'Kunnen we met jouw auto naar de plek waar hij gestolen is?'

Correspondent Niels Posthumus werd opeens onderdeel van de criminaliteitsstatistiek van Zuid-Afrika toen hij werd overvallen. 'Misdaad loont als ze niet wordt bestraft.'

Wat had ik met terugwerkende kracht graag gearresteerd willen zijn. Ik werd aangehouden bij een standaardcontrole toen ik township Emdeni inreed, onderdeel van Soweto, ten zuidwesten van Johannesburg. De agent vroeg om mijn rijbewijs.

"Dat is geen Zuid-Afrikaans rijbewijs", zei hij met dollartekens in zijn ogen. "Waar is je paspoort?"

Ik gaf hem de kopie die ik altijd bij me draag. "Nee, je echte. Die heb je niet bij je? Dan zal ik je moeten arresteren."

Geen paniek, zo gaat het vaker, het is slechts een manier om wat geld los te krijgen, wist ik. Ik gaf hem ook een kopie van mijn visum, waarop staat dat ik als journalist werkzaam mag zijn in Zuid-Afrika. De agent keek op met een cynische glimlach. "Journalist dus? Houd je van je werk? Ik ook. Ik houd ervan mensen te arresteren."

Gewoon blijven lachen, dan is hij het vanzelf zat. Het werkte. Na een minuut of vijf greep één van zijn collega's in. "Laat hem nou maar doorrijden."

Ik was vrij als een vogel, maar twee uur later belde ik wel hevig tranend het politiealarmnummer.

Ik was mijn auto kwijt. Ik was na het oponthoud aangekomen bij het huis in Emdeni waar ik twee kennissen bezocht. Opeens kwamen er mannen binnenrennen. Voor ik het wist, had ik traangas in mijn ogen, stond ik verblind in een hoek gedrukt en hoorde ik de overvallers zeggen dat ze mij zouden vermoorden als ik mijn autosleutels niet gaf.

Zo snel als ze waren binnengekomen, waren ze ook weer weg. Met mijn auto. Ik belde het alarmnummer, legde uit dat ik was overvallen en vroeg de politie zo snel mogelijk te komen.

Een uur later kon ik weer zien, maar zat ik nog altijd alleen met twee huilende kennissen buiten op de stoep. De politie was niet gearriveerd.

Zuid-Afrika is één van de landen met het hoogste criminaliteitscijfer ter wereld: ruim 16.000 moorden het afgelopen jaar, nog eens ruim 16.000 pogingen tot doodslag, meer dan 60.000 straatovervallen en bijna 18.000 overvallen thuis. Eén op de 2.800 Zuid-Afrikanen wordt jaarlijks thuis overvallen, één op de 840 mensen op straat. Vanaf nu ben ik onderdeel van zo'n statistiek.

Alcohollucht

Hoe is het toch mogelijk dat Zuid-Afrika zijn criminaliteitsprobleem maar niet onder controle krijgt? Ik stelde de vraag aan Zuid-Afrikaanse vrienden én criminaliteitsexperts. "Incompetente politiemacht", luidde het antwoord meestal. "Waar misdaad zelden wordt bestraft, loont zij."

De buren boden aan me naar het politiebureau te brengen. Ik hoefde niet te verwachten dat de politie ooit nog naar het plaats delict zou komen, klonk het cynisch.

Eenmaal in bureau Naledi in Emdeni kwam een alcohollucht me tegemoet. De agent in uniform achter de balie kon alleen overeind blijven door tegen de muur aan te leunen. "Ik weet waarvoor je komt", zei hij met dubbele tong. Hij had geen idee.

Gelukkig kwam een tweede agent assisteren. Ik zou worden geholpen, maar moest een uur-tje wachten. Er was geen rechercheur aanwezig. Ik ging naar buiten om te roken. Op de parkeerplaats stond een arrestantenwagen. Door de tralies heen probeerden drie opgepakte mannen mijn aandacht te krijgen. "Heb je een sigaret voor ons?" Aangehouden voor marihuanabezit, had ik gehoord.

Ik schudde nee, en zag opeens iemand van buiten het politiebureau de parkeerplaats op rennen. Hij opende het slot van de autodeur aan de buitenkant. De drie mannen sprongen eruit en renden weg.

"Jullie verdachten ontsnappen", stamelde ik nadat ik het bureau in was gerend. Drie agenten keken op. "Nee hoor, dat kan niet", kreeg ik als antwoord. "Jawel echt, ze rennen nu weg!" De drie keken me hoofdschuddend aan.

Pas minuten later stond een agente op, liep naar buiten en riep verbaasd uit: "De verdachten zijn ontsnapt." Ik kon een sarcastisch lachje niet onderdrukken. De politievrouw zag er de grap niet van in. Boos draaide ze zich om. "Heb jij de autodeur soms opengemaakt?"

Ik keek haar ongelovig aan, maar had geen tijd te antwoorden. Eindelijk kwam een rechercheur binnen. "We moeten naar de plek waar je auto is gestolen", zei hij. "We hebben alleen weinig politieauto's beschikbaar op het moment. Kunnen we dus misschien met die van jou naar de plek?" Ik wenste vurig dat hij een grapje maakte.

Het probleem in Zuid-Afrika is dat de politiemacht in het land getalsmatig omvangrijk lijkt, maar voor het grote aantal misdaden feitelijk klein is. En niet alleen aan agenten bestaat een tekort. Ik kon, toen ik na vijf uur eindelijk bij bureau Naledi mocht vertrekken, bijvoorbeeld geen kopie van mijn handgeschreven proces-verbaal meekrijgen. "Sorry, ons kopieerapparaat is kapot."

Het maakt dat een laag percentage van alle moorden en overvallen wordt opgelost. En het is lastig agenten hun incompetentie te verwijten. Er is weinig geld om hen goed te trainen, inhoudelijk noch fysiek. Een opvallend groot aantal Zuid-Afrikaanse politieagenten lijdt aan overgewicht.

Politiebureaus in arme delen van het land, zoals bureau Naledi, hebben daar het meest last van - in rijkere wijken is het beter. Maar waar agenten het hardst nodig zijn, ontbreekt controle van bovenaf en expertise. Het werkt apathie en corruptie in de hand.

De gemiddelde Zuid-Afrikaan ziet de politie daardoor bepaald niet als zijn beste vriend. En de statistieken geven hem gelijk. Jaarlijks schieten Zuid-Afrikaanse agenten (per ongeluk) meer dan 500 burgers dood. Wie een bon vraagt bij een bekeuring - om te voorkomen dat de diender het betaalde bedrag in eigen zak steekt - wordt vaak opeens zijn zonden kwijtgescholden. De laatste twee nationale hoofdcommissarissen moesten opstappen vanwege corruptieverdenkingen.

Maar de zender die ik bij aankoop in mijn auto had laten installeren, betaalde zich uit. Drie dagen na de overval werd ik gebeld door een privaat opsporingsbedrijf. Mijn auto was gevonden. Het bedrijf had eerder op de dag signalen ontvangen dat mijn auto richting Kroonstad was gereden. Daar, ruim 200 kilometer ten zuiden van Johannesburg, was de politie gealarmeerd. Die had een controlepunt opgezet, en daar was mijn auto met twee verdachten erin klem gereden.

Verkeerde houding

Ik was opgelucht. Met enige private hulp kon ik wellicht toch op de Zuid-Afrikaanse politie rekenen. Van het opsporingsbedrijf kreeg ik een nummer dat ik moest bellen om mijn auto terug te krijgen. Agent Tshabololo las ik in een mailtje. Ik belde op.

"Nee, je auto krijg je voorlopig niet terug", hoorde ik. "Dat gaat nog héél lang duren. Er moet eerst onderzoek op worden verricht." Pogingen om een tijdsindicatie te krijgen, liepen op niets uit. De hoorn werd op de haak gegooid.

Liefst vier politiebureaus bleken bij de zaak betrokken: Kroonstad (waar mijn auto was gevonden), Welkom (dat het hoofdkantoor in die regio is), Naledi (waar mijn auto was gestolen) en Lenasia (dat gespecialiseerd is in autodiefstal). Het laatste bureau belde. Agent Zuma aan de andere kant van de lijn wilde dat ik de twee gearresteerden zou komen identificeren in een klassieke line-up.

We spraken af op zaterdag, twee weken na de overval. Ik moest er opnieuw voor naar Emdeni, heen en terug twee uur rijden. Eenmaal bij bureau Naledi aangekomen, keek men me raar aan. Van agent Zuma hadden ze er nog nooit gehoord. Ik kon hem maar beter even bellen.

"Ja sorry", klonk het onverschillig aan de andere kant van de lijn. "Het gaat niet door vandaag. Ik kon het je niet laten weten. Ik had geen beltegoed. We doen het nu dinsdag." Ik antwoordde dat dit onmogelijk was, omdat ik doordeweeks aan het werk ben. Boos hing de agent op.

Ik stuurde hem een sms'je, waarin ik schreef dat ik eerst mijn teruggevonden auto wilde zien, alvorens ik mij zou wagen aan een identificatie van de verdachten. Agent Zuma was razend. "Jij hebt een verkeerde houding ten opzichte van de politie", brieste hij. "Besef jij wel dat je je auto zonder ons helemaal niet had teruggehad?"

"Maar ik heb hem niet terug, dat is nu juist het probleem", antwoordde ik. Morrend ging hij uiteindelijk, na tussenkomst van de openbaar aanklager, akkoord mij eerst naar Kroonstad te brengen.

En daar stond hij. Het was inderdaad mijn auto. In perfecte staat. Hij stond te glimmen in de zon op de parkeerplaats van politiebureau Kroonstad, zo'n twee uur rijden van Johannesburg.

Men leek verheugd dat de zaak verder kon. "Maar reken er niet op dat je je auto terugkrijgt", kreeg ik van meerdere agenten te horen. "Dus vertel me: voor hoeveel wil je hem aan mij verkopen?"

Ik antwoordde dat ik gewoon mijn auto terug wilde. Maar dat bleek, na ruim tien weken wachten, ijdele hoop. De politie weigerde hem vrij te geven. Mijn verzekering deelde mee dat ze mijn auto daardoor niet kon retourneren en hem total loss zou verklaren. Ik kreeg de dagwaarde uitgekeerd. Mijn auto zou bij opbod worden verkocht - waarschijnlijk voor die magere dagwaarde, ver onder de marktprijs. Ik vroeg me af of agent Zuma er over een paar dagen in rond zou rijden.

Opgelicht

Ondertussen had ik, zoals afgesproken, wel meegewerkt aan de identificatie van de verdachten. Daarvoor moest ik naar Carltonville, opnieuw twee uur rijden. Maar de twee mannen die mij hadden beroofd, stonden niet in de rij van veertien criminelen die ik door het spiegelglas bekeek.

"Dan klopt hun verhaal dat zij de auto slechts hebben gekocht in Soweto", zei Zuma. Daarmee was de zaak voor hem gesloten. Niet opgelost, maar verder geen onderzoek meer nodig.

Heel even wilde ik nog voorstellen dat de politie de twee kopers zou vragen waar zij mijn auto op de kop hadden getikt. Om op die manier het spoor te herleiden naar de overvallers. Maar ik zag in de ogen van agent Zuma dat zo'n suggestie geen schijn van kans zou hebben. Te veel werk in een land waar vele duizenden auto's per jaar verdwijnen.

Auto kwijt, daders niet gepakt. Na tien weken vond ik mijzelf terug in een huurauto, op weg naar tweedehandsdealers. Ik kocht een oranje Peugeot. Maar ik bleek opgelicht. Al na een paar weken begon de wagen te haperen. Na een maand wist ik dat ik beter een nieuwe kon kopen.

Maar wat te doen met die Peugeot? Ik had er vrij veel geld voor betaald en wilde dat uiteraard liever niet allemaal verliezen. Iemand anders onder valse voorwendselen met zo'n probleemauto opzadelen, leek mij echter ook niets. Ik vroeg advies bij een garage om de hoek.

"Is hij goed verzekerd?" Ik antwoordde bevestigend. "Laat hem dan gewoon stelen", zei de man van de garage. "Ik heb een vriend die dat doet voor 5000 rand (circa 375 euro, red.). Hij laat hem verdwijnen, jij krijgt zeker 30.000 rand van je verzekering."

Heel even twijfelde ik. Het zou een oplossing zijn voor mijn probleem. En de politie en mijn verzekering een loer draaien, nadat zij mij hadden afgescheept met die dagwaarde, klonk niet onaardig.

Ik besloot het uiteindelijk niet te doen. Maar het feit dat ik het voorstel serieus overwoog, geeft aan wat een corrupt en disfunctioneel politieapparaat met een samenleving én een individu doet. Waar misdaad zelden wordt bestraft, loont zij voor criminelen inderdaad; maar waar de politie haar gezag en respect verliest, wordt immoreel gedrag opeens voor iedereen een stuk aantrekkelijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden