Kritiek op meetmethode Schoolprestaties mist doel

Scholen waar leerlingen onvoldoendes halen voor Engels, wiskunde en Nederlands doen hun werk niet goed. Ongeacht of de leerlingen tevreden zijn.

In het onderwijs heerst nog steeds een strijd over de standaarden. Aan de ene kant staan diegenen die kennis en vaardigheden centraal stellen, aan de andere kant diegenen die de processen in de school belangrijker vinden dan het resultaat. Dat bleek ook uit de reacties van de onderwijsinspectie en de VO-Raad.

Daarom zijn wij in de nieuwe aanpak van schoolprestaties in Trouw (12 december) uitgegaan van dit door de politiek vastgestelde minimumniveau: een voldoende op het centraal examen van de geslaagde leerlingen voor de drie door de politiek aanwezen kernvakken: Nederlands, Engels en Wiskunde.

Scholen waarvan de helft of meer van de geslaagde leerlingen een onvoldoende op het centraal examen haalt (dat wil zeggen het gemiddelde cijfer van centraal examen ligt onder de 6.0), sturen dus de helft van hun geslaagde leerlingen naar vervolgopleidingen of werkgevers met te weinig kennis en vaardigheden. Dat schaadt de belangen van de leerlingen:op de vervolgopleiding hebben ze een grotere kans om te mislukken en in hun baan hebben ze een grotere kans de proefperiode niet te overleven.

Merkwaardigerwijs weet noch de onderwijsinspectie, noch het ministerie welk cijfer geslaagde leerlingen gehaald hebben op het centraal examen of op het schoolexamen. Zij weten dat alleen voor alle eindexamenkandidaten. Dat wordt gepubliceerd op de zogenaamde ’kwaliteitskaarten’. Het geeft dus geen beeld of de geslaagde leerlingen aan dat minimumniveau voldoen.

Voor Trouw Schoolprestaties hebben wij de centraal-examencijfers van de geslaagden moeten schatten, door rekening te houden met het percentage gezakten. Deze schattingsprocedure kan scholen met veel gezakten en lage centraal-examencijfers (daartussen bestaat een duidelijk verband) bevoordeeld hebben, maar deze procedure heeft scholen met weinig gezakten en hoge centraal-examencijfers niet geschaad.

De Trouw-beoordeling van scholen die onder de maat werken (het gemiddelde cijfer van centraal examen ligt onder de 6.0) is dus eerder te voorzichtig dan te overmoedig.

De koepel van schoolbesturen, de VO-raad, beweert dat wij vergeten zijn rekening te houden „met het niveau van binnenkomst van de leerling”. Maar dat is in de Trouw Schoolprestaties wél gebeurd. Voor elke school hebben wij duidelijk aangegeven of het lage of hoge centraal-examencijfer verklaard kon worden door het beginniveau van de leerlingen (instroom) of dat cijfer niet door dat beginniveau verklaard kon worden (kwaliteit).

Natuurlijk is er meer dan alleen Engels, wiskunde en Nederland. Er zijn inderdaad interessante indicatoren van het onderwijsproces op scholen: aantallen gezakte leerlingen voor het eindexamen, de tussentijdse uitval, de veiligheid in en rond de school, en zelfs de tevredenheid van leerlingen met hun onderwijs.

Die indicatoren kunnen allemaal belangrijk zijn voor de schoolkeuze. Maar dan moet een school wel het minimumniveau bij de geslaagde leerlingen halen. Zolang dat niet gebeurt, is elke verwijzing naar de goede procesindicatoren misleidend.

Als in de operatiezaal niet goed functioneert, gaat het niet aan een ziekenhuis toch ’goed’ te noemen omdat het intakegesprek zo sympathiek wordt gehouden, of het eten lekker is. Dan verwart men doelen en middelen.

Ook de onderwijsinspectie verwart doelen en middelen bij de vaststelling van zwakke scholen. Volgens de onderwijsinspectie bestaan er in en rond ’s-Gravenhage geen zwakke scholen, terwijl in andere grote steden die wel bestaan. Trouw Schoolprestaties laat zien dat slechte scholen ook in Den Haag voorkomen. Op het vwo van het Rudolf Steiner College en het vwo en de havo van het Internationaal College Edith Stein hebben al enkele jaren achtereen meer dan de helft van hun geslaagde leerlingen een onvoldoende op het centraal examen voor een van de drie kernvakken. Trouw Schoolprestaties laat zo zien dat deze scholen kan blijkbaar een negatief inspectieoordeel kunnen ontlopen door sterk te scoren op hun procesindicatoren.

Ouders hebben Trouw nodig om een eerlijk beeld te krijgen van het minimumniveau, want zij kunnen de beoordelingen van de onderwijsinspectie niet volledig vertrouwen. De inspectie lijkt de processen in het onderwijs belangrijker te vinden dan de kennis en vaardigheden als centrale standaard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden