Kune Biezeveld 1948-2008

Als ze kinderkleding naaide, moesten de ruitjes op elkaar aansluiten. Ook als theologe hield Kune Biezeveld van doorlopende lijnen. Ze wilde het beeld van God verruimen.

Bij het woord moeder kon Kune Biezeveld aan wel drie vrouwen denken. Aan haar eigen moeder, die stierf toen Kune pas negen maanden was en aan wie ze daarom geen herinnering had. Aan Janny van Empel-van Pienbroek, de weduwe die daarna voor haar zorgde. Aan de tweede vrouw van haar vader.

De invloed van haar echte moeder, hoe kort die ook in haar leven aanwezig is geweest, was groot. Zo was die hervormd, terwijl de vader van Kune, notaris in Den Haag, van huis uit niet kerkelijk was. Wel waardeerde hij Kune’s belangstelling voor geloof en theologie zeer.

Maar niet alleen haar overleden moeder, ook de weduwe die voor haar had gezorgd, heeft haar onbedoeld en nogal toevallig op het spoor van de theologie gezet. Deze vrouw hertrouwde later met Miskotte, de grote theoloog. Kune Biezeveld heeft altijd contact gehouden en kwam zo bij Miskotte thuis. Bij wijze van spreken zou ze als meisje bij hem op schoot gezeten kunnen hebben. In dat geval had ze hem vast verteld over het zomerkamp van de NCSV, waar ze The Lord is my shepherd zong en het christelijk geloof in zich voelde groeien.

Natuurlijk ging ze na het gymnasium theologie studeren. In Leiden luisterde ze naar de colleges van Berkhof, de autoriteit op het gebied van dogmatiek, het vak dat ingaat op de relatie tussen God en mens. Zo raakte ze gefascineerd door de vraag, hoe mensen denken dat God is.

De gangbare antwoorden waren haar te beperkt. Het beeld van God als een bedachtzame vader, zonder lichaam en boven natuurwetten verheven, deed de Schepper volgens haar tekort. Maar Kune Biezeveld had eerst nog andere taken te doen voordat ze dit kon uitwerken.

Na haar studie werd ze gemeentepredikant, in Zandvoort. Als alleenstaande vrouw was ze niet de traditionele dominee die een partner meebrengt naar de pastorie, zodat er voor de prijs van een, maar liefst twee mensen aan de slag gaan in de gemeente.

In haar tweede gemeente, Voorthuizen, leerde ze de zendingspredikant Reinier Beltman kennen, gescheiden en met jonge kinderen bij zich. Zo werd Kune Biezeveld op haar 36ste zomaar moeder van meteen drie kinderen. De jongste was vijf.

Ze zegde haar baan als predikant op en ruimde alle tijd in voor de kinderen. Nog vertellen haar vrienden hoe serieus ze het moederschap aanpakte.

Zo ging ze met de naaimachine naar les, om zelf kinderkleren te maken. Geen makkelijke jackjes die snel in elkaar zaten, nee, ze had geruite stof uitgekozen voor een lange broek en daarbij moest de ruit bij de naden zo aansluiten dat de strepen doorliepen. Het was een gelukkig huwelijk, zeggen vrienden en collega’s. Twee theologen, met allebei een eigen werkterrein, allebei een eigen werkkamer ook.

Toen de kinderen groter waren, ging ze werken als ziekenhuispredikant in Gooi-Noord. Daar merkte ze dat ze meer werk wilde maken van de studie van naar wie God is, wat God voor mensen betekent en hoe de wetenschap van de theologie daar over schrijft. In die jaren was ze het werk van de Amerikaanse Mary Daly gaan lezen, de radicale feministe dat brutaalweg zei dat God misschien wel een moeder was.

De Leidse theoloog Ted van Gennep kwam eind jaren ’80 met het boek ’De terugkeer van de verloren vader’, waarin hij schrijft dat het vaderschap van God heilzaam is voor mensen, al moeten we het niet helemaal letterlijk nemen. Dat vond Kune Biezeveld te gemakkelijk gedacht. In haar rijpte het plan om het beeld van God als moeder van Mary Daly te combineren met de vader-God van Ted van Gennep en daar een proefschrift over te schrijven.

Als Kune Biezeveld een plan had, dan voegde ze de daad bij het woord. Ze meldde zich aan en ging aan de slag. Bescheiden, onopvallend, mengde ze zich in het groepje medepromovendi. Maar als iemand dacht dat haar opvattingen niet zo belangrijk waren, omdat ze zichzelf op de achtergrond hield, dan maakte Kune Biezeveld duidelijk dat ze goed wist wat ze wilde en dat het wel degelijk van belang was om het bestaande beeld van God te verruimen.

Voor haar proefschrift, ’Spreken over God als Vader. Hoe kan het anders?’ uitgekomen in 1996, kreeg ze brede waardering. Zo radicaal als de Amerikaanse Mary Daly, die met haar beeld van God buiten de grenzen van het christendom was gekomen, wilde Kune Biezeveld niet zijn. Ze wilde vasthouden aan de christelijke traditie, maar deze wel uitbreiden.

Bijvoorbeeld met het verhaal over Asjera, een godin die in het oude Israël vereerd werd. Een restant van een moeder-god, of in ieder geval van een voorstelling van God als vrouw, met een lichaam om te baren. Zo’n flard van een oud godsbeeld verrijkt het bestaande beeld, vond Kune Biezeveld en ze daagde collega-theologen uit om de geaccepteerde voorstelling van een bedachtzame vader-God, waarin die zichzelf misschien wel makkelijk konden herkennen, te verbreden.

Het leverde haar een hoogleraarschap op aan de Protestantse Theologische Universiteit in Leiden. Haar talent als consciëntieuze wetenschapper werd ook internationaal erkend. De voorstelling van Asjera werkte ze net zo nauwgezet uit als ooit die lange broek met ruitpatroon. De lijnen moesten doorlopen.

In de Verenigde Staten gaf ze lezingen aan de American Academy of Religion. In Nederland leidde ze het IWFT Vrouwennetwerk Theologie, en andere organisaties rond vrouwenstudies theologie, zoals het Noster Dwarsverband. Als een coach aan de zijlijn stimuleerde ze vrouwen het vakgebied mee te ontwikkelen. Daarbij was de computer haar grote vriend. Ze was een pionier met powerpointpresentaties en stuurde iedereen mails, ook met advies over films die nodig bekeken moesten worden. Ook via de mail dirigeerde ze theologes tot overleg. Nogal een regisseur, maar vooral via de digitale lijnen. En omdat ze veel ruimte gaf, met grote wijsheid conflicten oploste en mensen na een grapje zo even kon aankijken, was ze erg geliefd.

Ze had een opzet gemaakt voor een nieuw boek, over die oude voorstellingen van God, uit de tijd van voor de bijbel. ’Als scherven spreken’, moest dat heten. Waarmee ze, voor de goede verstaander, verwees naar het boek van Miskotte: ’Als de goden zwijgen’.

Toen werd ze ziek. Alvleesklierkanker. Ze schrapte het plan voor het boek, liet zich opereren. Maar vrienden en collega’s, zoals Gerrit de Kruijf, hoogleraar in Leiden, haalden haar over om toch aan het boek te werken. De Kruijf, die haar gedegen werkwijze kent en haar kennis, stelde voor dat ze alles gewoon zo zou opschrijven, zonder nog een boek in te zien. Ziek en wel is ze daaraan begonnen. De tijdsdruk gaf haar de ruimte om vrij te schrijven.

Ze wist dat de ziekte terug kon komen en dat gebeurde ook. Op het laatste nippertje heeft ze de laatste hoofdstukken nog kunnen voltooien. Het boek zal op 6 november gepresenteerd worden. Tussen het schrijven door hield ze ook nog op een dag haar vierde kleinkind in de armen.

Als lied voor de begrafenisdienst had Kune Biezeveld zelf The Lord is my shepherd gekozen. Collega Gerrit de Kruijf preekte. Hij had een tekst gekozen over een jonge vrouw die zou baren, een tekst uit het bijbelboek Jesaja. Een passende tekst voor de vrouw die moeder was zonder gebaard te hebben. Vruchtbaarheid, zegt collega Akke van der Kooi, is altijd een belangrijk thema geweest in het werk van Kune Biezeveld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden