kunst / Bijoutjes op De Parade

Op rondreizend festival De Parade schitteren ’De Stratenmaker op Zee’ en ’Koud Meisje’.

Parktheater

Theaterkaravaan De Parade staat t/m 29/7 in het Moreelsepark van Utrecht en van 3 t/m 19/8 in het Martin Luther Kingpark van Amsterdam.

Het kan dan wel juli zijn, maar dat weerhoudt twee Oostenrijkers er niet van in skipakken en met ski’s op de schouder rond te banjeren. ,,Scheisse, wo ist der Schnee, verdammt noch mal!” Op zoek naar korte theatervoorstellingen botst elke bezoeker van theaterkaravaan De Parade wel een keer of wat op deze sneeuwlustige sons of the desert.

Iedereen op De Parade is dolende, zo niet dan toch zeker zoekende. Gelegenheidsgezelschap Space reist met de voorstelling ’Design God’ door de aardse hel naar een uitzicht vanuit de hemel. ,,Aanschouw de wereld door de ogen van God. Wat voor verantwoordelijkheden heeft iemand die alles hoort, alles ziet en almachtig is? Een kijkoperatie over hoe identiteit gevormd wordt door ons zoeken naar troost.”

Elders op De Parade zoeken muzikanten naar de luimigheid en tijdloosheid van de liedjes uit ’De Stratenmaker Op Zeeshow’, die de Vara tussen 1972 en 1974 uitzond. Aart Staartjes, Joost Prinsen en Wieteke van Dort zongen die destijds glorieus op de gebeitelde teksten van Willem Wilmink en Hans Dorrestijn.

Nu jassen Michiel Flamman,Simon Gitsels en Roos Rebergen de lapidaire liedjes er in een half uurtje doorheen. En opnieuw sta je versteld om de vindingrijkheid van de teksten. Over Tante Gé, die steeds maar wil weten wat je later worden wilt in de maatschappij: nachtbraker, notenkraker, haringkaker? Nee! Nee! Nee! Stratenmaker op zee!

Wilmink en Dorrestijn behandelen werkelijk alles, en in standvastige zwierigheid: jaloersheid (’Ik ben jaloers op m’n jongste broer / omdat hij steeds de jongste is’) over ’de man vol kinderhaat die al klaarstond’, over belletjetrekken (’Ze kwamen vragend in hun deuren staan / wie belde hier toch aan?’), over snoeven en opscheppen (’Je bent een liegbeest, een jokkebrok / van achteren en van voren / maar ga er alsjeblieft mee door, / want ’t is zo grappig om te horen.’)

En allicht de meesterlijke cowboysmartlap: ,,Ik ben allenig met m’n merrie op de prairie, / geen moer te zien, / geen moer te doen, / nu hoef ik niet meer ergens heen / jaaaah.’’

De geld schietende Limburgse bierbrouwer leek het ludiek om elke biertoko op De Parade met omgekeerde kroonkurken te beplakken. Kreeg je net geen klap van de met hun ski’s molenwiekende ScheisseSchnee-sons, dan haal je je hand als slangebeet wel aan de bierwand open.

Maar dat is vlooientheater vergeleken met de lichamelijke krachttoeren die Ria Marks en Paul van der Laan in hun Orkater-voorstelling ’Koud meisje’ vertonen. ’Koud’ is het meisje van Marks allerminst; het is juist een naar genegenheid smachtende vrouw die van wanten weet. En tegelijkertijd aandoenlijk beduusd reageert als haar minnaar in spe haar woest tollend optilt en een eskimo’s voorhoofddansje met haar maakt: ,,Ooh nee, jaaah! Dat is toch op ’t randje!”

Met stoeptegels plaveien ze elkaars levenspad, maken er verschansingen van als de ander zich te veel opdringt, of klappen een tegel dicht als de deksel van een laptop. Als onverdroten stratenmakers zingen zij op woeste drumklanken (Arend Niks) en gitarenbas (Mick Paauwe) doodgemoedereerd: ,,The street is my desert and I got no shepherd.”

’Koud meisje’ is een broeierig, vindingrijk, dartel en steeds wentelend Parade-bijoutje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden