Kritiek op ontwerpen voor monument blijft

BERLIJN - Ze doet weliswaar zelf mee, met ook nog eens een kansrijk ontwerp, maar toch zegt de Berlijnse architecte Gesine Weinmiller: “De verschrikkingen van de holocaust zijn onmogelijk in een gedenkteken weer te geven.”

Haar opmerking is illustratief voor de moeizame pogingen om in de Duitse hoofdstad een monument op te richten ter nagedachtenis aan de zes miljoen Joden die door het nazi-regime zijn vermoord.

Bijna tien jaar duurt de geladen discussie al. Volgens de autoriteiten kan de knoop binnenkort doorgehakt worden, sceptici voorspellen dat het gedenkteken er nooit komt, enkelen hopen dat zelfs.

Sinds gisteren kunnen Berlijners de resultaten zien van de tweede inschrijving die het stadsbestuur, de regering in Bonn en een particuliere stichting hebben georganiseerd. In een onooglijke galerie, tegenover de Volkskammer waar tot de hereniging van de twee Duitslanden het DDR-parlement vergaderde, staan negentien maquettes opgesteld. Slordig, boven op elkaar, zonder catalogus. Na lang doorvragen blijken er toch wat papiertjes te zijn waarin de architecten een summiere toelichting geven op hun inschrijving.

Een jury heeft uit de negentien ontwerpen er vier uitgekozen die volgens haar de meeste kans maken. Daaronder is het werk van Gesine Weinmiller. De bezoekers mogen in een gastenboek hun mening geven die, aldus de organisatoren, zal meewegen bij de uiteindelijke keuze. Begin januari zijn er twee discussiebijeenkomsten die wel weer, net als de vorige sessies, emotioneel en heftig zullen verlopen. Op 20 januari wordt de winnaar bekendgemaakt, exact 56 jaar na de zogeheten Wannsee-conferentie waarop de nazi's besloten over te gaan tot de systematische uitroeiing van de Joden. In januari 1999, zo is de bedoeling, wordt de eerste steen gelegd.

Overeenstemming is er inmiddels (na jarenlange ruzie) over de plek van het monument: vlakbij de Brandenburger Tor op de grens van Oost- en West-Berlijn. Er omheen komen, net als voor de tweede wereldoorlog, de ambassades van enkele grote landen, zoals Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Op deze plaats waren in de oorlog de hoofdkwartieren van de nazi's, Hitler had er zijn bunker.

Omdat volgens haar een gedenkteken onmogelijk is, heeft Gesine Weinmiller gekozen voor 'een ruimte van stilte'. Op een licht aflopend terrein staan achttien wanden, op het eerste oog willekeurig en zonder logica neergezet. Maar van bovenaf is te zien dat ze een davidster vormen. De wanden, en de rijen bomen die Weinmiller heeft gepland, moeten het verkeerslawaai van de aangrenzende Ebertstrasse tegenhouden. De bezoekers horen alleen het geknerp van hun schoenen in het witte grind. De plek is vanaf de straat niet te zien: Weinmiller wil 'het snelle gedenkteken-toerisme' voorkomen. Je moet volgens haar de tijd nemen om tot 'bezinning' te komen.

Ook Daniel Libeskind, architect van het nieuwe joodse museum in de Berlijnse wijk Kreuzberg dat binnenkort geopend wordt, werkt met witte kiezels en bomen. Maar daar houdt de vergelijking met Weinmiller ook wel mee op. Het monument dat Libeskind in gedachten heeft (Steinatem geheten), zal van veraf te zien zijn. Het zijn vijf kolossale stenen wanden, 21 meter hoog en vijf meter breed. Ze worden achter elkaar geplaatst over een lengte van 115 meter, en ze wijzen in de richting van de Wannsee.

Libeskind is door het stadsbestuur van Berlijn gevraagd mee te doen aan de competitie. Wat dat betreft heeft hij misschien een streepje voor op zijn drie concurrenten. Maar vooral op zijn ontwerp is in de Duitse pers veel kritiek gekomen: veel te monumentaal, kitsch.

Opmerkelijk is de inschrijving van de Parijse architect Jochen Gerz. Hij wil op het terrein waar het gedenkteken komt te staan 39 ranke lichtmasten van elk zestien meter hoog plaatsen. In de lichtmasten wordt in 31 verschillende talen (de talen van de vervolgde Joden) de tekst Waarom uitgegraveerd, die vervolgens op de betonnen bodem wordt geprojecteerd.

In een hoek van het terrein komt een gebouw, Das Ohr geheten, waar de bezoekers in de computer hun antwoord kunnen geven op de vraag. Die antwoorden (maximaal 165.000 stuks) kunnen eveneens geprojecteerd worden op de betonnen bodem van de gedenkplaats. In dit gebouw is ook plaats voor de verzameling interviews van Steven Spielberg met overlevenden van de holocaust.

Het bureau Eisenmann Architects uit New York en de beeldhouwer Richard Serra stellen voor maar liefst vierduizend betonnen pijlers op het terrein neer te zetten. De pijlers hebben een doorsnee van 92 centimeter, staan ook 92 centimeter van elkaar en variëren in hoogte tot 7,5 meter. Op de maquette vormt dat een merkwaardig gezicht, het lijkt op een soort spijkerschrift. Er zijn in de Duitse pers ook al vergelijkingen getrokken met een joods kerkhof.

De nieuwe inschrijving was nodig omdat het winnend ontwerp van de vorige competitie op een onverbiddellijk veto stuitte van bondskanselier Helmut Kohl, tot grote teleurstelling van de journaliste Lea Rosh, die tien jaar geleden het initiatief nam tot de oprichting van een gedenkteken. Zij had een uitgesproken voorkeur voor het werk van de Berlijnse kunstenares Christine Jakob-Marks: een enorm grote, schuinoplopende betonnen plaat van honderd bij honderd meter, met daarin de namen van de zes miljoen vermoorde Joden gegraveerd. Veel te kolossaal, oordeelde de bondskanselier. Menigeen was het met hem eens.

Bij deze tweede ronde is de kritiek ook niet van de lucht. Nogal wat kunstcritici en dagbladcommentatoren hopen dat de vier ontwerpen stuk voor stuk worden afgewezen. In hun ogen is het beter met de hele discussie te stoppen.

Het verst gaat de president van de gezaghebbende Akademie der Künste, de Hongaar György Konrád, die zelf in de tweede wereldoorlog veel familieleden verloor. Volgens hem is het onzin in het hartje van Berlijn 'een plek van verschrikking en beklemming' in te richten. Gepaster vindt hij 'een tuin der vreugde', in zijn ogen een geschenk van de vermoorde Joden aan de Berlijners.

Onder de negentien ontwerpen die nu meedingen bevindt zich is mogelijk een compromis tussen voor- en tegenstanders. Een architectencollectief stelt voor een grote gedenkplaat op te richten met daarop de tekst: 'Tussen 1933 en 1945 zijn meer dan 6 miljoen Europese Joden vermoord. De kinderen en kleinkinderen van de daders wilden hier een gedenkteken voor de slachtoffers oprichten. Deze poging is mislukt. Berlijn, 1997.' Zeker is dat dit ontwerp het niet zal halen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden