Kunnen religie en geweld samengaan?

De moordenaar in Londen motiveerde zijn gruweldaad met een religieus-politiek verhaal. In Syrië staan diverse godsdienstige groeperingen elkaar naar het leven. Bestaan er godsdienstoorlogen of draait alles om economische en andere macht?

Gerard de Korte
De eigen christelijke bronnen zitten vol met geloofsgeweld. Denk aan de Israëlieten in het Oude Testament, die opdracht krijgen de Kanaänieten te verdelgen. Het christendom is in dat opzicht niet uniek. Alle godsdiensten hebben gewelddadige teksten. Het christendom heeft op verschillende manieren geleerd daarmee om te gaan. Er is bijvoorbeeld de Christocentrische uitleg van het Oude Testament, waarbij alle uitspraken moeten voldoen aan het leven en evangelie van Jezus. Verder hebben christenen de hermeneutische methode ontwikkeld. Ze plaatsen teksten in de context van de tijd en zonodig zetten ze ze tussen haakjes. Bovendien kent het christendom ook een pacifistische trek. Wie het zwaard opneemt zal erdoor vergaan, zegt Jezus tegen Petrus als die het oor van een soldaat heeft afgehakt. Jezus was zelf geweldloos. Door zich niet te verzetten tegen zijn kruisdood bracht hij anderen tot inkeer.

Jezus zei dat wanneer je een klap op je linkerwang krijgt, je de rechter moet toekeren. Dat is een wereld van verschil met Lamech die in Genesis zegt: "Krijg ik een schram dan dood ik een kind." Voor moslimtheologen ligt het moeilijker als ze religieus geïnspireerd geweld moeten veroordelen. Ze hebben niet dezelfde vorm van Schriftkritiek.

Christelijke theologen hebben vanaf het begin met het geweldsvraagstuk geworsteld. Nadat het christendom in de vierde eeuw staatsgodsdienst was geworden heerste er teleurstelling. De hoop was dat christenen nooit oorlog zouden voeren met andere christenen, maar dat gebeurde toch. Helemaal pacifistisch is het christendom overigens nooit geweest, ook niet voordat de keizers christen werden, zoals lang is gedacht. Ook toen dienden christenen in het Romeinse leger. Wel was de verplichte eed op de keizer een probleem. Christenen wezen immers de vergoddelijking van de keizer af.

Kerkvaders als Augustinus en Ambrosius ontwikkelden de leer van de rechtvaardige oorlog. Het doel was indammen van geweld. De leer eiste een streng onderscheid tussen strijders en burgers. Het was verboden om bestaansbronnen van mensen te vernietigen. Verheerlijking van geweld was onmogelijk in het licht van het voorbeeld van Jezus. Geweld was een bewijs van falen, van de gebrokenheid van het bestaan en het was onder de maat van Christus. Later verdwenen die ideeën naar de achtergrond. De kruistochten hadden als leuze 'God wil het', de godsdienstoorlogen tussen protestanten en katholieken waren zeer gewelddadig. Toch waren ook dat geen zuivere godsdienstoorlogen, evenmin als het conflict in Noord-Ierland tussen katholieken en protestanten. Een godsdienst functioneert altijd in een sociaal-politieke context.

De twintigste eeuw met zijn wereldoorlogen heeft een diepe impact gehad op het denken van christenen over geweld. Karl Barth zei al naar aanleiding van de Eerste Wereldoorlog: "Wij hebben God niet te spannen voor het karretje van onze oorlogspolitiek." Het Tweede Vaticaans Concilie bracht bij katholieken een ontkoppeling van geloof en geweld. Voortaan was het niet meer mogelijk om geweld met een beroep op God te rechtvaardigen. Dat was ook de boodschap van paus Benedictus in zijn beroemd geworden redevoering in Regensburg in 2006. Hij wilde andere godsdiensten uitnodigen om dezelfde scheiding tussen geweld en geloof aan te brengen. Geloof moet vrij zijn, kan nooit met geweld worden afgedwongen. Door een ongelukkig citaat over de islam ging die boodschap helaas grotendeels verloren."

Gerard de Korte is de rooms-katholieke bisschop van Groningen-Leeuwarden

Matthias Smalbrugge
Tegenwoordig is het mode om te zeggen dat godsdienstoorlogen niet bestaan. Ik ben het daarmee oneens. Godsdienst kan net als vroeger een reden of een rechtvaardiging zijn om oorlog te voeren.

Je hoort vaak dat de motieven voor oorlog en ander geweld economisch en politiek zijn. Maar neem de massamoord op Franse protestanten in 1572, in de Bartholomeusnacht in Parijs en daarna in heel Frankrijk. Er speelde een politieke kwestie: het verlangen naar nationale eenheid die in het denken van toen ook inhield dat je één godsdienst moest hebben. Het besluit tot de massamoord was een politieke afweging maar de vraag welke religie de voorkeur verdiende was wel degelijk belangrijk.

Elke oorlog zoekt een legitimering. Als je Irak binnenvalt zeg je dat je dat doet om democratie te brengen. Een eventuele inval in Syrië zou je waarschijnlijk een humanitaire interventie noemen. Met zulke legitimeringen klinkt het beter aanvaardbaar. Ook een godsdienst kan een overtuigende legitimering bieden. Splits niet alles op in economische, politieke of tribale drijfveren. Negeer de religie niet.

De grote religies hebben zelf ook nooit afstand gedaan van geweld. Binnen het christendom vormen de quakers en de doopsgezinden met hun pacifisme een minderheid, ze zijn niet de hoofdstroom. Zelfs Jezus zegt nergens dat je altijd en overal het zwaard moet opbergen. Nooit wordt er gezegd dat geweld altijd uit den boze is. Ook het christelijke godsbeeld heeft gewelddadige trekken, ook het laatste oordeel is bepaald niet geweldloos. Je kunt dan moeilijk verbaasd zijn wanneer gelovigen geweld een begaanbaar pad vinden. Geweld is één van de uitingen van het menselijke bestaan. Dat moslims religie ervaren als een drijfveer is navoelbaar.

Vooral jongeren kunnen religie als een houvast ervaren. Dat geldt zeker voor mensen die ogenschijnlijk niets te verliezen hebt, zoals je er nu veel hebt in de Arabische wereld als gevolg van de revoluties, die vooralsnog niet meer vrijheid maar juist meer knechting lijken te hebben gebracht.

Maar ideële motieven, waaronder religie, kunnen ook belangrijk zijn voor mensen die wel veel hebben te verliezen. Verzetsstrijders hadden in de Tweede Wereldoorlog ideële motieven. Hoeveel van hen zijn er niet met bijbelteksten op de lippen gestorven? Een mens leeft niet bij brood alleen. Je gelooft ergens in. Dat hoeft niet per se een godsdienst te zijn, ook communisten geloofden in iets, ook zij zaten in het verzet en kwamen daar bijvoorbeeld de gereformeerden tegen.

Als het gaat om leven en dood dan sta je op een grond die niet meer met een laatste ratio te verklaren valt. Op grote momenten krijgt de ratio een redenering niet meer sluitend. Je moet later natuurlijk wel terug naar de ratio en uitleggen wat je hebt gedaan. Maar de grote beslissingen zijn niet zuiver rationeel.

Religie behoort tot de ideële motieven van mensen. Een godsdienstige legitimering van een oorlog is geen vlag op een modderschuit. Een mens is meer dan een economisch wezen, je kunt hem niet reduceren tot een consument. Een mens wordt gedefinieerd door zijn overtuigingen. Hoe zou Nelson Mandela het al die tijd hebben volgehouden, als hij geen ideëel motief zou hebben gehad?"

Matthias Smalbrugge is predikant van de Protestantse Kerk in Nederland in Aerdenhout en hoogleraar kerk en cultuur aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden