Column

Kunst is niet altijd makkelijk te herkennen

Rob SchoutenBeeld Maartje Geels

Onlangs schilderde een medewerker van Haarlems museum De Hallen over een vlek op de muur van zijn kunsttempel die een kunstwerk bleek te zijn. 

Sinds Duchamps wc-pot is het voor de maagdelijke beschouwer niet altijd makkelijk meer om kunst te herkennen. Een Italiaanse werkster veegde koekkruimels in een museum op, die ook bij kunstwerk bleken te horen. En het beroemde 'My bed' van Tracey Emin - een bed vol condooms, vuile lakens en onderbroeken - werd door een museummedewerker keurig opgemaakt. Het zijn altijd de schoonmakers die het niet snappen.

Maar een gewaarschuwd kunstminnaar telt voor twee. Toen ik bij mij om de hoek, waar zojuist de jaarlijkse Artzuid-tentoonstelling is ingericht, een scheve lantaarnpaal ontwaarde wist ik dan ook onmiddellijk met kunst van doen te hebben. Tot ik diezelfde lantaarnpaal - maar dan recht - overal in die straat zag staan en tot mij doordrong dat er gewoon een auto tegenaan was gereden, wat je natuurlijk ook als een artistieke daad kunt uitleggen. Want conceptuele kunst (door een vriend van mij 'bijsluiterkunst' genoemd) is eindeloos. Verkeerd begrepen kunst is van alle tijden en de miskende kunstenaar is zelfs een icoon.

Verkeerde interpretaties

Slordig luisteren en kijken kan trouwens ook weer nieuwe kunst opleveren en dan heb ik het niet over dubbelzinnige berichten als 'Weg met Oud en Nieuw!' De schrijver J. Bernlef schreef eens dat hij het woord 'epicentrum' altijd als 'episch centrum' hoorde; en zie, ook zo werkt creativiteit. Misschien moet ik de door mij in mijn jonge jaren misverstane tekst 'Tot des Heren lof en prei' ook tot deze categorie rekenen. Sommige verkeerde interpretaties zijn zelfs zozeer ingeburgerd dat je van een nieuwe kunstdimensie kunt spreken. Neem 'De schreeuw' van Edvard Munch, modern oerschilderij: iedereen kent het. Maar negen van de tien mensen (onder wie ik lange tijd) denken dat het figuurtje vóór op het schilderij de schreeuwer is terwijl hij, met de handen op zijn oren, juist voor de schreeuw wegloopt.

Of neem de beroemde woorden 'No woman, no cry' van Bob Marley, waaruit menig man (en ook hier weer tot voor kort ondergetekende) opmaakt dat je maar beter geen vrouw kunt nemen: geen vrouwen, dan ook geen gelamenteer, zoiets; terwijl het lied juist wil zeggen: vrouw, huil alsjeblieft niet. En soms weten we het echt niet. De glimlach van de Mona Lisa... had ze een slecht gebit? Lacht ze ons prefeministisch uit? Helaas, we kunnen het Leonardo da Vinci niet meer vragen.

Dat geldt niet voor de misschien wel beroemdste poptekst uit de twintigste eeuw, 'The answer my friend, is blowing in the wind' van Bob Dylan. Hij was nog net op tijd om de Nobelprijs-rede uit te spreken maar het raadsel van Blowing in the Wind loste hij daarin helaas niet op.

Betekent het dat de antwoorden overal in de wind zijn of dat de wind ze juist ongrijpbaar voortblaast? Toen hem de vraag naar de betekenis van zijn lied in 1962 werd voorgelegd, zei hij: 'Het enige wat ik erover kan zeggen is: The answer is blowing in the wind.' Ja, zo kan ik het ook. En dat is ook precies waar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden