Kunst als smeerolie

De Duitse familie Würth doet in schroeven, maar kunst is haar passie. Die hartstocht deelt ze graag met haar werknemers. Pater familias Reinhold: „In onze bedrijven hangt werk van hetzelfde niveau als in het New Yorkse MoMa.”

Het is zo’n oud Duits stadje, Schwübisch Hall, op heuvels gebouwd, vakwerkhuizen en middeleeuwse gebouwen bepalen de sfeer. Het riviertje de Kocher stroomt er vriendelijk doorheen. Uitkijkend op die Kocher, midden in de Altstadt, staat de Kunsthalle, een modern museum van de hand van de Deense architect Henning Larsen.

Het in 2001 geopende museum detoneert niet tussen al die oude gebouwen. Integendeel, het heeft zich perfect aangepast aan de omgeving, in vorm en kleur.

De Kunsthalle is een van die prachtige kunstspeeltjes van familiebedrijf Würth, oorspronkelijk een schroevenzaak, maar in 65 jaar uitgegroeid tot een wereldwijde firma in montage- en bevestigingsmateriaal. De prachtige tentoonstelling over Max Ernst (1891-1976), de Duitse surrealistische kunstenaar heeft er net haar deuren gesloten en wordt gevolgd door een expositie over onder andere het echtpaar Christo, bekend van het inpakken van gebouwen en bruggen.

Alle werken in dit museum komen uit de verzameling van de familie Würth, die 65 jaar geleden haar schroevenzaakje begon. De familie bezit zo’n 12.500 kunstwerken van grote klasse, vooral expressionistisch en modern werk uit de 20ste en 21ste eeuw.

Een wandelingetje door dit stadje in Baden-Württemberg leert dat Würth zich ook over oude kunst heeft ontfermd. Een kerkje is grondig gerestaureerd en omgetoverd in de Johanniterhalle en herbergt middeleeuwse schilderwerken.

De schroevenfamilie wist in 2003 de verzameling Fürstenbergische Bilderschatz op de kop te tikken en gaf die een permanente plaats in dit idyllische gebouwtje.

Kunst zit ingebakken in de bedrijfscultuur van Würth, zo zeer zelfs dat de bedrijfsvestigingen overal in Europa hun eigen musea hebben die gratis toegankelijk zijn voor het publiek. Veertien vestigingen van het Noorse Oslo tot het Belgische Turnhout, van het Spaanse La Rioja tot het Brabantse ’s Hertogenbosch hebben hun museum, met een eigen tentoonstelling van werken uit de Würth-collectie.

Kunst is de smeerolie voor de samenleving, maar ook voor het bedrijfsleven leren we bij de bezichtiging van de verzameling Würth. Zo’n twintig kilometer verder, in het plaatsje Künzelsau hadden we al geleerd dat de kunstwereld veel te danken heeft aan dit bedrijf, en dat het bedrijf door diezelfde kunst zijn imago tot een ijzersterk merk heeft gemaakt. In de hoofdvestiging van Würth aldaar spreken we met de grote man achter de schermen van het bedrijf, Reinhold Würth (75). De schroevenkoning – een bijnaam die hij niet graag hoort – is met zijn vermogen van 4,3 miljard euro een van de rijksten van Duitsland.

Begeesterd vertelt hij in zijn werkkamer met uitzicht over de landelijke omgeving van Künzelsau hoe het is begonnen, hoe hij als negentienjarige in 1954 de schroevenzaak overnam van vader Adolf Würth na diens vroege overlijden en hoe het bedrijf uitgroeide tot de onderneming die het nu is, met 58.000 medewerkers, 100.000 producten, vestigingen in 80 landen en een jaaromzet van 8 miljard euro.

En een toverwoord binnen dit bedrijf is kunst. Als jongeling had Reinhold Würth er nog niet zo’n belangstelling voor, maar als dertiger begon het hem te dagen. Eind jaren zestig viel hij op een aquarel van Emil Nolde en vanaf dat moment was er geen houden meer aan. Reinhold Würth bouwde een collectie op van schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken van Munch, Picasso, Feininger, Christo, Hockney, Botero, Warhol, Lichtenstein enzovoort.

In het museum op de benedenverdieping van het hoofdgebouw in Künzelsau loopt nu een overzichtstentoonstelling van de kunst die Reinhold Würth in al die jaren heeft verzameld. ’75/65, De verzamelaar, het bedrijf en zijn collectie’ heet de expositie die 75 werken laat zien uit de periode van 1935 tot 2010; uit elk jaar hangt er één. Het eerste werk is de Wolkenspiegeling van Emil Nolde (1935) dat Reinhold Würth als eerste aankocht.

75 staat voor de leeftijd van de grote baas zelf, 65 staat voor de leeftijd van het bedrijf.

Reinhold Würth is ervan overtuigd dat zijn bedrijfsfilosofie de enig juiste is. Het succes, de winsten van zijn firma spreken boekdelen. „De medewerker moet er zich thuis voelen”, zegt Würth. „Sommige werknemers hebben geen partner, die vinden hun vrienden hier. Het bedrijf vervangt als het ware de familie. Kunst speelt daarbij een rol. De werknemer wordt met kunst geconfronteerd, krijgt als het ware een nieuw venster op de wereld. Dat is zeer belangrijk voor zijn levenskwaliteit. Bij ons in het bedrijf hangt werk van hetzelfde niveau als in het MoMa in New York.”

Volgens Reinhold Würth zijn de werknemers trots op die kunst, ook al vinden ze het wellicht niet eens altijd mooi. „Ze tonen het in het weekeinde aan hun vrienden. Die zeggen dan: ’Werk jij hier?’. Het geeft sociaal prestige.”

Reinhold Würth zegt dat er een goede interactie is tussen zakendoen en kunst. Zijn firma dankt aan al die aandacht voor kunst een kosmopolitisch imago.

Würth: „Kunst geeft ons ook een menselijk gezicht. Dit bedrijf is niet alleen uit op de verkoop van schroeven, denkt men, maar zorgt ook goed voor zijn personeel en doet met het tonen en bevorderen van al die kunst ook veel voor het publiek. Zo’n dertig, veertig jaar geleden waren we niet anders dan andere bedrijven. Daarna namen we door onze bemoeienis met kunst ruim afstand van de concurrentie, wonnen wij de race ruimschoots.”

Reinhold Würth heeft een passie voor beeldende kunst, maar zegt dat hijzelf van klassieke muziek nog velen malen meer kan genieten. „Die vult de ziel tienmaal meer dan ieder kunstwerk doet.”

Ook al telt zijn verzameling een ruime verscheidenheid aan werken uit deze en vorige eeuw, Reinhold Würth heeft zeker zijn voorkeuren. Hij is zeer onder de indruk van het werk van Gustav Klimt in het Weense Burgtheater. Het is helaas niet te koop.

Wel is hij zeer in z’n nopjes met de aankoop van de verzameling Fürstenberg, die nu permanent in het kerkje van Schwübisch Hall hangt.

Een grote fan is hij van het kunstenaarsechtpaar Christo en Jeanne-Claude: „Ik hou van hun monumentaliteit. Ik vloog naar Parijs toen zij de Pont Neuf inpakten. Bij de Reichstag in Berlijn was ik drie keer aanwezig. Ook ging ik voor Christo naar New York. Tolle Eindrücke, ongelooflijk mooi.”

Minder te spreken is hij over Joseph Beuys. Nee, daar valt Würth niet op.

Würth wil zijn kunst niet verkopen. Het is bedoeld om te laten zien aan zijn werknemers en aan het grote publiek. Hij leent het wel uit aan musea als het past in een of andere tentoonstelling.

Zijn 12.500 werken zijn openbaar voor iedereen. Als het bedrijf veel winst maakt wordt er meer aangekocht, in de huidige crisistijd is er niet zo veel gekocht.

En wat als het wat minder gaat met het bedrijf? Würth geeft toe: „Al die kunst met haar enorme waarde geeft je ook een veilig gevoel, het kan een laatste toevlucht zijn.” Maar voorlopig gaat de firma Würth door met haar kunstbeleid. Dochter Bettina neemt op dat punt het stokje van vader Reinhold over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden