Kuijt kan een gids zijn ¿ als we er oog voor willen hebben

Het voetbalseizoen is nog niet eens voor een derde gevorderd en grote namen, die van Frank Rijkaard en Phillip Cocu, zijn al gevallen. Beter en eervoller kan niet worden weergegeven waarmee Dirk Kuijt voorlopig bezig is, en welk een indruk hij daarbij maakt.

Rijkaard keerde in 1993 terug bij Ajax. Hij speelde er nog twee seizoenen, werd twee keer kampioen en won, in 1995, de Champions League. In de rust van de finale, waarin Ajax slecht speelde, stond hij op om zijn ploeggenoten ervan langs te geven. Tegen zijn protegé Clarence Seedorf, die door de gebroeders De Boer op het niet uitvoeren van zijn taak was aangesproken, zei Rijkaard dat hij naar ze moest luisteren, omdat ze gelijk hadden.

Cocu keerde in 2004 terug bij PSV. Hij speelde er nog drie seizoenen, werd drie keer kampioen, bereikte er de halve finale van de Champions League mee, in 2005, en later nog de kwartfinale. Hij stond op de slotdag van de competitie in 2007 op, en eigenlijk al in de dagen ervoor. Cocu stelde zich pal op achter de bekritiseerde trainer Ronald Koeman, zoals geen voetballer het in dit ik-tijdvak ooit nog zal doen, en schoot PSV persoonlijk naar de titel.

Zo'n terugkeerder zou Dirk Kuijt voor Feyenoord kunnen worden, relatief gezien dan. Kuijt liep woensdagavond voor de bekerwedstrijd tegen Ajax na de warming-up achter Terence Kongolo naar de kleedkamer. Hij gaf de jonge verdediger tot twee keer toe een tikje in de rug, legde daarna zijn hand op zijn schouder en kneep hem even in de hals.

Dit is een gevaarlijk voorbeeld. Hier moeten nog velen, zeker buiten Rotterdam, niets van hebben. Kuijt, de profeet van het groepsevangelie, de prediker van de onbaatzuchtigheid, de dominee van de saamhorigheid - graag wordt hij zo nog belachelijk gemaakt. Hij kan instantteksten spreken na een wedstrijd, clichés ja. Maar clichés zijn clichés, omdat ze waar zijn: je voetbalt samen, moet weleens de fout van een ander goedmaken, de man van een ander dekken.

In een bepaald opzicht zou de terugkeer van Kuijt in dit andere tijdsgewricht van groter gewicht kunnen zijn dan die van Rijkaard en Cocu. Zij en alle voetbalgrootmeesters voor hen kunnen vertellen dat zo'n negentig procent van het voetbal zónder bal wordt gespeeld. Maar dat is geen lekkere boodschap, nu meer dan toen, in de imago-maatschappij waarin eenieder zijn kunstje wil vertonen en daar ook gauw recht en reden toe denkt te hebben.

Dirk Kuijt zou een gids kunnen zijn, ja, een gids in onbaatzuchtigheid, maar ook één in professionalisme op het randje - alles onder de voorwaarde dat we er oog voor willen hebben. Woensdag zagen we óók de in het buitenland gelouterde professional die de scheidsrechter gebaarde dat Ajacied Younes, met al een gele kaart, een schwalbe had gemaakt. Dit was de speler die had gevoeld dat zijn ploeg de mindere was geweest en die nu bezig was alle middelen aan te grijpen om de boel te doen kantelen.

Het is aan ons. We kunnen het veroordelen - let dan wel dat hij het irritante gebaar met de denkbeeldige kaart in de hand níet maakte. We kunnen ook blijven benadrukken dat Kuijt niet elke bal naar de goede kleur speelt, en steeds hetzelfde zegt. Maar dan gaan we voorbij - en blijven we dat in deze al donkere dagen doen - aan de essentie van (team)sport én aan de paradox dat een voetballer zonder bal zijn grootste waarde kan hebben.

Zo ver als Rijkaard en Cocu kan Kuijt natuurlijk nooit komen. Maar om op iets anders te wijzen dan de vele punten al van Feyenoord en zijn tien doelpunten: ongemerkt speelt Kongolo, al bijna afgeschreven, een lekker partijtje mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden