kunst / De perfecte prins

Volgens zijn contract had hij nog een paar jaar door kunnen gaan, maar balletdanser Boris de Leeuw is helemaal klaar met dansen.

De Nederlandse Noerejev werd hij genoemd, maar met die betiteling voelde Boris de Leeuw van Het Nationale Ballet (HNB) zich niet op zijn gemak. „Ik heb nooit goed complimenten in ontvangst kunnen nemen. Het voelde altijd alsof ze eigenlijk voor iemand anders waren bestemd.”

De balletdanser die zijn krachtige techniek zo prachtig op toneel in stelling weet te brengen met een breekbare gevoeligheid, zet ruim voor de ’pensioengerechtigde balletleeftijd’ een punt achter zijn carrière. „Een contract bij HNB loopt af op 38-jarige leeftijd. Ik ben zojuist 35 jaar geworden en zou dus nog wel een paar jaartjes ’mee kunnen’. Er zijn dan ook mensen die het doodzonde vinden; hoe kun je stoppen als je nog zo succesvol bent, zeggen ze dan. Maar het is klaar. Het voelt als volbracht.”

Zeven jaar was toen hij net als zijn zusje ’op ballet’ ging. Geweldige indruk maakten de uitvoeringen van zijn balletschooltje in de Utrechtse stadsschouwburg; de felle lichten en de hectiek in de coulissen. Maar danser wilde hij nooit echt worden, net zo lief zat hij met zijn knuisten in de klei of tekende hij met stift grote vellen vol.

Een joch uit het plattelandsdorp De Meern, dromerig, altijd met zijn gedachten elders. Na het zien van een documentaire over de balletopleiding van het Koninklijke Conservatorium in Den Haag, dacht zijn vader dat dát misschien wel iets voor zijn creatieve zoon zou zijn. Op tienjarige leeftijd deed hij auditie om er vervolgens zijn middelbare schoolperiode door te brengen. Hij kreeg er wiskunde en Frans, maar er stond vooral veel ballet op het lesprogramma. Zes dagen per week nam hij ’s ochtends om kwart voor zeven de trein en was pas om acht uur ’s avonds weer thuis. „In de winter liep ik in het donker over de bevroren Leidse Rijn van de bus naar huis. Dan besefte ik dat andere kinderen voor het eten nog lekker een uurtje hadden kunnen schaatsen. Dat kon ik niet, want stel je voor dat ik zou vallen en een been zou breken.”

Hij vond het niet makkelijk, het strakke schoolsysteem op het conservatorium. „Je werd veel aangesproken op dingen die je niet goed deed. Altijd was er kritiek: ’je moet nóg harder werken, met alleen je talent kom je er niet’. Ik vond ballet gewoon leuk, als kind neem je de dingen toch vooral zoals ze komen.”

Pas toen hij op zeventienjarige leeftijd in 1990 de Prix Espèces won op het balletconcours van Lausanne, dacht hij: nu ga ik er voor. „Ik had stage gelopen bij HNB en na een auditie werd ik aangenomen. Mede door de persoonlijke lobby van balletmeester Sonja Marchiolli, die in De Leeuw een ongekend talent zag en van grote waarde voor het gezelschap achtte. De Leeuw maakte bij HNB een bliksemcarrière. Binnen vijf jaar tijd schopte hij het tot eerste solist en absolute publiekslieveling.

Met zijn blonde krullen, blauwe ogen en lange, atletische verschijning belichaamde De Leeuw de ware ’danseur noble’: een perfecte prins Siegfrid uit Petipa’s ’Zwanenmeer’, een prachtige Romeo in ’Romeo en Julia’ en een pure Apollo in Balanchine’s ’Apollon Musagète’. En bovendien van Nederlandse origine, een unicum bij het nationale balletgezelschap dat naarmate de technische vereisten voor de dansers hoger werden, voor het aantrekken van solisten de kijker op de internationale balletmarkt moest richten. De mediagenieke De Leeuw werd naar voren geschoven als ’het gezicht’ van ballet in Nederland. „Dan sleepte ik me na een zware repetitie maar weer naar een interview. Ik hou er niet van om buiten het toneel in het middelpunt te staan. Maar ik zag het als mijn plicht.”

Achteraf ziet De Leeuw het vooral als roofbouw op zijn lichaam. Jaren achterelkaar zes dagen per week dansen op de toppen van je kunnen, een weekje vakantie per jaar. „In 1998 sloeg de twijfel toe. Waar is het goed voor, wat betekent dansen voor míj: ik realiseerde me dat ik helemaal niet genoot van wat ik deed. Zelfs toen ik werd bevorderd tot eerste solist, voelde ik geen vreugde. Ik was geheel gefocust op wat ik slecht vond aan mezelf. De conditionering van de balletdanser: nooit is het goed genoeg.”

Verandering van omgeving kan goed doen, maar voor De Leeuw pakte dat anders uit. „Ik ging naar Engeland, dansen bij het English National Ballet. Ik hoopte dat ik met een poosje buitenland weer fris naar mijn vak zou kunnen kijken.” De twijfel nam juist toe. „Op een moment keek ik mezelf bij het grimeren aan in de spiegel en zei: waar ben je mee bezig? Dit is niet eerlijk ten opzichte van jezelf, maar ook niet ten opzichte van je publiek. Het publiek heeft recht op een performer die honderd procent staat voor wat-ie doet.”

De Leeuw danste zijn laatste ’Romeo en Julia’ voor het Engelse gezelschap en kwam terug naar Nederland. Met behulp van de omscholingsregeling voor dansers ging hij naar de kunstacademie en volgde hij de opleiding voor balletdocent. „En ik heb een half jaar in een kroeg in Nijmegen gestaan. Een periode waarin ik mezelf terugvond. Door het volgen van de docentenopleiding kon ik voor het eerst mijn eigen vreugde in het dansen voorop stellen en hoefde ik niet meer bezig te zijn met wat anderen ervan vinden.”

Na vier jaar uit de spotlights te zijn geweest maakte Boris de Leeuw in 2003 tot veler vreugde zijn comeback bij Het Nationale Ballet. „Ik maakte mijn debuut met ’Vijf Tango’s’ van Hans van Manen en het was alsof ik op een oude fiets stapte. Maar dan met de wind in de rug. De onzekerheid voorbij.”

Dat De Leeuw nu toch zijn carrière beëindigt, is dankzij en niet ondanks dat nieuwe, vrije inzicht. „De laatste jaren heb ik momenten van totale overgave gekend. Dan ben je niet meer aan het dansen, dan bén je dans. In de sport noemen ze dat ook wel the zone; het gebied waarin alles samenvalt. Ik heb alle mooie rollen mogen dansen. En ik heb mijzelf daarin kunnen ’vinden’.”

De Leeuw gaat zijn kunstopleiding afmaken die hij in zijn bezinningsperiode was begonnen. Zoals hij als kind op kon gaan in tekenen, hoopt hij zich nu in een nieuwe carrière als kunstschilder te kunnen storten. „En dan met mijn werk exposeren in Het Muziektheater, voor ’mijn’ balletpubliek. Dan is de cirkel rond.”

Afgelopen zondag danste Boris de Leeuw zijn laatste voorstelling: ’Steptext’ van William Forsythe. HNB’s huidige artistiek leider Ted Brandsen noemde Boris „Een natuurlijke prins met een vanzelfsprekende elegantie; een van de grootste klassieke dansers die we ooit hebben gehad.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden