Kun je nagaan: een koptelefoon noem ik modern

De gedichten van Lloyd Haft verschenen bij uitgeverij Querido.

Nogmaals probeerde Haft uit te leggen dat z'n gestel tijdelijk ondermijnd was en dat uitgerekend heftige pepers daar geen verandering ten goede in zouden brengen. Toen was de verbazing van z'n Chinese gastheren compleet: juist omdat hij buikpijn had was hij naar een aparte tafel gedirigeerd en waren hem pepers voorgeschoteld. Die pepers zijn immers dé remedie tegen buikpijn; dat weet zelfs elke baby in Sichuan! Haft legde maar niet meer uit dat hij baby noch Chinees is.

Meteen bij aankomst in China - en Taiwan, dat hij vaker bezocht - overviel hem die verpletterende hoeveelheid van andere mensen, en de gewaarwording dat hij alleen raciaal al verschilde. In de Volksrepubliek was het ingewikkeld en gevaarlijk om met mensen te praten; op straat volgden Chinezen hem, schielijk de deun van The Voice of America fluitend om te achterhalen of hij nou provocateur of achteloze buitenlander was.

Taiwan was toegankelijker, hij kon daar gemakkelijk de Chinese poëzie en proza vinden die hij zocht, maar betrad hij een Taiwanees restaurant en merkte het personeel dat hij Chinees spreekt, dan werden hem de oren van het hoofd gevraagd: waar komt u vandaan, hoe lang blijft u, wat vindt u van Taiwan? Of informeerde een taxichauffeur of zijn Taiwanese dochter - in ruil voor de ritprijs - bij hem op de universiteit in Nederland kon worden geïntroduceerd.

Haft wil eigenlijk liever niets dan goeds over de Volksrepubliek en over Taiwan vertellen, maar de dag waarop oost en west elkaar zullen ontmoeten, gloort voorlopig nog niet. Oost staat nou eenmaal voor het collectieve, het saamhorige, waarin het individu zich aan de groep heeft aan te passen of juister: zich traditiegetrouw vrijwillig aanpast. Haft: “Freud beschreef sociale aanpassing als iets waarvoor het individu een zware prijs moet betalen, maar in de Chinese samenleving wordt aanpassing als 'goed', als 'geborgenheid' ervaren. Als westerlingen hebben wij minder moeite met individuele verbeelding.”

Als sinoloog aan de universiteit van Leiden is Lloyd Haft oosters georiënteerd en ondertussen meervoudig westerling: hij werd geboren in het Amerikaanse Wisconsin, studeerde sociologie en linguistiek, begon op eigen houtje Chinees te leren, ontmoette een Nederlandse die zijn vrouw zou worden en die hem overhaalde om in Leiden Chinees te gaan studeren en doceren. Veel moeite kostte haar dat niet, de Amerikaan Haft had toch al affiniteit met Europa. Inmiddels woont hij, als genaturaliseerd Nederlander, sinds 20 jaar in Oegstgeest. Hij voelt zich 'in genen dele Chinees', hij heeft geen heimwee naar Amerika, ook al komt hij 'niet meer los van de taal en beeldenwereld' van z'n jeugd. Ongeveer één keer per jaar bezoekt hij zijn moederland, en verbaast zich dan toch steeds weer over de levende stereotiepen: “De Amerikanen hebben weinig besef van traditie, ze zijn zo toekomstgericht, zelfs 'het nu' is nog op weg naar 'het komende'. Amerikanen zijn zo onbekend met wat de mensheid al gedaan heeft, daarom lopen ze de godganse dag ook zo verschrikkelijk hard.”

Over Nederland wil hij slechts twee minpunten kwijt, en die zijn in dit 'land van mest en mist, van vuile, koude regen' al genoegzaam bekend: een te grote bevolking en een afschuwelijk klimaat. “Al die dingen die Nederlanders van zichzelf vinden, provinciaals, bekrompen, vallen nogal mee. Je hebt overal bekrompen mensen. In tegenstelling tot Amerika bezit Nederland wel degelijk het besef niet het enige landje ter wereld te zijn. Ik vind het wel jammer dat Nederlanders de laatste jaren ook al gehaaster en gejaagder zijn geworden.”

Zijn fysieke verschijning alleen al verraadt een afkeer van alles wat met vaart, hijg & haast te maken heeft: innemend bescheiden oopopslag, gewogen formulerend, een donkerbruine stetson op het hoofd; als je je ogen op een kiertje zet ontwaar je onmiskenbaar een dichterlijke levenshouding. (“Die hoed is overigens vooral voor de kou bestemd hoor, hij symboliseert geen drang naar datgene wat zonder tastbaar resultaat iets oplevert; naar die schone kunst der poëzie. Hoewel, het is wel degelijk een kwestie van temperament, ik ben toevallig nogal behoudend van aard.”)

Voor zijn vijfde dichtbundel 'Atlantis' ontvangt Haft volgende week de Jan Campertprijs 1994. “Wie zich onderdompelt in de bundel die naar dit rijk genoemd is, wordt beloond met kleine schatten, subtiele taalvondsten en momenten van aandacht waarin het lawaai van de omringende wereld even verstomt en plaats maakt voor de zaken op hartshoogte”, aldus het te verwachten juryrapport.

Het personage 'Helga' speelt in 'Atlantis' een belangrijke rol. Petrarca bezong zijn 'Laura', Haft daarentegen heeft zijn 'Helga' nooit in levenden lijve gezien, hij moduleerde haar naar de gelijknamige portrettencyclus van de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth. Haft vergelijkt Wyeth met 'de bijna voelbare, kwetsbare wereld' van Jopie Huisman, 'Wyeth balanceert soms op de rand van kitsch, hij springt je tegemoet, het haar van de vrouw is net vlas, het is heel fysiek'.

Naamloos

Doe er gordijn, deken op dicht

want het licht van deze wereld wil lippen voor zich, monden tot tondel.

Herfstwind, graag vonkende voerder, aast al op de vuurslag van je zo ver reikende hals.

De Engelstalige versie ernaast fungeert eerder als onderdeel van het tweeluik dan als strikte vertaling:

Nameless

Treasure it now in curtain and cover,

now, for the light of this world hunts lips for itself: tenderest of tinder.

Autumn wind, fond wind flash-happy, trapper, sparks down your neck's most answering rise.

Vanaf den beginne - dat is: sinds zijn aankomst in Nederland - experimenteerde Haft met de versvorm. Hij dichtte quasi-haiku's, vrije verzen, 'veel jambische regels die achteraf bezien wat gemakkelijk zijn, als je eenmaal in dat jambische ritme zit, dan ga je maar door.' Of strofen met louter vijf lettergrepen zoals in 'Lapland' uit de bundel 'Wijl wij dansen':

Medemammoeten daar houd ik al lang geen voeling mede (...)

Groeit een sonnet kennelijk uit z'n 14-rimpelige huid, dan gaat Haft niet getalsmatig worstelen. Want wanneer is een gedicht af? De ene keer haalt hij die veertien regels niet, bij de omzetting van het Nederlands naar het Engels kan het Engelstalige sonnet opeens 16 regels krijgen - en wat dan? “Dan heet het maar geen sonnet. Ik hou niet van lange gedichten, ik ben eerder geneigd te kort dan te lang te schrijven.”

Kan een woord wel lelijk zijn, of ligt dat alleen aan de rangschikking of aan het verwarmende/afstotende stemgeluid van degene die het gebruikt? “Ja, er zijn lelijke en dus onbruikbare woorden. In de Helga-reeks staat in het Nederlands en in het Engels:

(...) dat ik de klank, de wiekslag van de gans, de uit de vlucht geslagene niet langer kon onderscheiden van het spinnewiel - (...)

that I could no more tell apart the sound, the fallen out of flight - the wild swan's wing - from where the wheel spun: (...)

De Nederlandse gans is dus een Engelse zwaan geworden. Als je zou zeggen: the goose's wing, dat klinkt voor mij groffer, het klinkt vies ofzo.''

Andersom beseft Haft terdege dat hij op moet passen met lievelingswoorden, er komen nogal wat bomen die zich in het water spiegelen in z'n gedichten voor. Maar ach, hij woont per slot van rekening in Nederland. Hedendaagse begrippen als 'computer', 'auto', 'cd rom' of 'lcd-scherm' zullen z'n gedichten niet snel bewonen, hij wil herkenbaar blijven “voor een lezer van 100 jaar geleden en voor die van over 100 jaar - dat is misschien de Europese instelling. In een sonnet heb ik ergens 'koptelefoon' en 'earphone' gebruikt; dat vond ik al een enorme concessie aan mijzelf. Kun je nagaan: ik noem een koptelefoon modern, terwijl die toch waarschijnlijk al minstens een jaar of zeventig bestaat”.

Haft bezit - dat hoeft nu amper meer vermeld - rijbewijs laat staan automobiel, en tot z'n eigen verbazing kent hij zowaar twee (2) andere mannelijke Amerikanen die zich ook al zonder auto door het leven weten te slaan. Een van hen is weliswaar Nederlander van geboorte en nog dichter bovendien, Leo Vroman, maar dan nog. Met fonkelende ogen: “Dat is wel heel, heel knap hoor!”

Desalniettemin bevalt het hem hoe andere dichters noviteiten in hun werk beschreven, zoals Marsman met de toentertijd opzienbarende Bauhauslamp die als een hijskraan zo elegant zwenkt:

(De Dierenriem

(...) op het bureau een lamp, / het enig wezen dat hem gadeslaat / en dat hem bijlicht als de zee rondom / zo hol en donker naar den hemel gaat / dat hij den oever niet bereiken kan; / de lamp - drie stangen draaiend om hun as / en iedre as doorwentelt een heelal - / de lamp, die knielen kan als een kameel / en rijst als een giraffe.)

alleen zal hij dat zelf nooit 'vanwege de actualiteitswaarde' doen, een te scherp tijdsbeeld past een dichter, past hem niet. “De Amerikaanse dichter Wallace Stevens schreef: 'Niets op de wereld is anachronistischer dan de krant van gisteravond'. Ziedaar het hulpeloze van een krant: zelfs al wil je 'van deze tijd' zijn, dan nog valt die niet te pakken.”

Hoewel hij niet, in de geest van prins Charles, zo gauw een gesprek met een boom zal aanknopen, vormen de rust en de verschijningsvorm van bomen, 'de levende organismen die hemel en aarde verbinden of zoiets dergelijks' het toppunt van inspiratie. Een boom is aan tijd, aan actualiteit ontheven, en geeft een gevoel van iets blijvends, van het buitenalledaagse, het openstaan voor verre mogelijkheden van de geest.''

Nog niet gebundeld sonnet

De zon gaat onder. Aan een overkant roept de meeuw, beroept dit andere ik doorheen het leeg en matte transparant van dag die hier verkleurt uiteindelijk,

roepende: wederzij was er nooit één, enkelvoudig slib waaruit ik beter had kunnen komen dan hier, waar water als steen klaarligt, glad, kleurend al naar ether.

Mijn uitkomsten zijn vele: kurkomwonden mondstukken van vervallen peuken groen zoals de olie, ongebonden vlotters op een donker stil beuken,

veel als ook mijn komsten: lichtplaatsen die golven hier niet doofden, maar weerkaatsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden