Kuiper leeft niet langer in een roes

TULLE - Op de rustdag had Hennie Kuiper nog zijn hoop op Maximilian Sciandri gevestigd voor het winnen van een etappe in de Tour de France. Op zijn kopman Lance Armstrong kon hij niet meer rekenen; die hield het na de eerste barre week al voor gezien. De woorden van de ploegleider van Motorola waren amper verstorven, of ook Sciandri verzocht de begeleiding om hem naar het vliegveld te brengen.

JOHAN WOLDENDORP

Voor de Amerikaanse ploeg is derhalve weinig meer te verdienen in de Ronde van Frankrijk. Dat is een streep door de rekening van manager Jim Ochowicz, die nog steeds geen hoofdsponsor voor volgend seizoen heeft. Een paar jaar geleden zag het er eveneens dreigend uit voor de wielerstal, maar toen hielpen een paar aansprekende resultaten in La grande boucle het Amerikaanse telecommunicatiebedrijf overstag. “Jim is bezig,” roept Kuiper al enkele maanden achtereen. “Meer weet ik er niet van. En ik bemoei er verder ook niet mee.”

Hoe langer de komst van een nieuwe geldschieter uitblijft, des te moeilijker wordt het uiteraard de jonge, getalenteerde selectie bij elkaar te houden. Axel Merckx, de beide Fransen (Madouas en Thibout), de Nederlandse sprinter Van Heeswijk en uiteraard Armstrong zijn de gewildste objecten. De manager van de laatste heeft al faxen naar alle ploegen doen uitgaan om de prijs van de wereldkampioen van 1993 te kunnen opvoeren. “Typisch Amerikaans”, reageert Kuiper. De winnaar van de regenboogtrui in 1975 zit niet over zijn toekomst in, wanneer er volgend seizoen onverhoopt geen ploegleidersauto voor hem klaarstaat. “Ik ben er nog niet uit. Ik ben acht jaar 'sportbestuurder' geweest, een mooi vak. Maar ik heb ook ontdekt dat topsport a-sociaal is. In het voorjaar allerlei koersen, in juli de Tour, in september de Vuelta; je bent altijd onderweg. Het trekt een zware wissel op je privé-leven. Maar is dat ook niet zo, wanneer je een bedrijf opstart? Dan ben je ook tachtig uur in de week aan het werk. Mijn vriendin zal me niet tegenhouden, die staat achter elk besluit dat ik in dat opzicht neem. Ik kan het me ook niet voorstellen niet meer in het wielrennen bezig te zijn. De Tour was en is alles voor me. Maar ik kan pas een mening vormen als het gepasseerd is. Soms weet je zelf niet wie je bent.”

Valt de keus niet op het wielrennen, dan denkt Kuiper met zijn verleden, ervaring en mensenkennis toch gemakkelijk emplooi te vinden. “Ik heb dingen in mijn bagage waarmee ik in bepaalde functies firma's van dienst kan zijn”, mijmert hij. Gaat het die kant op, dan begraaft hij in wezen de mooie herinneringen aan een fraaie carrière, die hem één wapenfeit niet heeft gebracht. Kuiper had er alles voor over gehad om in de gele trui te rijden. Al was het maar één dag.

Vier dagen voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Atlanta wieken de gedachten richting München 1972. Kuiper won daar goud in de wegwedstrijd, en zag zich het brons in de ploegentijdrit formeel ontnomen omdat één van zijn co-equipiers (Aad van den Hoek) op doping was betrapt. Met de kei van Parijs-Roubaix (1983) en de vaas van de Ronde van Vlaanderen (1981) hangen de beide medailles als kostbare relikwieën in de woonkamer. “Ik heb die bronzen plak nooit ingeleverd”, vertelt Kuiper. “Ik vind nog steeds dat ik hem terecht gewonnen heb. We kregen voor de start van de 100 kilometer een paar druppels op een suikerklontje. Ik weet niet meer om welk product het ging, het was in ieder geval iets voor het hart. Aad van den Hoek gaf na veertig kilometer op met een gebroken spaak. Hij werd gecontroleerd en betrapt, omdat hij het spul nog niet had uitgezweet. Bij mij hebben ze nooit iets gevonden, ik was het allang kwijt.”

De toenmalige IOC-voorzitter Avery Brundage eiste het besmet verklaarde ereteken nadien wel op. “Bram Leeuwenhoek, de chef de mission van de Nederlandse ploeg, had ons na het bekend worden van het nieuws meteen laten vertrekken. Toen Brundage hem om de medailles vroeg, zei hij: 'Die hangen nu in de lucht'. Het IOC heeft er nooit meer om gevraagd. Het is toch ook een wassen neus, die dopingcontroles. Toen was dat al zo, en nu nog steeds. Er zit zoveel kroms aan. Ik ben een keer positief bevonden bij de eerste controle, maar negatief bij de contra-expertise. Maar je kunt je niet voorstellen hoeveel gelazer ik daarmee in mijn omgeving heb gehad. Mijn kinderen werden op school met de nek aangekeken omdat in de krant had gestaan dat hun papa positief was. Je kunt tegenwoordig gemakkelijker iemand doodschieten. In plaats van alle producten waar maar iets verkeerds inzit, op de lijst te plaatsen, is het zinvoller betere voorlichting over druggebruik te geven. Tegenwoordig gaan de discussies in de wielerwereld over EPO (synthetische bloeddoping - red) en cafeïne. Koffie is doping, zegt men. Laatst zat één van mijn renners er helemaal doorheen. Ik gaf hem cola en zag hem beter worden. Ik herinner me een uitspraak van Hein Verbruggen (voorzitter van de wereldbond UCI - red): 'Alleen de domme renners worden gepakt'. Dat is toch de kern van het hele verhaal?”

De gedachten van Hennie Kuiper glijden deze dagen ook terug naar een minder ver, maar des te tragischer verleden. Donderdag is het een jaar geleden dat Fabio Casartelli in de afdaling van de Portet d'Aspet het leven liet. De emoties zwellen juist deze week, wanneer de Tourkaravaan over de Pyreneëen trekt, weer op. De Tourdirectie heeft het (officieuze) jongerenklassement naar wijlen de Olympisch wegkampioen van Barcelona genoemd. Weduwe Annalisa Casartelli reikt de prijs zondag in Parijs uit aan - zoals de zaken er nu voorstaan - Ullrich of Luttenberger. Kuiper: “Jim (Ochowicz - red) is er nog steeds mee bezig, ook in deze Tour. Hij houdt contact met Annalisa op een manier die ik, denk ik, niet op zou kunnen brengen. Want wat moet je iedere keer weer zeggen als je haar aan de telefoon hebt? Er zijn twee fondsen opgericht, één voor Annalisa, en één voor hun zoontje Marco. Er zit inmiddels behoorlijk wat in.”

Het ongeval dat Casartelli in de Tour van 1995 overkwam, heeft rondedirecteur Jean-Marie Leblanc er toe gebracht scherpere veiligheidsmaatregelen af te kondigen. “Het grote publiek wil bloed, zweet en tranen zien; dat hoort ook bij de ronde,” zegt Kuiper. “Maar de Tour heeft duidelijk schrik gekregen van het ongeluk met Fabio. Als je bepaalde situaties ziet, dan vind ik het fantastisch dat zo'n groot evenement daar onmiddellijk op inspeelt.” De Nederlandse ploegleider doelt op het schrappen van de passages over de Iseran en de Galibier, afgelopen maandag, waardoor er nog maar een ultra-korte Alpenrit naar Sestrière overbleef. “Er wordt een kleine ploegleidersvergadering gehouden, de meerderheid beslist, en aan de hand daarvan bepaalt de Tourdirectie op welk tijdstip de koers verder gaat. Alles klopte ook precies. Alles werd aangepast aan het weer. De sport was belangrijker dan de sponsors. In onze gastenauto zaten relaties die tien uur lang geen renner hebben gezien.”

“Ik heb Leblanc met die beslissing gefeliciteerd,” vervolgt Kuiper. “Maar hij vond het heel normaal. We moeten aan de jongens denken, zei hij, aan jullie, aan iedereen. De Tour verlangt van niemand iets dat niet kan. Het hoeft maar een kilometer lang onbegaanbaar te zijn op een col, of er worden passende maatregelen genomen. Wanneer ik zeg dat ik nog niet weet wat ik volgend jaar ga doen, dan komt dat omdat ik deze Tour anders beleef. Ik heb deze weken bij veel dingen stilgestaan. Voor het eerst leef ik hier niet in een roes.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden