kunst / Gevechtskunst als dansvorm

Sidi Larbi Cherkaoui had succes, zoveel dat het hem te veel werd. Een verblijf in een Chinese tempel bracht hem rust. En leidde tot ’Sutra’, gedanst door twee kungfu-monniken, met kisten als metafoor.

De dansproductie ’Sutra’ is een innemende reflectie van de vriendschap die is ontstaan tussen kungfu-monniken en de Vlaams/Marokkaanse dansmaker Sidi Larbi Cherkaoui tijdens diens verblijf in de Chinese Shaolintempel.

Waar een artistieke dip wel niet goed voor kan zijn. Sidi Larbi Cherkaoui groeide in korte tijd uit tot lieveling van de Europese dans, maar het succes eiste zijn tol. „Productie hier, productie daar. Ik had het gevoel dat ik werd geleefd. Losbreken uit dat productionele keurslijf was geen optie, want tegelijkertijd was choreograferen het enige wat me echt deugd deed. Ik zat in een depressieve spagaat.”

Op aanraden van een vriend met banden in de boeddhistische Shaolintempel in de Chinese provincie Henan, besluit Cherkaoui daar weer tot zichzelf te komen. De Shaolinmonniken volgen een streng regime, met de beoefening van de gevechtskunst kungfu als leidraad voor hun meditatie.

„Als jongetje was ik gek op kungfu-icoon Bruce Lee en het was vanuit die kinderlijke nieuwsgierigheid dat ik een kijkje in die tempel wilde nemen. Hoe leven die kungfu-monniken écht? Het leek me een enorme contradictie: je dagen doorbrengen met vechten en dan toch monnik zijn. Maar eenmaal in de tempel zag ik dat hun fysieke inspanning resulteerde in een bewonderenswaardige mentale rust. De Shaolinmonniken hebben de verbluffende gave om met kungfu de identiteit van dieren als kraanvogels en tijgers aan te nemen. Ze transformeren van warm naar koud, gaan van yin naar yang en komen daarmee tot een complete identificatie met de wereld om zich heen.”

Als zoon van een Vlaamse moeder en een Marokkaanse vader gaat Sidi Larbi Cherkaoui in zijn producties op zoek naar universele thema’s tegen de achtergrond van verschillende culturen en religies. Onder de vlag van Les Ballets C. de la B. van Alain Platel, kenmerken zijn danstheaterproducties zich door een verfrissende eclectische aanpak. Moderne dans zet hij naast bewegingen uit de gevechtskunst, barok plaatst hij naast Arabische volksmuziek. Getrainde dansers laat hij naast travestieten, zestigplussers en spelers met het syndroom van Down aantreden. Een universum waar alles en iedereen een plekje heeft en niets wordt buitengesloten.

Dat principe trof Cherkaoui ook in de tempel aan, op een heel natuurlijke manier. „De monniken leven in de beslotenheid van een traditionele tempel, maar het zijn ook gewoon jongens van negentien, twintig jaar die naar popmuziek luisteren en op hun mobieltjes naar hun moeder bellen. Ik vond die binnen-buitenwerking fascinerend: alles maakt deel uit van het geheel, waarmee ook alles volkomen wordt geaccepteerd. Het gaat de monniken erom te begrijpen hoe alles met elkaar verbonden is.”

De boeddhistische Shaolintempel werd omstreeks 495 na Christus gesticht en tot op de dag van vandaag stellen de monniken zich ten doel om door middel van het perfectioneren van gevechtskunsten tot levensinzichten te komen. De Shaolinkungfu bestaat uit een groot aantal traditionele bewegingen die in vaststaande vormen worden beoefend. Totaal gegrepen door de organische schoonheid van de kungfu-formaties, werd de retraite van Sidi Larbi Cherkaoui de bakermat van een nieuwe productie.

„Prachtig hoe de monniken als een soort replica van elkaar unisono bewegen. Het deed me denken aan het werk van beeldend kunstenaar Antony Gormley die met thema’s als klonen en verdubbeling werkt. Toen ik hem vertelde over mijn plan om met de monniken een voorstelling te maken, opperde hij het idee om met houten kisten te werken. Gormley, zelf boeddhist, zag de kisten als metafoor voor het zoeken naar de spirituele balans tussen vrijheid en beslotenheid – van leven, maar gezien de vorm van een doodskist, ook van dood. De volkomen vanzelfsprekende binnen-buitenwerking waarmee ik in de tempel in aanraking was gekomen, komt hierin fantastisch tot zijn recht. ’Sutra’ is een persoonlijk verslag van mijn verblijf in de tempel geworden.”

Monniken Wang Hui (26) en Huang Jiahao (19) moesten wel om die aangewaaide westerling lachen toen Cherkaoui over zijn plannen voor een voorstelling met hen sprak. De communicatie verliep via een tolk, maar de taal van beweging bleek –cliché, maar waar– bijzonder universeel.

Wang Hui: „We waren direct erg enthousiast. Kungfu is heel levendig, terwijl meditatie verstild en rustig is. Het is voor ons zaak om dat met elkaar in balans te brengen. En balans bleek ook in de voorstelling een centraal gegeven.”

Monnik Huang Jiahao: „Alleen al omdat we elke repetitiedag weer opnieuw moesten uitzoeken hoe de specifieke beweging van kungfu aan het gebruik van de kisten kon worden aangepast. We moesten onze vertrouwde kungfu letterlijk in een ander kader zetten om een nieuwe balans te vinden.”

De titel ’Sutra’ verwijst naar de teksten waar de leer van Boeddha in wordt verkondigd, maar betekent in het hindoeïsme ook zoiets als ’draad’; dat wat dingen bij elkaar brengt en bij elkaar houdt. Sidi Larbi Cherkaoui fungeert in de voorstelling zelf als zo’n verbindende ’draad’. „Tijdens de repetities legde ik uit hoe ik de scènes had bedacht aan de hand van op schaal gemaakte kistjes; ik was een architect die steeds schoof met nieuwe vormen. Die rol heb ik ook in de voorstelling: als een poortwachter die schuift en schakelt tussen de scènes en ze samenbrengt als de blaadjes van een lotusbloem. Daar tegenover ben ik ook de westerse man, degene die alleen staat in het collectief; de outsider.”

Visueel komt dat tot uiting door de ijzeren kist van waaruit Cherkaoui in de voorstelling opereert, in tegenstelling tot de houten kisten die de actieradius van de monniken bepalen. „De houten kisten vormen een collectief, maar als je goed kijkt, is elke kist weer anders door de volstrekt eigen tekening van nerf en knoest. Het collectief lijkt op het eerste gezicht onvrij omdat het is gedwongen samen te werken, maar misschien schuilt in de collectieve beslotenheid wel de grootste vrijheid.”

Of er verschil is tussen de beoefening van kungfu in het klooster of op het podium met spotlights op je gericht? Monnik Wang Hui, met een toon van terechtwijzing in zijn stem: „Dat zou nooit mogen! Kungfu staat voor intentie en kracht, daar moeten wij altíjd voor honderd procent voor gaan. Zodra je wordt afgeleid, boet de kungfu-vorm aan kracht in en wordt de innerlijke balans verstoord.”

Cherkaoui: „Een kungfu-monnik oefent een leven lang om in nog geen anderhalve minuut zijn kunsten te vertonen. In die flits voltrekt zich zijn hele leven. Ik ben er trots op dat de intense kungfu-dynamiek in ’Sutra’ overeind is gebleven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden