Kunst in mineur door kredietcrisis

De financiële crisis treft ook de kunstsector. Vooral de prijzen van hedendaagse kunst staan onder druk. Bovendien zullen bedrijven die door de crisis zijn getroffen waarschijnlijk minder aan sponsoring uitgeven. En heeft het zin om te beleggen in kunst, in plaats van in waardeloze aandelenpapiertjes? Nou, nee.

Directeur Talita Teves van het Amsterdamse veilinghuis Auctioneers Glerum is net terug van een kunstveiling in Singapore. Ze deed er goede zaken, maar de veiling bracht minder op dan verwacht. Vooral de verkoop van hedendaagse kunst viel tegen. Het is nu even pas op de plaats, zegt Teves. Maar ze ziet ook lichtpuntjes. „Nu de aandelen zo slecht gaan, gaan mensen misschien in kunst investeren.”

Je geld in kunst beleggen? „Nooit doen”, reageert directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum. „Dat is geen veilige belegging. Je moet verstand hebben van kunst en het rendement staat niet vast. Voor mij is beleggen in kunst net zo risicovol als beleggen in wijn of whisky.”

De kredietcrisis laat ook de wereld van de beeldende kunst niet onberoerd. „Het is hier al weken het gesprek van de dag”, zegt Maarten van Gijn van veilinghuis Christie’s in Amsterdam. „Er heerst verwarring en onzekerheid.” Ook de musea maken zich zorgen, omdat de sponsoring door het bedrijfsleven waarschijnlijk minder wordt. Bovendien zullen grote fondsen als het VSB Fonds hun uitgaven mogelijk verminderen, omdat hun aandelenbezit minder waard is geworden.

Gesprekken met veilinghuizen, musea, fondsen, kunsthandel en wetenschappers maken duidelijk dat de verwachtingen over de uiteindelijke effecten van deze crisis uiteenlopen. Maar één ding staat vast: het is afgelopen met de hausse op de kunstmarkt, die de afgelopen jaren tot waanzinnige prijzen leidde, met name voor hedendaagse kunst. En dat is helemaal niet erg, voegen de meesten er aan toe, omdat de prijzen in geen enkele verhouding meer staan tot de werkelijke waarde.

Als de prijzen normaliseren, komen de musea met hun beperkte aankoopbudgetten ook weer eens aan bod. Tenminste, als de banken, bedrijven en vermogensfondsen die musea sponsoren inmiddels niet hun sponsorbudgetten fors omlaag hebben geschroefd. Want dat zou op langere termijn de grootste bedreiging van deze crisis kunnen zijn voor de beeldende-kunstsector, die de laatste jaren steeds afhankelijker is geworden van sponsoring. Dit mede onder druk van de overheid, die vindt dat kunstinstellingen minder afhankelijk moeten worden van subsidies.

Het Rijksmuseum heeft meerjarige contracten met onder meer ING, Philips, Paccar, Tata Corus Staal en de BankGiro Loterij. Wim Pijbes: „Ik ga er vanuit dat de bestaande afspraken blijven staan. Maar er gaat natuurlijk wel wat gebeuren. Het VSB Fonds, een belangrijke sponsor voor zowel sport als cultuur, is een derde tot de helft van zijn vermogen kwijt. Dat moet gevolgen hebben.” Volgens Pijbes is in dit stadium moeilijk te voorspellen wat de effecten zullen zijn, maar de musea moeten rekening houden met zwaar weer. „Het zal allemaal minder worden en we moeten nadenken over nieuwe geldbronnen. Ook zullen we wat betreft onze inkomsten nog meer de risico’s moeten spreiden over particulieren, bedrijven en fondsen, naast de inkomsten uit kaartverkoop.”

Volgens Wim van Krimpen, directeur van het Haags Gemeentemuseum, hebben veel kunstinstellingen de fout gemaakt zich te afhankelijk te maken van sponsors. „De overheid roept al jaren dat musea veel meer eigen inkomsten moeten genereren en minder afhankelijk moeten worden van subsidies. Maar daar zit een keerzijde aan, die zich nu pijnlijk zal openbaren, vooral bij de instellingen die zich ook voor hun dagelijkse beslommeringen afhankelijk hebben gemaakt van sponsoring. Dat moet je nooit doen, daar zitten te veel risico’s aan vast.” Het Gemeentemuseum doet alleen een beroep op sponsors voor ’heel speciale dingen’, zegt Van Krimpen, en dat hooguit een of twee keer per jaar. Zo is Shell volgend jaar hoofdsponsor van de expositie over Cézanne en Picasso.

Musea doen er verstandig aan, zegt Van Krimpen, om voor het grootste deel zelf in hun inkomsten te voorzien. „Ons lukt dat aardig met het grote aantal kaartjes dat we verkopen, met het verhuren van ruimtes en het maken van exposities in het buitenland. Je moet dus niet bij mij zijn voor klaagverhalen over de kredietcrisis.” Er zitten zelfs voordelen aan, meent Van Krimpen. „Kunst wordt waarschijnlijk goedkoper en daardoor weer betaalbaarder voor musea.”

Bij Jan Loorbach, advocaat en voorzitter van de Stichting Bevordering van Volkskracht, moet je ook niet zijn voor paniekverhalen. Volkskracht is een belangrijk vermogensfonds in Rotterdam dat elk jaar zo’n drie miljoen euro geeft aan maatschappelijke doelen, waaronder kunst en cultuur. De stichting werd in 1923 opgericht door de kinderloze cargadoor Willem Burger, die in 1933 een vermogen van destijds ruim 2,7 miljoen gulden naliet. Elk jaar komen zo’n 600 aanvragen binnen, vertelt Loorbach. Stelregel is dat het fonds vier procent van zijn vermogen uitgeeft. „Als we geld hebben toegezegd, komen we daar niet van terug, ook niet door de kredietcrisis. Ons vermogen is ook verminderd, maar met hoeveel ga ik niet zeggen. We bekijken de toekomst op langere termijn en zijn niet zo geneigd om het beleid van het ene op het andere moment bij te stellen. Maar we gaan ons vermogen ook niet opeten, want dan kun je steeds minder uitgeven.” Loorbach benadrukt dat er geen reden is voor paniek, omdat geen enkele instelling financieel afhankelijk is van Volkskracht.

Het VSB Fonds, een van van de grootste kunstsponsors van Nederland, liep waarschijnlijk wel zware klappen op, omdat volgens het jaarverslag ruim de helft van het vermogen vorig jaar uit aandelen Fortis bestond, die nu zijn gekelderd in waarde. Daardoor is het fonds zo’n miljard euro armer geworden – of het moet tussentijds Fortis-aandelen hebben verkocht. Een woordvoerder wil niets zeggen over de huidige vermogenspositie, maar bevestigt dat het fonds ’last’ heeft van de crisis en daarom dit jaar 62 in plaats van 72 miljoen euro zal uitkeren.

Niet alleen de fondsen maken op z’n minst pas op de plaats. Dat geldt ook voor het bedrijfsleven, verwacht de Rotterdamse hoogleraar kunst en economie Arjo Klamer. Hij is het niet eens met de Amsterdamse hoogleraar filantropie Theo Schuyt, die het geefgedrag in Nederland onderzocht inschat dat de donaties aan de kunstsector stabiel zullen blijven. Een terugval in de aandelen heeft volgens Schuyt macro-economisch gezien niet direct gevolgen voor de vrijgevigheid. Het totale bedrag blijft gelijk, al doen zich daarbinnen wel schommelingen voor.

Particulieren en vermogensfondsen blijven vrijgevig. Die doneerden in 2005 respectievelijk 31 en 124 miljoen euro aan kunst en cultuur – recentere cijfers zijn er nog niet. Het bedrijfsleven, dat in dat jaar de kunsten voor 135 miljoen euro sponsorde, is wel geneigd minder uit te geven in crisistijd. Maar op het totaalbedrag heeft dat weinig effect, zegt Schuyt. Hooguit is er sprake van enige afvlakking.

Arjo Klamer verwacht juist wel effecten. Bedrijven en particulieren hebben veel geld verloren. „Dat zie je terug in hun uitgavenpatroon.” Klamer erkent dat het vaak niet om grote bedragen voor de kunst gaat. „Maar als het zwaar weer wordt, is dat het eerste waarop wordt bezuinigd. Ik was gisteren op een bijeenkomst met sponsors van een culturele organisatie en de boodschap was daar: nu even pas op de plaats. Kunst is nu eenmaal erg conjunctuurgevoelig.”

Klamer verwacht niet dat speculanten die fors hebben verloren op hun aandelen, in kunst gaan beleggen. „Ik zou het niemand adviseren als de enige reden is er geld aan te verdienen. Kunst is een riskante investering met een beperkt rendement. Je kunt je ook afvragen of de kunst wel is gediend met mensen die er puur voor het gewin in investeren en niet omdat ze ervan houden.”

De gekte rond kunstenaars als Damien Hirst, wiens werk voor waanzinnige prijzen wordt verkocht – 75 miljoen voor zijn kunstwerk ’For the Love of God’, een met diamanten bedekte schedel – moet de kunstwereld ook te denken geven, meent Klamer. „Ik vind dat op het decadente en buitensporige af. In feite is die gekte een afspiegeling van wat er in de financiële wereld gaande was. Hirst is een goede kunstenaar en speelt daarmee, maar of het allemaal zo goed is voor de kunst? Volgens mij gaat het ten koste van de waarde ervan.”

Het positieve van deze crisis is dat iedereen zich gaat bezinnen, meent Klamer. „De kunstwereld zou zich moeten afvragen of die hausse wel zo goed was voor de kunst. Waar staat deze crisis voor? En wat doen we ermee? De effecten in morele zin, daar ben ik benieuwd naar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden