kruiswoordtests Nederlands en Nederlands-Engels (slot) 3195

Test I (Nederlands). Horizontaal:1 stralenkrans, glans of roem die van iemand afstraalt (7) 7 plezierjacht (6) 9 vooraf beschouwd, met dank aan het Latijn (1 + 6) 10 lijzig praten (5) 11 veni, vidi, ....: ik kwam, zag en overwon (4) 12 avond, aan gene zijde van de Nederlandse oostgrens (5) 16 historische stad op Walcheren (5) 17 huisje bij een tram- of bushalte (4) 21 de meest westelijke Europese (5) 22 'n portie eten, 1 x (3 + 4 of 7) 23 zie 3 verticaal 24 klein kind (7).

Test I. Verticaal: 1 regio in Zuid-Portugal, geliefd bij Nederlandse vakantiegangers en pensionado's (7) 2 felle concurrentiestrijd, meestal niet tussen knaagdieren (7) 3 + 4 + 23 horizontaal aan de Bijbel ontleende vergeldingsformule (3 +2 + 3 +4 + 2 + 4) 5 achttiende letter van het Griekse alfabet; verfmerk (5) 6 zitvlak; gierig mens (5) 8 Nederlandse econoom of dito etholoog, beiden onderscheiden met de Nobelprijs(9) 13 hel (Nieuwe Testament), anagram van ha, genen (7) 14 naam vanaartsvader Abraham in de Koran (7) 15 zeer lachwekkende zaken of schel schreeuwende lieden(7) 18 Watergate-president (5) 19 klein bedragje (5) 20 korte afstand (5).

Test II (Nederlands-Engels). Across: 1 torenspits, (spitse) toren (7) 7 makkelijker (6) 9 bronnen (7) 10 (scheeps)hut (5) 11 dobbelstenen (4) 12 maaltijden leveren; de 4 bij kaart- en dobbelspelen (5) 16 hallo (5) 17 vuur (4) 21 Arabieren (5) 22 verhalen (7) 23 stuf, bordenwisser (6) 24 antwoorden (7).

Test II. Down:1 kust, soms gevolgd door resort bijvoorbeeld (7) 2 omhelzen (7) 3 verf en verven (5) 4 gadegeslagen, in de gaten gehouden (7) 5 ledematen (5) 6 toelage, subsidie; filmacteur Hugh ..... (5) 8 oprichten, vestigen (9) 13 mazelen (7), 14 zichtbaar (7), 15 vaartuigen; vaten (ook in dieren en planten) (7), 18 gebakken (5), 19 heidens (5), 20 brandpunt; zich richten (op) (5).

Oplossing 3194. Test I. Horizontaal: 1 + 27 praten als een kip zonder kop, 9 rozen, 10 + 12 + 22 in het ootje nemen, 11 Noë, 13 verdwijn, 14 Führer, 16 Harlem, 20 algebra, 24 zee, 25 deren, 26 meter.

Verticaal: 2 rozet, 3 Tanneke, 4 Ninevé, 5 luier, 6 echt wel, 7 neten, 8 triomf, 15 hogerop, 17 afnemer, 18 mantra, 19 razend, 20 Andijk, 21 banjo, 23 motto.

Test II. Across: 9 miner, 10 reign, 11 psi (pound per square inch), 12 aisle, 13 payable, 14 meadow, 16 caress, 20 scorned, 22 resin, 24 + 1 as a matter of fact, 25 usher, 26 niece, 27 Garden of Eden. Down: 2 aunts, 3 torpedo, 4 recipe, 5 forty, 6 amiable, 7 tense, 8 embalm, 15 another, 17 arrange, 18 sunset, 19 adagio, 20 stung, 21 nerve, 23 siege. (JdB)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden