Kunst geeft Mali identiteit

Met kunst valt in Mali ook gewoon geld te verdienen. Het Festival sur le Niger is daarvan een goed voorbeeld. (FOTO HORST FRIEDRICHS, AGENTUR ANZENBERGER) Beeld Horst Friedrichs  / Anzenberger/
Met kunst valt in Mali ook gewoon geld te verdienen. Het Festival sur le Niger is daarvan een goed voorbeeld. (FOTO HORST FRIEDRICHS, AGENTUR ANZENBERGER)Beeld Horst Friedrichs / Anzenberger/

Malinese kunstenaars snijden gevoelige thema’s aan. Aan talent is geen gebrek, maar kansen op een carrière zijn gering.

Seydou Diarra’s ouders komen niet kijken. De 26-jarige danser in opleiding treedt op tijdens het Festival sur le Niger in zijn geboorteplaats Ségou in centraal Mali. Terwijl hij het hoogtepunt in zijn nog jonge carrière beleeft, blijven zij thuis. „Ze snappen niets van cultuur”, zegt Diarra. „Maar dat neem ik ze niet kwalijk.”

Diarra is derdejaarsstudent dans aan de kunstacademie in hoofdstad Bamako. De modieus geklede danser – ondanks de hitte draagt hij een sjaal en hippe opapet – groeide op in een arm gezin. Als kind wist hij al wat hij wilde: kunst maken. „Ik was altijd aan het dansen en zingen.”

Uit eigen beweging verhuisde Diarra naar een dorpje op vijftig kilometer van Bamako. Daar kon hij goedkoper wonen dan in de hoofdstad. Hij had niet de juiste papieren om auditie te doen voor de kunstacademie, maar werd wel toegelaten tot een vooropleiding. In die tijd liftte hij elke dag, vroeg in de ochtend, naar het danscentrum, en ’s avonds weer terug. Tijdens een auditieweek aan de kunstacademie werd Diarra’s talent door een docent opgemerkt en mocht hij aan de vijfjarige opleiding tot danser beginnen. „Ze laten maximaal tien studenten toe per jaar”, zegt hij trots.

Nog altijd heeft de student helder voor ogen wat hij wil: verhalen vertellen. „Niet op een ouderwetse manier, maar modern en multidisciplinair.” Diarra noemt de ’Sahel Opera’, een voorstelling met acteurs, muzikanten en dansers uit West-Afrika, als voorbeeld. „Alleen met moderne kunst kun je actuele thema’s aansnijden.” Die thema’s zijn zwaar in een ontwikkelingsland als Mali. Zijn laatste choreografie ’Femme ou Objet’ (Vrouw of Object), die hij maakte tijdens een workshop van het Nederlandse dansgezelschap Le Grand Cru, gaat over huiselijk geweld. Thuis hoorde Diarra avond aan avond hoe zijn buurvrouw door haar man werd mishandeld en verkracht. „Dat was hartverscheurend”, zegt hij. Zijn ervaringen verwerkte hij in de voorstelling.

Diarra vertelt over een scène waarin de agressieve man zijn echtgenote verbiedt te huilen als hij haar slaat. De reacties daarop uit het publiek zijn veelzeggend, aldus Diarra. „Westerlingen reageren geschokt. De Afrikanen beginnen juist te lachen uit ongemak en schaamte.”

Het is de vraag of Diarra na het afronden van zijn opleiding daadwerkelijk als danser of choreograaf de kost kan verdienen. De kunstacademie biedt enige baanzekerheid, want wie afstudeert krijgt een staatsdiploma, het diplôme supérieur. Maar of dat de cultuursector ten goede komt, is twijfelachtig. Van de eerste generatie afgestudeerde kunstacademiestudenten in 2002 is niemand kunstenaar geworden. „Sommige van mijn medestudenten zijn alleen geïnteresseerd in dat diploma”, aldus Diarra.

Mamou Daffé, directeur en oprichter van het Festival sur le Niger, beaamt dat het lastig is om kunstenaar te zijn in Mali. De juiste faciliteiten ontbreken. Talenten daarentegen zijn er genoeg. „De allerbeste artiesten redden het meestal op eigen kracht”, zegt Daffé. „Maar er valt veel meer uit te halen. Management voor artiesten, bijvoorbeeld, bestaat nog nauwelijks.” Vandaar dat de festivaldirecteur het Centre d’Arts de Ségou heeft opgericht, een cultureel centrum dat talentvolle kunstenaars de zakelijke kant van het artiestenbestaan bijbrengt. Het centrum start in november met cursussen in netwerken, management en marketing. Daffé: „Het doel is getalenteerde kunstenaars als professionals in de markt te zetten.”

Zelf werkt Daffé nauw samen met collega’s uit verschillende kunstdisciplines, zoals Acte Sept (theater), Balanise (o.a. literatuur) en Centre Soleil d’Afrique (beeldende kunst). De organisaties wisselen „kennis, ervaring en contacten” uit om gezamenlijk de Malinese cultuursector te professionaliseren. Zo staan ze ook sterker als lobbygroep om een stempel te drukken op het cultuurbeleid van de overheid. Volgens Daffé kan er geen twijfel over bestaan: kunst is een doel op zich en van essentieel belang voor Mali. „Het geeft mensen een identiteit”, zegt hij. „Als je dat kwijt bent, heb je niets meer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden