KROATIE - WE WILLEN RUST OP DE BALKAN

“Srebrenica is het keerpunt geweest, in de zomer van 1995.” Peter Galbraith, de Amerikaanse ambassadeur in Zagreb, die deze maand vertrekt na vier jaar in de Kroatische hoofdstad, knijpt zijn ogen dicht en zucht. “De Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic had gezien dat de Bosnische moslims en de Kroaten hun legers konden reorganiseren en bewapenen. Het wapentuig kwam uit landen als Iran die zich niets aantrokken van het wapenembargo van de Verenigde Naties. Wij, de Amerikanen, de Russen en de Europeanen, hadden een oogje dichtgeknepen en dat bewust laten gebeuren. Mladic besefte dat de militaire balans in zijn nadeel dreigde om te slaan en waagde een gok: hij nam de moslim-enclaves Srebrenica en Zepa in.”

Vier jaar lang heeft Galbraith als Amerikaans ambassadeur in Zagreb ontwikkelingen in het uiteengevallen Joegoslaviëvan nabij kunnen volgen - niet alleen in 'zijn' Kroatië, maar ook in Servië en Bosnië. De ontdekking dat Mladic zijn geruststellende woorden in Srebrenica voor de televisiecamera's ('Niemand hoeft zich zorgen te maken dat hem een haar zal worden gekrenkt') onmiddellijk had laten volgen door het bevel om alle mannen uit de door de VN tot 'veilige zone' bestempelde enclave te laten vermoorden, bewerkte een schokeffect in de hele wereld. Bij de Amerikaanse president leidde de onthulling - tijdens een oefenpartijtje golf op het gras achter het Witte Huis in Washington - tot een woedeaanval. “Dit moet afgelopen zijn”, riep Clinton. “We gaan de zaak onmiddellijk aanpakken!”

Volgens de jeugdige Galbraith hadden de VS al veel eerder ingezien dat het de hoogste tijd was de Europeanen en de Verenigde Naties (die aanvankelijk meenden zelf de crisis in het voormalige Joegoslavië wel te kunnen regelen) te hulp te komen. “President Clinton was al snel na zijn aantreden tot de conclusie gekomen dat de oorlog in Bosniëoverzichtelijker moest worden. Het was een chaos. Iedereen vocht met iedereen, moslims, Kroaten en Serviërs. Er moest een eind komen aan de gevechten tussen de Bosnische Kroaten en de moslims. Ik ben daar vanaf mijn aantreden in 1993 hier in Zagreb direct mee aan de gang gegaan. De Bosnische Kroaten moesten door de Kroatische president Franjo Tudjman zodanig onder druk worden gezet, dat ze de gedachte aan een eigen staatje in Hercegovina lieten varen en samen met de Bosnische moslims de strijd zouden aanbinden met de oorspronkelijke agressor, de Serviërs. In februari 1994 hadden we de partijen zover dat ze in Washington overeenkwamen de moslim-Kroatische Federatie op te richten.”

De Verenigde Staten hadden het nodige in de Federatie geïnvesteerd: zo werd een oogje dichtgeknepen bij illegale wapenleveranties door Iran (70 procent voor de moslims, 30 procent voor de Kroaten); gepensioneerde Amerikaanse militairen hielpen een handje bij de opbouw van het Kroatische en het moslimleger (Galbraith: “De regering in Washington was daar niet bij betrokken, het was zogeheten niet-lethale hulpverlening.”) Bij de deal met Tudjman hoorde ook dat de ambassadeur zich zou inspannen voor een vreedzame regeling om de gebieden in Kroatië die door opstandige Serviërs bezet werden gehouden, onder gezag van Zagreb te brengen. Dat wilde niet erg lukken. “Die kerels (de leiders van de Kroatische Serviërs, met name voormalig politiechef Milan Martic) waren gewoon knettergek! Ze waren niet bereid tot enig compromis. Martic hebben ze bij het Tribunaal in Den Haag in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden, omdat hij vanuit de (Kroatisch-Servische enclave) Krajina de Kroatische hoofdstad Zagreb met raketten heeft bestookt. Maar hij zou eigenlijk terecht moeten staan om wat hij zijn eigen volk heeft aangedaan.” Galbraith schudt - nog altijd ongelovig - het hoofd. “Als Martic 'ja' had gezegd op de voorstellen die in de zomer van 1995 op tafel lagen, dan hadden de Kroatische Serviërs kunnen blijven zitten in de Krajina (waar ze al eeuwen wonen) en dan hadden ze ook nog een aanzienlijke mate van zelfbeschikking gekregen. Ik heb het plan (waar Tudjman de grootste moeite mee had) bij Martic op tafel gelegd. Maar hij weigerde het met ook maar één vinger aan te raken”, herinnert Galbraith zich.

Als de Bosnisch-Servische legerleider Mladic na Srebrenica en Zepa te hebben opgerold naar de moslimenclave Bihac, in het westen van Bosnië, oprukt, slaat de Kroatische president alarm. Bihac ligt aan de grens met Kroatië; het ligt geregeld onder vuur van de artillerie van de opstandige Krajina-Serviërs die op die manier hun Bosnisch-Servische broeders een handje helpen. Tudjman waarschuwt dat hij niet zal accepteren dat de stad in handen van de Bosnische Serviërs valt: dat zou opnieuw leiden tot moordpartijen en een stroom van minstens honderdduizend vluchtelingen richting Kroatië. “Tudjman stond te popelen om zijn gereorganiseerde leger in te zetten om in één klap de Krajina terug te pakken en Bihac te ontzetten”, zegt Galbraith. “Maar ik ben tot het laatst toe met een vreedzame oplossing bezig gebleven. Op 3 augustus 1995 was ik nog in Belgrado om de leiders van de Krajina-Serviërs een vijf-punten-plan voor te leggen. Daar leken ze toen wel voor te vinden. Maar toen ik terug was in Zagreb, zei Tudjman dat hij niet geloofde dat ze hun beloften zouden kunnen nakomen. Toen heb ik de Kroatische president gezegd dat ik begrip had voor zijn positie. Dat was geen groen licht om het leger te laten aanvallen, maar een rood licht was het ook niet.”

Een dag later valt het Kroatische leger de Krajina binnen. Uit militair oogpunt bezien verloopt Operatie Storm prima: de Serviërs bieden nauwelijks tegenstand. Ook niet aan de andere kant van de grens. Bihac wordt haast spelenderwijs ontzet. De Bosnische Serviërs trekken zich overhaast in noordelijke richting terug op Banja Luka. Tegelijkertijd arriveert in die stad de voorhoede van een eindeloze stroom tractoren: de Krajina-Serviërs, die eveneens een goed heenkomen zoeken voor het Kroatische leger.

Operatie Storm is een succes, maar de prijs die moet worden betaald is hoog. Het Kroatische leger kan zich niet beheersen en geeft zich over aan tal van wraakacties. Het lijkt erop dat de Amerikaanse inspanningen om Kroatië een kans te geven als regionale grootmacht, een monster hebben gebaard. “Het was een keus tussen twee kwaden”, zegt Galbraith nu. “Als de Serviërs Bihac waren binnengevallen, was - puur in termen van aantallen - de menselijke tragedie vier, vijf maal zo rampzalig geweest als in Srebrenica. Ik had Tudjman van tevoren duidelijk gemaakt dat bij de operatie in de Krajina de burgerbevolking geen haar zou mogen worden gekrenkt. Maar wat gebeurde er? Het Kroatische leger stak de huizen van gevluchte Serviërs in brand, mensen werden mishandeld, honderden, vooral oudere Serviërs die waren achtergebleven, werden simpelweg doodgeschoten. Vluchtelingen werden met stenen bekogeld terwijl ze een goed heenkomen zochten. In die dagen las ik een verslag waarin melding werd gemaakt van een Servische moeder die haar baby onder een berg glasscherven had aangetroffen. Dat raakte me zo diep, dat ik met dat bericht naar Tudjman ben gegaan en het hem heb voorgelezen; daarna ben ik als eerste diplomaat naar de vluchtelingen gegaan om hen moed in te spreken.” De televisiebeelden van Galbraith die in de brandende zon op de autoweg naar Belgrado flessen mineraalwater ronddeelt aan wanhopige vluchtelingen, zullen de wereld overgaan.

Inmiddels ontruimt het Bosnisch-Servische leger, dat zich na Srebrenica onoverwinnelijk had gewaand, in allerijl zijn stellingen in in West-Bosnië. Niets lijkt de opmars van het Kroatische leger, in een gecombineerde operatie met gewapende eenheden van de Bosnische Kroaten en de Bosnische moslims, nog te kunnen stuiten. Het ziet er zelfs even naar uit dat Banja Luka zal vallen.

“Dat was een humanitaire ramp geworden. In Banja Luka waren net vele tienduizenden vluchtelingen uit de Krajina aangekomen. Die zouden door de nauwe Posavina-corridor naar het oosten moeten vluchten richting Servië. Van alle kanten hadden moslims en Kroaten dan kunnen prijsschieten op de vluchtlingenstroom”, zegt Galbraith. “Ik heb Tudjman toen gezegd dat hij zijn troepen halt moest laten houden. En dat heeft hij gedaan.” Galbraith zucht. “Kijk: er was toen, en er is nog steeds van alles aan te merken op het Kroatische mensenrechtenbeleid. Wij blijven daar scherp op toezien. Onlangs nog hebben we gemerkt dat het zijn nut heeft het IMF kredieten te laten weigeren: dat sorteert onmiddellijk effect. Zeker: het Storm-offensief is met allerlei ongerechtigheden gepaard gegaan. Ik ben er alleen van overtuigd dat we zonder dat offensief geen Dayton-akkoord voor vrede in Bosnië hadden gehad.”

Vlak voor zijn vertrek uit Kroatië ziet Galbraith ondanks alle kritiek ook positieve tekenen. “In de slagschaduw van het Dayton-akkoord is het niet erg opgevallen, maar het akkoord van Erdut, dat de positie regelt van de Kroatische Serviërs in Oost-Slavonië, mag er zijn. We hebben een vreedzame regeling weten te bereiken voor het probleem van die laatste door opstandige Serviërs beheerste enclave zonder dat er een massale uittocht op is gevolgd; de Kroatische bewoners die er vroeger woonden, kunnen er nu terugkeren en de Serviërs die er altijd hebben gewoond, kunnen er blijven.” De ambassadeur straalt: het Erdut-akkoord is een beetje zijn kindje. “Na Operatie Storm vroeg Tudjman me door te blijven gaan met mijn gesprekken met de Serviërs in Oost-Slavonië. En het is gelukt dat vredesproces aan de gang te houden en een militaire oplossing te voorkomen. En nu zie je dat de overgrote meerderheid van de Serviërs in Oost-Slavonië Kroatische papieren heeft, en ze rijden nu zelfs met Kroatische nummerborden rond. Dat was een jaar geleden nog ondenkbaar: dat een Serviër met zo'n roodgeruit wapentje op zijn auto zou rondrijden. Ze hebben de gedachte dat ze nu onder Kroatisch gezag staan, geaccepteerd. En dat is allemaal met veel minder geweld gepaard gegaan dan we hadden gedacht.”

“Mijn land ziet de Kroaten als partners met wie je moet samenwerken, niet als een regionale macht die we tot elke prijs overeind moeten houden. We moeten Kroatië scherp in de gaten blijven houden: ze maken hun beloften lang niet altijd waar. Maar Kroatië speelt nu eenmaal een sleutelrol in de regio, en dat heeft mijn land in een vroeg stadium ingezien. De Verenigde Staten hebben geen speciale ambities in dit gebied. We willen eigenlijk precies hetzelfde als de Europeanen: rust op de Balkan...”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden