Kunnen we een stadscentrum plannen?

Vorige week stond in de Frankfurter Allgemeine Zeitung een artikel dat opende met de volgende vragen : waarom zijn eigenlijk onze oude Europese steden mooier dan alles wat planologen en architecten sinds de Tweede Wereldoorlog aan nieuws hebben ontwikkeld? Is dat normaal? Zijn steden eenvoudig niet te plannen?

Die vragen stelde ik mezelf ook toen ik even ging kijken bij het nieuwe centrum in aanbouw van Leidsche Rijn, de grote vinexwijk naast Utrecht, die al machtig veel inwoners kent, maar nog geen hart. Nu ja, een groen hart misschien, want het Máxima Park is er zeer geliefd. Maar een stadscentrum ontbreekt.

Dat centrum is tegen de A2 aan gepland, de snelweg die hier onder een overkapping verdwijnt. Er bovenop is al een doos neergezet van een bioscoopcomplex en een langgerekte strook die Berlijnplein heet en die voor evenementen gereserveerd lijkt.

Zo'n evenement stond er gisteren ook opgebouwd, iets met tenten en theater, maar ik was er zo vroeg dat de artiesten er nog half slaperig uit hun caravans kwamen gekropen.

In de lokale krant viel te lezen dat het festival nauwelijks publiek trok, en dat dat kwam omdat de hardwerkende mensen uit de wijk 's avonds liever thuis zaten met de benen op tafel, maar dat leek me eerder de bevestiging van het hardnekkig vooroordeel dat er in vinexwijken vooral geslapen wordt.

Vinexbewoners hebben natuurlijk dezelfde behoeften als de bewoners van oude binnensteden; in ieder geval de behoefte om te verblijven in een aangename publieke ruimte. Zo'n ruimte biedt een oude binnenstad, maar kan de naoorlogse mens die ook scheppen in een nieuwe omgeving?

Aan Leidsche Rijn Centrum is dat nog niet af te lezen; de bouwblokken schieten langzaam, veel beton en staal met zich meevoerend, de hoogte in, langs de contouren van kaarsrechte straten die naar fraaie Europese steden zijn vernoemd.

Maar blokken en rechte lijnen, dat zijn al voorboden van een koppig misverstand, waarin een ontwerp van de publieke ruimte lijkt te ontbreken. De schrijver van het FAZ-artikel, prof. Christoph Mäckler, leidt zelf een groot architectenbureau in Frankfurt en noemt die publieke ruimte juist de grootste verworvendheid van de oude Europese stad. Hij somt fraaie straten en pleinen op, het Piazza della Signoria in Florence, de Ramblas en zijstraten in Barcelona, het Parijs van Haussmann, het Place des Vosges, Rome's Piazza Navona en zelf zou ik er de Brink van Deventer aan toe voegen.

Leidsche Rijn Centrum heeft straks het Hof van Bern. Op het 'winkelroutingsplan' staat er alleen maar Heart of the Centre achter. Het Brusselplein is de Eat, Meet & Greet Area. De Parijsboulevard is er voor Fashion and Blurring (?) Concepts. De Praagpromenade is een Personal Cluster.

Je voelt waar het misgaat: hier groeit niets organisch, maar wordt gepland naar functionaliteit. Het centrum is vooral een winkelcentrum. de bouwblokken hebben parkachtige binnenruimtes. de straten - dragers van de publieke ruimte - zijn restruimtes, waarlangs verkeer wordt geleid. Maar juist daar wil de mens kunnen verblijven, de publieke ruimte - citeert Mäckler - is het verlengde van je woonkamer.

Zoals de Brink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden