KLEIN VERSLAG

Kun je in zoveel lieflijkheid wonen?Is dat lang uit te houden?

Beeld rv

Het gedicht is van Ida Gerhardt. Het heet 'Onvervreemdbaar'. Ik lees het hoog op een blinde gevel in het lieflijke stadje Z.

Het gaat zo:

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen,
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.
Zij waren het van kinds af aan.

Mijn uitzicht is op een prettig verwilderde tuin, omringd door licht verzakkende, afbladderende bouwsels. Een schuurtje, een achterhuis. Het groen reikt tot borsthoogte, twee voetbrede paadjes leiden naar een klein terras en een veranda en naar de overwoekerde muur die de tuin afsluit. Achter een muur een overhangende boom en tussen zijn takken door een kerktoren, die 's nachts wordt aangelicht.

Wat zegt deze tuin?

Hij zegt: ik ben misschien lastig in onderhoud, maar groots in de liefde. Zoals zoveel in het lieflijke stadje Z.

Het leidt een sluimerend bestaan aan de rivier, een sluimeren dat iets weg heeft van een schoonheidsslaap.

Ze bouwen er aan een nieuwe kade, die in al zijn nieuwheid een hard contrast maakt met de statige, oude koopmanshuizen en dat fijne profiel van torens. De rivier ruist er onverschillig langs en zal straks weer de grote schepen hierheen dragen, beladen met toeristen uit Duitsland, en Engeland, en Amerika. Ze zullen, op weg naar Bazel of Rotterdam, door het stadje en zijn markten stommelen, de terrassen vullen, en de musea en de grote kerk met zijn stokoude bibliotheek.

De tijdschriftenman moet dan uitleggen dat zijn Duitse en Engelse kranten een dag oud zijn, want de importeur en leverancier, Van Gelderen, bezuinigt op de transportkosten en wil niet meer dagelijks leveren in dit achterland. Z. mag dan lieflijk zijn, het is niet groot genoeg voor een dagelijkse buitenlandse krant.

Wat me weer bij het lezen brengt.
Het stadje lijkt ervoor geschapen.

De gevels, de stegen, de stilte ertussen, de terughoudendheid in reclame-uitingen, ze bevorderen de beschouwelijkheid, en die verrukkelijke eenzaamheid die bij lezen past.

Uit de oude ringwalburcht is de auto goeddeels verbannen, wat het leven er aangenaam langzaam maakt. Hooguit vliegen af en toe scholieren voorbij, schichtig op hun fietsen, als zwaluwen in duikvlucht.

Ook het vertier kent zijn plaats; geen van de café's of restaurants lijkt uit zijn krachten gegroeid en schouwburg, cultureel centrum en blockbuster bioscoop bevinden zich buiten de muren.

De grootste zaal in de oude binnenstad lijkt me de middeleeuwse burgerzaal, waar nu onder het prachtige gebinte grote werken van een Chinese kunstenaar hangen, toegelicht door een vrijwilliger, die klaarstaat met brochures en drop.

Kun je in zoveel lieflijkheid wonen?
Is dat lang uit te houden?

Het straatlicht is na tienen aangegaan, ik loop over nachtelijke straten en pleinen, langs sluitende eetgelegenheden en zich legende café's. Het is zondagavond. Geen muziek, geen stemverheffing, niets. In het midden van een steeg ligt een kat.

Morgen wordt het rauwer hier.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden