kunst / Een laatbloeier

Dorine Wiersma zingt liedjes en maakt muziekinstrumenten van stenen. Haar doorbraak, met een anti-Heleen van Royenlied, komt ook voor haar onverwachts.

Dorine Wiersma was afgelopen vrijdag te zien in het tv-programma ’De wereld draait door.’ Ze zong er haar cabareteske anti-Heleen van Royenlied en creëerde daarmee een bescheiden hype op internet. Via Youtube werd het fragment veel bekeken en op de pagina van De Telegraaf kwamen heel wat reacties binnen.

„Mensen vallen mij huilend om de hals”, vertelt de cabaretière. „Omdat er eindelijk een keer wat van wordt gezegd. Ik heb dat nog nooit meegemaakt. Ik dacht alleen: ik neem Heleen van Royen eens goed te grazen.”

De schrijfster met een aantal bestsellers op haar naam kwam vorig jaar met haar eigen glossy ’Proud to be stout’. Een doorn in het oog van liedjesschrijfster Wiersma. „Dat opgeklopte ondeugende imago. Iedereen moet weten wie ze nu weer heeft verleid of met wie ze de lakens deelt. Echt afschuwelijk.” Het nummer is pas twee weken af, maar het werd meteen een vast onderdeel van haar theatershow ’Rustig blijven’ die vanavond in première gaat.

Het is ook de titel van haar cd die eind vorig jaar het licht zag. De liedjes gaan over onderwerpen dicht bij huis – de liefde, de strijd om mannen aan je te binden als je eind dertig bent, modegrillen als ’jezelf zijn’ en qua ellende opbieden tegen de ex van je partner zodat hij je eindelijk ziet staan. Wat ze gemeen hebben, is zorgvuldigheid in taal.

Wiersma: „Ik vind dat het moet kloppen. Laatst vond ik in een doos sinterklaasgedichten terug die ik schreef toen ik een jaar of tien was. Daar deed ik het al zo. Ik ben een metrische schrijver, in het ritme en vormvast. Het zijn verhalen-liedjes die ik maak. Het liefst met een pointe. Ik wil een helder verhaal overbrengen, met humor. Ik hou niet van die open-eindeliedjes of vage pseudo-poëzie. ’Mag het licht uit?’ Ja, waarom, denk ik dan. Ik ben van de klare taal. En ik drijf graag de spot. Er zit niet zo veel diepgang in misschien, maar ik vind het leuk om op een luchtige manier dingen aan de kaak te stellen en er een grap over te maken. In ’Rustig blijven’ vertel ik dat ik veertig ben geworden en het licht heb gezien. Ik weet nu alles. Ik ben rustig geworden en wil dat ook blijven. De liedjes, ja, die komen natuurlijk uit mijn verleden en die zijn in principe verwerkt.”

Dorine Wiersma noemt zichzelf een laatbloeier. „Gigantisch. Ik ben veertig en nu begint het allemaal. Ik heb het vak nu pas onder de knie.” Ze wist als kind dat ze graag gitaar wilde spelen, maar door armen die niet meewerkten – haar schouders vlogen telkens uit de kom en dat moest geopereerd worden – duurde het tot haar 15de voordat ze het instrument kon oppakken. Na twee jaar wilde ze naar het conservatorium, maar werd te licht bevonden. Na twee voorbereidende jaren was het dan eindelijk zo ver. „Ik heb op mijn tenen moeten lopen om het bij te benen en die ’universiteit voor muziek’ tot een goed einde te brengen. Keihard werken, maar ik deed het graag. Ik was verliefd op gitaar spelen.”

Tijdens haar studie begon ze met het schrijven van liedjes. Via haar vriend Erik Visser van Flairck kwam ze bij Alexandra van Marken terecht en zette zo haar eerste schreden op het componerende pad. Later begon ze teksten en muziek van Visser uit te werken. Maar allemaal nog niet met het idee er zèlf iets mee te doen. „Ik vond mezelf niet zo’n zangeres, ik was op de eerste plaats gitariste. Bovendien was ik veel te verlegen.”

In 2000 deed ze mee aan het Amsterdams Kleinkunst Festival met het duo De Doos. Ze haalde de finale en werd tweede. „Ik kwam in een heel nieuwe wereld terecht. Mijn liedjes hadden humor, dat wist ik, dus iedereen zei: dit is cabaret. Ik had daar niet bij stil gestaan. Als je mij tien jaar geleden had gezegd: jij bent straks cabaretière met een eigen liedjesprogramma, dan had ik naar mijn voorhoofd gewezen.”

Wiersma ging solo verder. „Ik heb mezelf meteen ingeschreven voor het Leids Cabaretfestival in 2003, maar daar werd ik weer tweede. Ik ben de Joop Zoetemelk van het cabaret. Achteraf had ik meer geduld moeten hebben. Toen ik in die finale stond, was het mijn vijfde solo-optreden. Ik had geen stevige basis en ben onderuit gegaan. Nu pas, na vijf jaar, durf ik te zeggen: ik heb het in de vingers.”

Naast cabaretière is Dorine Wiersma ook de enige lithofoonbouwer van Nederland. Via haar vader, een geoloog die zijn kinderen graag meenam op ’vakanties met een doel’, raakte ze gefascineerd door stenen.

„We waren altijd in de weer met hamertjes en beitels, zoeken naar fossielen of mooie amethisten. Toen ik op het conservatorium zat, kregen we een compositieopdracht naar aanleiding van een diaserie over rotsen en stenen. Ik dacht meteen: welke klank zou een steen hebben? Mijn vader vertelde dat er zoiets bestond als een fonoliet, letterlijk: klanksteen.

„Ik ben naar het Massif Central in Frankrijk gereden en kwam met een auto vol stenen terug. Die ben ik gaan bewerken en stemmen met een haakse slijper. Toen heb ik mijn eerste Fred Flintstone-marimba gebouwd. Daarna wilde ik zien of er ook uit andere stenen geluid te halen viel. Ik ging bij steenhouwerijen kijken in de afvalbak en wat ligt daar? Restjes grafsteen. Daar zitten zulke mooie klanken in! Mijn vader vindt het erg leuk, allebei mijn ouders hebben me steeds gesteund. Ze zitten straks eerste rang bij mijn première.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden