen tekeningen, ’gewoon met een balpen langs een liniaal’. Maar toen ze de schilderskwast oppakte, was het een sensatie te ontdekken hoeveel ze met verf kon. „Ik wil een kijkervaring bieden, aan iedereen.”

Soms heeft ze ’zo’n mooi landschap’ geschilderd. Maar op het moment dat ze dat in haar atelier heeft geconstateerd, moet ze er meteen weer met de verfkwast overheen. Want Anneke Wilbrink wil geen landschappen schilderen waarvan ze denkt: daar had je net zo goed een mooie foto van kunnen maken.

Anneke Wilbrink (1973) is zo klein van stuk dat je je meteen afvraagt hoe ze het voor elkaar krijgt om haar immense landschappen op het doek te krijgen. Vaak legt ze haar werk plat op de grond, wat ook nog eens het voordeel heeft dat ze het van diverse kanten kan benaderen en steeds van perspectief kan wisselen. In Museum de Fundatie – Kasteel het Nijenhuis in Heino is nu een overzicht te zien van haar recente werk, waaronder ook enkele nieuwe doeken die ze speciaal voor deze locatie maakte. Zelf had ze aanvankelijk haar twijfels om te exposeren in een kasteel. „Ik dacht eerder aan grote witte zalen, waarin mijn landschappen alle aandacht zouden opeisen. Maar juist door de verrassende combinatie met oude meubels in een historisch interieur komen ze nog meer tot leven.”

Anneke Wilbrink heeft zich in korte tijd ontpopt als een groot schildertalent. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Na haar opleiding aan de Constantijn Huygens Academie in Kampen en een master aan het Frank Mohr Instituut in Groningen, kreeg ze twee keer een startstipendium, gevolgd door een basisstipendium van het Fonds beeldende kunst, vormgeving en bouwkunde. In 2002 werd ze genomineerd voor de Koninklijke prijs voor vrije schilderkunst en in 2004 voor de Prix de Rome. In 2006 ontving ze na weer een nominatie de Koninklijke prijs uit handen van koningin Beatrix.

En dan te bedenken dat ze haar allereerste schilderij pas maakte als afstudeeropdracht in Groningen. Al die jaren daarvoor maakte ze tekeningen. „Gewoon met een balpen langs een liniaal.” Dat had ze zichzelf dwingend opgelegd, niet alleen om de ruimte van dat grote stuk witte papier te onderzoeken, maar ook een beetje uit baldadigheid, vertelt ze. „Ik was lang een erg dwarse puber. Het leek me wel wat om als kunstenaar af te studeren met een balpen. Ik zei ook altijd: ik ben gewoon een printer.” Maar toen ze dan toch eindelijk de schilderskwast had gepakt, was het een sensatie om te ontdekken dat ze met verf veel meer kon zeggen dan met een balpen.

De lijnen die ze jarenlang met de balpen trok, domineren ook haar schilderijen. Van dichtbij roepen het gevarieerde lijnenspel en de kleurvlakken op haar doeken geen herkenbaar beeld op. Ga je een paar passen naar achteren, dan zie je ineens de contouren van een landschap of een stadsgezicht of een combinatie van die twee opduiken in al die lagen die ze over elkaar schildert. Vaag zijn soms nog stukjes te zien van de blauwe lucht die ze aanvankelijk op het doek zette. Dat moet ook altijd van haar, zegt ze, zo’n stukje wolkenlucht om een uitweg te vinden uit al die drukte van lijnen en kleurvlakken.

Je raakt niet uitgekeken op de wonderlijke landschappen van Wilbrink, waarbij je ook nog eens het gevoel krijgt dat je er in kunt stappen, voor zover je er al niet in gezogen wordt. Met haar schilderijen wil ze een kijkervaring bieden, aan iedereen. „Ik maak kunst voor iedereen die kan kijken, het maakt niet uit of je veel of helemaal niets van kunst weet.”

In haar jeugd was ze zelf ook blanco op het gebied van kunst. „Ik ben opgegroeid in Dedemsvaart. Als puber vond ik het zo’n truttige boel daar, en ook zo lelijk. Toen ik op de havo zat in Zwolle ben ik daar in een kraakpand gaan wonen. Daar ontmoette ik voor het eerst een beeldend kunstenaar (Henk Heideveld, nu haar echtgenoot, red.). Hij heeft me gestimuleerd om naar de kunstacademie te gaan. En daar ontdekte ik voor het eerst van mijn leven dat je je ook mag verwonderen, iets wat ik in Dedemsvaart nog nooit had ervaren. Daar was toch vooral het devies: geen gekkigheid, doe maar gewoon.”

Ze was hoogzwanger van haar zoontje Thomas toen ze de Koninklijke prijs voor vrije schilderkunst kreeg. De twee bekroonde schilderijen hangen ook op de expositie in kasteel het Nijenhuis. In het ene kun je een oer-Hollands landschap zien met wolkenluchten, water, wind en zeilschepen. Het doek straalt een enorme dynamiek uit. Het andere roept associaties op met het Laantje van Middelharnis, het beroemde 17de-eeuwse schilderij van Hobbema. Maar Wilbrink plaatst het laantje in een landschap met fragmenten van moderne bouwwerken. Door de dieptewerking krijg je het gevoel via het laantje in die verwarrende wereld gezogen te worden.

Voor inspiratie kijkt ze wel vaker naar de kunstgeschiedenis, van de oude meesters tot de moderne schilderkunst. Ook sciencefiction en filmscènes bieden aanknopingspunten, naast reizen naar grote steden. Maar de kosmische landschappen die ze schildert op basis van al die inspiratiebronnen gaan nooit over specifieke locaties. Je kunt er een stukje Parijs of New York in herkennen, het landschap van Ierland maar ook een schilderij van Vincent van Gogh. Als kijker voel je je voortdurend uitgedaagd om met Anneke Wilbrink mee op ontdekkingstocht te gaan en je te verwonderen over alles wat je onderweg tegenkomt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden