kunst / Jazz in vijfkwart

De prestigieuze Boy Edgar Prijs gaat naar drummer Pierre Courbois. De jazzpionier componeert liefst in vijfkwartsmaat.

Pierre Courbois (Nijmegen, 1940), de hinkende swinger, speelt het liefst in oneven maten. Ook met brushes, en dat is verdraaid moeilijk. In het ritmisch vegen steekt hij zijn leermeester en kwastenkoning Kenny Clarke naar de kroon. Al vijftig jaar plaatst Courbois de jazzdrums prominent op het podium. Want dienend drummen is voor hem zoiets als blaffen en niet bijten.

„Als je wilt begeleiden, moet je een hond nemen, geen band”, stelt hij resoluut. Met zijn hond zit hij ’s zomers op de waterfiets, op het meer bij zijn tweede woning in Zuid-Frankrijk. Elk jaar neemt hij daar even afstand van het drummen. In een hooischuur naast zijn huis zit hij dan te componeren. Ook daarin onderscheidt Courbois zich van de doorsnee jazzdrummer.

„Dat ik muziek kan schrijven, heb ik te danken aan die vreselijke pianolessen van vroeger”, zegt hij met enige walging in zijn stem. „Als ik thuiskwam van school, dirigeerde mijn moeder mij meteen naar dat rotding. Ze zette nog net geen pistool tegen mijn hoofd. Voordat ik ging drummen, speelde ik banjo in een dixielandband en een beetje gitaar. De ervaring op al die akkoordinstrumenten leerde mij veel over de opbouw en de structuur van composities.”

Voor een drummer zijn Courbois’ composities opvallend melodisch. „Zo drum ik ook. Ik speel met zes trommels in verschillende stemmingen. Daarmee kan ik melodieën niet exact meespelen, maar ik kan ze wel ondersteunen, accentueren en voorbereiden, en belangrijke harmonische wendingen aangeven. Ik ontwikkelde een klein paukpedaal waarmee ik de spanning van het bovenvel, en zo de toonhoogte, kan variëren. Vroeger deed ik dat door met een slangetje lucht de trommels in te blazen. Dan liepen ze vol speeksel – een heel gedoe om dat weer schoon te krijgen.”

Courbois studeert slagwerk aan het muzieklyceum en volgt tegelijkertijd een opleiding tot edelsmid aan de kunstacademie. Dat vak oefent hij nooit uit, maar het maakt hem wel creatief met kunstgrepen voor zijn kit. „Samen met mijn broer bouwde ik speciale pedalen, voor de gong, de pauk en een dubbele voor de basdrum. Met doorzichtig perspex knutselden wij het drumstel in elkaar waarop ik nog steeds speel. Moderne drumkits klinken veel te hard en ik beuk er al zo graag op los.”

Rond zijn eindexamens gaat Courbois naar Parijs, om naar de aankomst van de Tour de France te kijken. Hij belandt in The Blue Note, kruipt meteen achter de drums en tekent een contract als huisdrummer in het clubcombo. „Johnny Griffin kwam langs, Jean-Luc Ponty, Donald Byrd, Stan Getz, Bud Powell, noem maar op. Ik speelde met ze en leerde van ze; natuurlijk vooral van Kenny Clarke.”

Terug in Nederland wint Courbois met zijn kwartet een jazzconcours in Duitsland. „Vibrafonist en multi-instrumentalist Gunter Hampel zat in de jury en vroeg mij voor zijn groep. Daar ging ik steeds meer Nederlanders bij halen: Nedly Elstak, Willem Breuker, Loek Dikker. Op het laatst was Gunter nog de enige Duitser in dat orkest. We speelden over de hele wereld. Onvervalste freejazz!”

Met het Original Dutch Free Jazz Quartet en het Free Music Quartet speelt Courbois de vroegste vormen van vrije improvisatie in ons land. Zijn scherpe oor voor nieuwe mogelijkheden in de jazz leidt voorts tot de oprichting van Association PC, de eerste belangrijke Europese jazzrock- en fusionformatie. Daarmee wint hij de Amerikaanse Down Beat Poll. De platen ’Sun Rotation’ en ’Erna Morena’ (via CNR straks waarschijnlijk op cd te verkrijgen) trekken wereldwijd veel aandacht en beïnvloedden duidelijk het Weather Report-concept.

In de jaren negentig introduceert het Pierre Courbois Quintet jonge jazztalenten zoals Eric Vloeimans en Jasper Blom, en gaat de drummer experimenteren met een dubbelkwintet, zijn eigen kwintet met piano, bas, trompet en trombone, aangevuld met vijf saxen. Daaruit ontwikkelt zich zijn huidige 5/4 Sextet, waarvoor Courbois alle stukken componeert in vijfkwartsmaat.

„De jazz kent zoveel variatie in melodie en harmonie, terwijl iedereen blijft hangen in die vierkwartsmaat, dat missionarissenstandje!”, roept hij lachend. „Spannende seks speel je toch ook niet de hele avond op dezelfde manier? Ik ben dol op de vijfkwart, de meest vrouwelijke maatsoort, zo mysterieus en beweeglijk als het waterteken Vissen van de vijfde planeet Jupiter. Als ik een geslacht moet kiezen voor mijn drumstel, is het een vrouw. Al vallen er rake klappen!”

Tijdens de prijsuitreiking van de belangrijkste jazzprijs van Nederland weet Courbois zich omringd door oude jazzvrienden. Zoals pianisten Polo de Haas (Gong Duo met Courbois op Balinese en Chinese gongs) Loek Dikker (een reconstructie van het oude Waterland Sextet) en Willem Kühne (5/4 Sextet). Het klapstuk is een optreden van het BCDE Slagwerkkwartet, waarin Courbois plaatsneemt naast de andere drummende winnaars van de Boy Edgar Prijs: Han Bennink (toen nog de Wessel Ilcken Prijs), Martin van Duinhoven en John Engels.

Courbois krijgt de prijs uit handen van SP-voorman Jan Marijnissen. „Hij is een erg goede vriend, komt vaak naar mijn concerten en is een echte jazzliefhebber. Het is een hele eer om deze prijs te krijgen, maar het belangrijkste voor mij als drummer is de tournee die eraan verbonden is. Spelen, daar gaat het om. Ik zit nog vol plannen. Eerst nog een serie concerten met het 5/4 Sextet en dan, als ik zeventig word, weer iets vrijers. Er klinkt al zolang geen echte freejazz meer op de podia. Wat ik met het prijsgeld doe? Dat gaat naar mijn muziek. Ik laat er het dak van mijn hooischuur mee opknappen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden