Kruis en leed

Ik las (en herlas) afgelopen dinsdag in Trouw de prachtige column van Jean Jacques Suurmond over die gekruisigde Christus langs een Franse weg. Zijn 'hangende buurman', schreef hij. Suurmond raakt op een kruispunt verwikkeld in een surrealistisch gesprek met het beeld van een gespijkerde Jezus tegen zijn balken. Een stil gesprek met amper ingehouden woede.

Ik ken dat gevoel. Langs Franse of Italiaanse wegen, op kruispunten of verrassend opduikend na een scherpe bocht, staan talrijke kunstwerken die de worteling van het christendom in land en samenleving moeten symboliseren. Beelden van Maria, meestal in een nis, stralend en barmhartig, heb ik nooit hinderlijk gevonden. Maar al die Christussen aan hun kruis, bloedend en half bewusteloos, ademen een ondraaglijke eenzaamheid. Verlaten in hun leed, door regen en wind gegeseld, op het punt het dodenrijk te betreden. Is dit het beeld dat de gelovige al 2000 jaar hoop en kracht moet geven?

Wat Suurmond niet begrijpt, zegt hij tegen zijn 'hangende buurman', is dat men in dit beeld 'de glorie van God' kan zien. Hij vraagt de gekruisigde Christus om naar zichzelf te kijken: 'Je ziet er niet bepaald uit als Mister Universe. Je ribbenkast is een wasbord, je hoofd een speldenkussen, overal zit bloed. Het lijkt wel of je te pakken bent genomen door een van die tractors die hier voorbij walsen. Om in jou de glorie van God te zien, zou ik sadomasochistische neigingen moeten hebben.'

Deze krachtige woorden weerklinken nog in mijn oren, na een paasweekeinde waar bij ons thuis opnieuw bij deze thematiek werd stilgestaan. We keken naar verschillende tv-kanalen en zagen de gebruikelijke processies, namaakleed, nepkruizen, somberende gezichten en soms een volgeling met betraand gelaat. Waar is de goede boodschap in dit theater van het leed? Op de Filippijnen hebben ze er bijna een sport van gemaakt om zich in bloedige taferelen te verliezen. Op de Via Dolorosa in Jeruzalem is de kruisweg pathetisch. In Parijs vond kardinaal André Vingt-Trois het billijk om voor even de plaats van Jezus in te nemen. Hij beklom de trap van de Butte Montmartre met een kruis van bordkarton op zijn schouders. En zelfs in Culemborg was er op Goede Vrijdag een nep-Christus met nepkruis die door de binnenstad slingerde. De honderden gelovigen die de processie volgden waren 'diep onder de indruk'. Zal ooit een hervormingstorm opsteken om het kruis als symbool van het christendom - primair samengevat: een marteltuig - definitief te doen opbergen? Ik snap dat je de wederopstanding moeilijk kan verbeelden. Het komt ook in de normale mensenwereld minder vaak voor dan het stervensproces, om het licht blasfemisch uit te drukken. Maar met het kruis, het leed, de gratuite dood van een onschuldige, blijft het christendom een verhaal dat slecht afloopt. De boodschap van Christus is in deze gewelddadige wereld de moeite waard. Maar wel ontdaan van de cultus van het slachtofferschap, vind ik. Want, net als Suurmond, heb ik 'geen sadomasochistische neigingen' en ook 'geen zweepje onder mijn bed'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden