Kunst heeft geen toeters en bellen nodig

het Nieuwe kunstseizoen | In Nederland Evenementenland moet elke expositie of opera een 'beleving' zijn. Dat zorgt voor veel bezoekers, maar het is geen garantie voor kwaliteit, betoogt Sandra Kooke, chef cultuur en media.

Het station van Workum, half vier 's ochtends. Normaal is het daar op dat tijdstip doodstil, maar die ene zomernacht stonden er toch aardig wat mensen op de trein te wachten. De trein bracht ons bij het meertje de Bombrekken, midden in het Friese niets, waar een enorme tribune in het weiland stond. Vanaf die tribune zagen we hoe in het meer de opera 'Orfeo et Eurydice' van Gluck werd gespeeld. Langzaam werd het licht en vermengde het geluid van vogels zich met dat van de zangers en musici.

Na Opera Aqua in 2000 volgden vele voorstellingen die ik in regenjas of onder fleecedekens doorbracht. Ik herinner me een Odyssee op de dijk bij Den Helder, een Peer Gynt op het strand bij een meer, een opera in een onafgebouwde tunnel, pianorecitals in een steengroeve en aan de rand van een meer. En er zullen er ongetwijfeld nog veel volgen.

Vroeger zochten maar een paar gezelschappen dit soort vreemde plekken op. Theater in de open lucht had je bij Shakespeare in Diever, Oerol en het Amsterdamse Bos. Al het andere theater speelde zich af in een schouwburg; piano's kon je alleen beluisteren in de concertzaal of in een klein kerkje.

Tegenwoordig kijken we naar theater in een oude gevangenis (Het Pauperparadijs), in een tent (De Parade), midden op een stadsplein (Spring), in een oude fabriek (ZaanSafari). Klassieke muziek klinkt in de Hofvijver, op het Museumplein of in een natuurgebied (Wonderfeel). En voor popmuziek gaan we uit kamperen.

De reden is duidelijk. Bezoekers willen weleens wat anders. Ze willen iets bijzonders 'beleven'. Midden in de nacht, in een weiland: daar heb je het zestien jaar later nóg over.

Belevenissen

Kunstaanbieders hebben dat goed begrepen. Zodoende worden we overspoeld met belevenissen in de kunst. Met liedrecitals waar films achter worden gedraaid, met marathonvoorstellingen inclusief eten, met locaties waarvoor je een spoor lichtjes door de nacht moet volgen, met bekende Nederlanders, met een mix van beeld en geluid. Als het maar geen standaardvoorstelling is.

Niet alleen de podiumkunst doet dat gretig, ook musea doen hun best hun tentoonstellingen aan te kleden met films, muziek en bekende Nederlanders. Zo liep ik door de Nieuwe Kerk bij een tentoonstelling over Constantijn de Grote, terwijl links de stem van Antoine Bodar uit iemands audiotour klonk en rechts die van Rosita Steenbreek. Beiden moesten opboksen tegen de heftige oorlogsgeluiden uit de film die even verderop de wereld van Constantijn de Grote over moest brengen. Opnieuw een ervaring om nooit te vergeten, maar deze keer wat minder positief.

Pop-upmuseum

Het Allard Pierson Museum had afgelopen jaren opeens blockbusters in huis omdat het het Pop-Upmuseum van De Wereld Draait Door huisvestte. Bijzondere kunst was er niet te zien. Sterker nog, wat er hing haalde normaal de wanden van de musea niet en kwam rechtstreeks uit de depots. Maar omdat BN'ers als Halina Reijn, Paul de Leeuw, Nico Dijkshoorn en Carice van Houten de stukken zogenaamd hadden uitgezocht, kwam heel Nederland erop af.

Cijfers tonen het gelijk aan van de bedenkers van dit soort concepten.

Na musea en musicals zijn festivals het favoriete uitje van mensen. Op festivals is de kunst onderdeel van een breder evenement, op een andersoortige plek en tijdstip, ingebed in een sociale, culinaire en natuurervaring. Je neemt eens een wijntje, kijkt een halfuurtje theater, dan bijkletsen met vrienden of op het terras luisteren naar livemuziek. Alleen het weer moet meewerken.

Rechttoe rechtaan-kunst kan daar maar moeilijk tegenop. Ja, de topgezelschappen trekken altijd genoeg liefhebbers. Het Concertgebouworkest, Toneelgroep Amsterdam: die hoeven geen BN'ers voor hun karretje te spannen. Maar voor middenmoters en klein-tjes is het moeilijker. En dan kijk je naar de festivallisering van Nederland en denk je: waarmee kunnen wij eens opvallen?

Dus gingen we afgelopen seizoen massaal naar de negenurige theatermarathon 'Borgen' van het Noord-Nederlands Toneel waar de acteurs ons bakjes eten aanreikten; ging er een groot jongerenproject vooraf aan 'Romeo en Julia' bij Zuidelijk Toneel. En gaan we komend jaar kijken naar de 'unieke locatietheater-ervaring' van het Nationale Toneel in de Binckhorstlaan in Den Haag voor de Haagse Romeo-en-Juliavertelling 'IJs&Vis'.

Na vele uitstapjes met picknickmanden en extra truien is de conclusie dat theater in de buitenlucht, midden in de nacht of in de etensluchten, niet het beste theater oplevert. Als het al te verstaan is. Een opera zingen als je tot je liezen in het water staat: dat is geen recept voor het beste resultaat. Bovendien: geen wereldster die je zo gek krijgt. De recensie van de nachtelijke Orfeo repte bovendien van ontstemde instrumenten.

Carice of Halina

Hetzelfde geldt voor tentoonstellingen die zijn ingericht door Carice of Halina. Hoe sympathiek ook het idee dat je met hen meer mensen naar het museum lokt, een bijzondere kunstervaring of een nieuwe kijk op een kunstenaar is daar uitgesloten. De opgeklopte pr die er tegenwoordig bij hoort, kan zelfs zijn doel voorbijschieten. Dan schrikt de drukte juist af, of vallen de schilderijen waarvoor je uren in de rij stond zwaar tegen. Dan komt er een dag dat je geen zin hebt om voor een toneelstuk eerst met een boot te moeten varen, dat je geen zin hebt om met koude billen op een houten tribune te zitten en dat de barbecuelucht geen aantrekkingskracht meer heeft. Je wil even niet het gebabbel van Antoine en Rosita in je oor, niet de lollige teksten van Nico die je afleiden, geen expliciete beelden bij Schuberts liederen.

Verstilling

Dan is het tijd voor concentratie, verdieping, verstilling. Voor kwaliteit en inhoud. Voor pure kunst kortom. Durven musea en theaters dat nog? Een tentoonstelling met oude tekeningen, een bezoeker laten voelen, een zanger naast een piano?

Trouw doorzocht het aanbod van het komende seizoen en zet de schijnwerpers op deze pure kunst, in zijn intiemste vorm. Gepresenteerd zonder toeters en bellen.

Sandra Kooke

studio vonq

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden