Kunst geen staatszaak? Een achterhaald idee!

We kunnen pas minder krampachtig worden in onze omgang met de islam als we beschikken over een eigen, sterk cultureel bewustzijn.

door Theo Elsing

Sinds Thorbecke heerst er met name in liberale kring nog altijd de opvatting dat kunst en cultuur eigenlijk geen staatszaken zijn. Rembrandt en de architectuur van de Amsterdamse grachten worden zowel in het ’Liberaal Manifest’ als in het recente concept-verkiezingsprogramma ’Samenleving met Ambitie’ obligaat te berde gebracht .

Zowel Rembrandt als de grachtengordel zijn echter wel de culturele voortbrengselen van een maatschappij die gebaseerd was op tolerantie, vrijheid, creativiteit en ondernemingsgeest. Nu zijn kunst en cultuur de franje bij staatsbezoeken en de sluitpost bij iedere prinsjesdag. Maar alleen ambitie is niet genoeg voor een samenleving.

De afgelopen drie decennia hebben wij nationaal een kunst- en cultuurbeleid gehad dat aan elkaar hangt van ’extra’s’ en ’meevallers’ . Het Amsterdam Baroque Orchestra dreigt nu te vertrekken en de Amsterdamse grachtengordel staat nog altijd niet op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. De Rijksmonumentenlijst wordt uitgedund: de zoveelste bezuiniging op ons erfgoed. Musea moeten bijklussen als partycentrum. In het onderwijs behoren tekenen, kunsteducatie en culturele vorming tot het pretpakket. Enige kennis van de diverse Nederlandse religieuze hoofdstromingen is niet meer relevant. En dat terwijl wij op een niet mis te verstane wijze met een culturele en religieuze nieuwkomer, de islam, te maken hebben. En er niet mee weten om te gaan wegens een gebrek aan een eigen cultureel zelfbewustzijn.

Hedendaagse kunstuitingen, of het nu literatuur, uitvoerende kunsten, film of beeldende kunsten zijn, weerspiegelen wat ons in Nederland bezielt, beroert en bezighoudt. Zonder geografische, ideologische of religieuze restricties ontstaan, vormen zij onze geestelijke bagage. Ze zijn van wezenlijk belang voor onze Nederlandse identiteit. Een betuttelende toon van de Mondriaan Stichting, die nieuwe culturele initiatieven niet alleen subsidieert, maar ook beoordeelt, is eerder een belemmering dan een toegevoegde waarde. Desondanks zijn kunstenaars steeds meer zelfbewuste startende ondernemers. En kwaliteit bewijst zichzelf, getuige het grote aantal internationaal bekende Nederlandse schrijvers, kunstenaars, architecten en ontwerpers.

Ons nationaal kunstbezit en erfgoed is net zo goed van waarde voor onze Nederlandse identiteit, maar veel kwetsbaarder. Dit blijkt wanneer wij niet in het behoud ervan willen investeren. Steeds horen we dat er geen financiën zijn voor conservering, restauratie en herstel. Er is echter geen gebrek aan geld, maar een structureel politiek en maatschappelijk onvermogen om het belang van ons cultuurgoed in te zien voor de Nederlandse identiteit. De basis voor dit onvermogen is al decennia geleden gelegd in het lager en middelbaar onderwijs. Nederlandse cultuurgeschiedenis en culturele vorming moeten, met inbegrip van een inhoudelijke kennis van religies, weer als lesonderdeel verplicht worden, rijks- en gemeentemusea moeten gratis toegankelijk zijn voor scholieren, en artikel 1 van de Grondwet zou aan de muur van ieder klaslokaal in Nederland moeten hangen. Maak alles van waarde weerbaar. Het is tijd voor een Minister voor Cultuur; tijd voor culturele ambitie.

Een hernieuwd Nederlands cultureel zelfbewustzijn betekent ook een minder krampachtig en duidelijker omgaan met een relatief nieuw religieus en cultureel gegeven als de islam. Net als het dragen van een keppel, kruisje of lange rok, dan wel het bouwen van een synagoge of kerk, hoeft ook het dragen van een hoofddoek of het bouwen van een moskee als religieuze uiting in Nederland geen probleem te zijn. In een vrije democratie kan dat.

Orthodoxe, conservatieve vormen van de islam dragen ook onverdraagzame en vrouwvijandige aspecten in zich die, getuige de geschriften van de Egyptische schrijfster Nawal al-Saadawi, niet gestoeld zijn op de Koran of op de Hadith, maar eerder op een gebrek aan inzicht en respect. Zij heeft vanwege haar opvattingen haar geboorteland Egypte moeten ontvluchten. Deze aspecten, die zich vaak manifesteren onder het mom van traditie of gewoonte, zoals het dragen van een sluier, gedwongen huwelijk of eerwraak, dienen wij vanuit een Nederlands cultureel zelfbewustzijn ondubbelzinnig af te wijzen. Ook hier dient de overheid zich geen bescheiden rol toe te meten.

De islamitische gemeenschap in Nederland zal zich moeten realiseren dat men hier een vrouw gerust een hand kan geven en dat het aanduiden van niet-moslims als ’ongelovigen’ net zo respectloos is als het beledigen van de islam en de Profeet Mohammed. Ook zal men zich moeten realiseren dat in Nederland de Koran en de Hadith niet meer vanuit vroeg-middeleeuwse Arabische normen en waarden geïnterpreteerd kunnen worden, maar vanuit een hedendaagse, Nederlandse context. De islam sluit een hernieuwde, oorspronkelijke interpretatie van de Koran in het geheel niet uit. Pas dan kan de islam worden wat zij behoort te zijn: een verrijking van de vrije en democratische Nederlandse cultuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden