Kunst is alleen kunst als het een kunstje is

'Kladderaars zijn het' en 'Zo kan mijn zoontje van vijf het ook' zijn geliefde uitspraken als het onderwerp moderne kunst aan de borreltafel ter sprake komt. Kunst, zo is vaak de misvatting, is een kunstje, dat berust op een bepaalde handigheid waar je veel moeite voor moet doen en die bovendien een beroep doet op een heel aparte soort intelligentie. Als kunst te gemakkelijk oogt, dan kan iedereen het en is het dus kennelijk geen kunst meer, proef je uit dergelijke gedachten.

Sinds Karel Appel de legendarische uitspraak 'Ik rotzooi maar wat aan' deed, neemt het lekenpubliek de kunst ook niet meer serieus. Kunst moet bij het maken een zekere moeilijkheidsgraad hebben gepasseerd om acceptabel en volwaardig te zijn. De kunstenaar moet zweten, en liefst als een arme drommel op een krakkemikkig zoldertje met de fles absinth onder handbereik zijn werk verrichten. Dat romantische beeld, sinds de 19e eeuw ontstaan toen beroemd geworden schilders als Van Gogh, Toulouse-Lautrec en Manet er aan voldeden, is een keurmerk voor echte kunst.

Dergelijke gedachten zijn van een onwetend publiek voor lief te nemen, maar het wordt vervelend als kunstenaars zelf dat soort ideeen gaan ventileren. Rien Poortvliet, bij een breed publiek gewaardeerd sinds hij kabouters waarheidsgetrouw heeft afgebeeld, laat in interviews geen kans voorbij gaan om uit te halen naar collega's die er naar zijn smaak niets van kunnen en maar 'wat aan klungelen'. Vroeger zaten volgens Poortvliet dergelijke schilders in de veel versmade Beeldende Kunstenaars Regeling, waar volgens hem niets goeds van is terechtgekomen, maar tegenwoordig moeten ex-BKR-kunstenaars bij de bijstand aankloppen en zijn ze onvrijwillig werkloos. Met Poortvliet gaat het in tegenstelling tot zijn 'aanklungelende' collega's goed: in navolging van zijn collega-volksschilders Anton Pieck en Jopie Huisman krijgt hij binnenkort een museum waar uitsluitend zijn eigen werk komt te hangen.

De populariteit van Poortvliets werk berust voor een groot deel op het feit dat alles zo herkenbaar is. Wie wel eens kabouters heeft gezien, ziet ze bij Poortvliet in levende lijve terug. Inderdaad, het zijn oude, gemoedelijke baasjes die met gepunte mutsjes rondspringen van paddestoel tot paddestoel. Ook zijn andere dieren die hij graag tekent en natuurlijk niet te vergeten de bijbelse figuren die sinds het begin van zijn populariteit in horden door zijn werk wandelen, hebben allemaal die gretig verslonden herkenbaarheid.

Ook Jopie Huisman schildert de werkelijkheid getrouw af. Bij Ivo Niehe, geinterviewd naar aanleiding van de opening van zijn nieuwe museum in het Friese Workum, zei Huisman dat hij op dat punt afweek van de moderne kunst. Hij schildert wat 'de mensen' herkennen, dat zijn in zijn geval dus zaken die uit het dagelijkse leven komen. Huisman gaat in tegenstelling tot Poortvliet niet zo ver dat hij altijd maar aan die smaak van het publiek wil voldoen en is om die reden misschien ook wat minder populair. Het feit blijft echter dat hij zijn werk duidelijk niet tot de moderne kunst rekent, een categorie die in zijn ogen waarschijnlijk een soort vloekwoord is als het om kunst gaat. Ivo Niehe vergat in dit gesprek te vragen wat Huisman onder 'moderne kunst' verstond en liet het verder lopen, zoals hij trouwens altijd kritiekloos, zo niet in staat van aanbidding, interviewt.

Toch was het een interessante vraag geweest, te meer omdat het zeker is dat Huisman er eenvoudig geen antwoord op had kunnen geven. Want wat is moderne kunst? Het begrip is waarschijnlijk ergens aan het einde van de 19e eeuw ontstaan, toen een vastgelopen, sterk academisch gerichte kunst plotseling met een formidabele vernieuwingsbeweging werd geconfronteerd. Ook in de jaren twintig, toen de abstracte kunst opkwam, wordt in kunstkritieken het begrip 'modern' gebruikt, een teken dat de kunst van dat moment een bepaalde plaats in de kunstbeschouwing ging innemen die haar onderscheidde van wat toen kunst uit het verleden was. In de jaren vijftig, toen de Cobra-schilders luidkeels van zich lieten horen, werd het begrip 'modern' gebruikt ter onderscheiding van het toen heersende realisme. Wat Huisman dit weekeinde beweerde, komt daar in feite ook op neer: moderne kunst is wat anders dan die kunst die op grond van de waarneming is gemaakt. Maar de tijd dat Appel de verf in een wilde bui tegen het doek smakte, is inmiddels al voorbij - hij schildert zelf ook minder gestueus en waarschijnlijk bedaarder - en de moderne kunst heet dan ook niet meer zo. Je kunt hooguit spreken van hedendaagse kunst, kunst die hedentendage wordt gemaakt, en onder dat begrip valt zo'n beetje alles wat zich onderscheidt van wat in het verleden is gemaakt. Huisman noch Poortvliet doen dat. Ze baseren zich integendeel op een al langer bestaande beeldtaal die het publiek nu eenmaal goed begrijpt.

Hedendaagse kunst is per definitie niet zo snel begrijpbaar, maar niet omdat je als kijker een nietherkenbaar beeld voor ogen krijgt. Er is in het zeer brede spectrum van de hedendaagse kunst genoeg kunst die direct herkenbaar is, maar waar toch enige moeite voor nodig is om het te begrijpen. J.C.J. van der Heijden bijvoorbeeld maakt schilderijen die op het oog zeer herkenbare zaken bevatten, maar waarbij de betekenis niet altijd gemakkelijk te vinden is. Collega's als Ger van Elk, Jan Dibbets, Jan Roeland, Co Westerik en Rob Scholte, om enkele prominente kunstenaars van dit moment te noemen, maken allemaal herkenbare voorstellingen die zo zijn te benoemen, maar waarvan de bedoeling en de betekenis toch niet een twee drie te achterhalen is. Ze klungelen noch kladderen, verstaan het ambacht van schilderen en toch maken ze geen van allen kunstjes. Kunst heeft, of het oud of eigentijds is, te maken met ideeenrijkdom en de wijze waarop die in beeld wordt omgezet. Een vijfjarige kleuter bezit niet de ideeenrijkdom van een Van Elk of Scholte, dat is een kwestie van levenservaring, en daarom zal 'mijn kleine zoontje' nimmer een Appel maken, zelfs niet kunnen namaken.

Die ideeenrijkdom biedt de kijker ook een intellectuele uitdaging, werkt prikkelend en houdt de blik gevangen. Daarom zie ik liever Van Elk dan Huisman en zie ik liever een museum gevuld met Appels dan met Poortvliets.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden