Kunst met vlekken

Kunstveiling 'ONGEKEND' veilt werk van vijftig jonge kunstenaars. Een groot deel van hen is net afgestudeerd. (Trouw)

Ze veilen kunst, maar een veilinghuis noemen ze zich niet. Te pretentieus.

De jonge kunsthistorici Paul van den Biesen en Annelien Kers associëren zich niet graag met de gevestigde veilingwereld. Hun ’hedendaagse kunstveiling’ ONGEKEND – Young Masters @ Auction verkoopt uitsluitend werk van jonge kunstenaars, heeft een huisstijl vol geprefabriceerde koffievlekken en geen vast adres. In een groot leegstaand pand aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade vindt zondag de eerste editie plaats. De kijkdagen beginnen vandaag. Werk van vijftig hedendaagse kunstenaars, waarvan een groot deel net afgestudeerd, zal zonder tussenpersoon en per opbod verkocht worden.

In de lege ruimte wachten Van den Biesen en Kers op de kunstenaars die hun werk komen afleveren. Houten vlonders markeren de plek waar het podium komt. Waar de kunst moet hangen, zijn de kale muren voorlopig vol geprikt met kleine uitgescheurde kopietjes uit de catalogus.

„We willen twee werelden bij elkaar brengen, de jonge kunstenaars en de jonge kunstkopers”, zegt Van den Biesen. In een zijkamertje laat hij een aantal zojuist ontvangen schilderijen zien. Een ervan, een grote tekening van een Maria, is, refererend aan de huisstijl van de veiling, overdekt met koffievlekken. Boven Maria’s hoofd is in roze letters ONGEKEND geschilderd. Van den Biesen: „Een aantal werken is speciaal voor ons gemaakt, echt het nieuwste van het nieuwste dus. Het is uniek dat je het direct van de kunstenaar koopt in plaats van van een particulier, zoals bij traditionele veilinghuizen. De kunstenaars zijn zondag zelf aanwezig om hun werk toe te lichten. Dat maakt het dynamisch, er is contact tussen maker en koper.”

Het idee voor ONGEKEND, vertelt hij, kwam van Annelien Kers: „Op een dag belde ze me op en zei: ’We gaan kunst verkopen’. Ik werkte nog bij Sotheby’s en dacht: ’Dat doe ik al’. Pas toen ze zei ’van de kunstenaars zelf’ besefte ik dat dat een heel slim idee was. Geen enkel veilinghuis richt zich uitsluitend op jonge kunstenaars.”

Net afgestudeerd aan een academie is het moeilijk om je werk aan de man te brengen, vult Kers, zelf afgestudeerd aan de Rotterdamse Willem de Kooning Academie, hem aan. „Je hebt een galerie nodig die je werk vertegenwoordigt, anders ben je onvindbaar voor eventuele kopers. Ik ken zoveel jonge mensen van wie mooi werk in hun atelier staat te verstoffen. Daar wilde ik iets aan doen.”

Het duo, dat elkaar leerde kennen tijdens een master kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, ging in korte tijd alle academies van Nederland af op zoek naar veelbelovende kunstenaars. Aanvankelijk wilden veel van hen eerst de kat uit de boom kijken, inmiddels hebben de twee meer aanmeldingen dan ze kunnen verwerken. Prima, vinden ze, nu kunnen ze kritischer zijn in hun selectie.

Om de deelnemende kunstenaars zoveel mogelijk kans te geven zich te presenteren aan de buitenwereld, werd hun gevraagd drie verschillende werken in te leveren. Het aanbod is divers; sieraden, installaties, schilderijen, foto’s, een theeservies.

Kers houdt zich, samen met twee jonge industriële vormgevers, bezig met het inrichten van de ruimte. Ook dat moet anders dan bij veilinghuizen gewoon is.

De stukken worden niet op waarde gehangen, met het duurste stuk het meest prominent in zicht, maar op samenhang. Er komen geen naambordjes zodat de mensen direct naar het werk zelf kijken. De naam van de kunstenaar kunnen ze vervolgens in de catalogus opzoeken. Kers: „We willen het gevoel geven van een expositie. De kijkdagen bieden eigenlijk een overzichtstentoonstelling van jong talent; het is ook interessant als je niets wilt kopen.”

In een hoek bij het raam staat Chantal de Wolde, dit jaar afgestudeerd aan het Artez Institute of the Arts in Zwolle, op een ladder met een stapel schuimrubber in haar hand. Aan verwarmingsbuizen langs het hoge plafond hangt het begin van haar nieuwe werk: een op de ruimte geïnspireerde installatie van oranje bouwzeil, textiel en schuimrubber.

Het enorme aan het plafond geknoopte werk verkopen is onmogelijk, maar geïnteresseerden kunnen een bedrag bieden waarvoor zij op een andere locatie een nieuwe installatie maakt. Haar prijs vindt ze nog moeilijk te bepalen.

„Dat is een lastig probleem”, knikt van den Biesen. „Welk prijskaartje hang je aan nieuwe kunst als er nog geen ervaring is met eerdere verkopen?”

Van den Biesen en Kers bedachten een simpel systeem om de kopers zelf een startprijs te laten bepalen. Een blaadje met vijf vragen over het kunstwerk die met een plus of een min beantwoord moeten worden. De vragen zijn simpel: ’Hoe groot is de oplage?’ ’Wat is het formaat?’ In een schema onderaan het papier staat het richtbedrag. Geen of één plus betekent een prijs rond de tweehonderdvijftig euro. Met vijf plussen kom je boven de drieduizend uit. Tijdens de kijkdagen staan studenten kunstgeschiedenis klaar om zo nodig toelichting te geven en te helpen bij het beantwoorden van de vragen.

Van den Biesen: „Het is leuk als een startend koperspubliek zelf nieuw werk leert beoordelen. Hier ontmoeten ze hun eigen generatie kunstenaars. Dat kan voor beide partijen waardevol zijn. Kunstenaars kunnen verzamelaars korting geven op hun werk, kopers kunnen mensen in wie ze geïnteresseerd zijn blijven volgen. Wie weet blijken ze over tien jaar een waardevol topstuk in huis te hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden