Kritiek op het Kremlin is levensgevaarlijk

Boris Nemtsov, het jongste slachtoffer onder de steeds kleiner wordende kring van critici van het Kremlin.Beeld EPA

De 'weerzinwekkende moord' op de Russische oppositiepoliticus Boris Nemtsov 'roept een reeks vragen op' die grondig onderzoek vergen. Dat heeft de Franse minister van buitenlandse zaken Laurent Fabius vandaag gezegd. Of de Russische autoriteiten zich voldoende inspannen om de zaak op te lossen liet Fabius in het midden.

Fabius' Russische ambtgenoot Sergej Lavrov noemde de moord op Nemtsov maandag een 'gruwelijk misdrijf dat uitputtend zal worden onderzocht'. De Russische Onderzoekscommissie, het belangrijkste onderzoeksorgaan van het land, zegt meerdere motieven voor de liquidatie onder de loep te nemen.

Bovenaan de lijst staat een zogenoemde 'provocatie'. De Russische president Poetin en anderen zien in de moord een poging de staat in diskrediet te brengen en te ondermijnen. Maar de Onderzoekscommissie besteedt geen enkele aandacht aan de hoofdverdachte die de aanhangers van Nemtsov in het vizier hebben: president Poetin zelf, of zijn entourage in het Kremlin.

Vijanden van het Russische volk
Fabius bracht in herinnering hoeveel Russische oppositiekopstukken al zijn vermoord en concludeerde dat 'het niet goed is om in Rusland tot de oppositie te behoren'. Al jaren blijkt dat het deel uitmaken van de kring van regeringscritici in het Rusland van president Poetin - aan de macht sinds 2000 - levensgevaarlijk kan zijn.

Tegenstanders van Poetin en zijn entourage worden in de staatsmedia onveranderlijk afgeschilderd als vijanden van het Russische volk, waardoor een haat- en angstcultuur is ontstaan waarin nog maar weinig critici hun mond durven opendoen. En doordat daders van dergelijke moorden zelden worden gearresteerd, ondanks beloftes van 'diepgaand onderzoek' - ook nu weer, is een sfeer van straffeloosheid ontstaan die het plegen van politieke misdaden verder aanmoedigt.

De meeste van de moorden op politici, journalisten, advocaten en andere tegenstanders van Poetin en zijn entourage, zijn nooit opgehelderd. De onderstaande - politieke - moorden of moordpogingen op de meest prominente critici hadden in elk geval enkele dingen gemeen: ze kwamen het Kremlin goed uit, en ze zijn zelden geloofwaardig onderzocht èn opgelost.

De Russische president Vladimir Poetin.Beeld ap

Boris Nemtsov werd afgelopen vrijdagavond op straat in Moskou met vier kogels vermoord, op nog geen honderd meter van de muren van het Kremlin. Hij was van de mensen uit het handjevol oppositieleiders dat nog over is in Rusland, en een van de luidruchtigste. De voormalig vice-premier onder Boris Jeltsin en oud-gouverneur van de stad Nizjni Novgorod nam geen blad voor de mond in zijn kritiek op Poetin en diens kliek, maar besefte de risico's daarvan maar al te goed. Drie weken geleden zei Nemtsov nog in een interview dat hij bang was 'dat Poetin hem zou laten vermoorden'. Tegen de zender Echo Moskvi zei hij vrijdag, op de dag van zijn dood, met documenten te kunnen bewijzen dat er Russische troepen in Oost-Oekraïne zijn. Die zijn onderdeel "van de waanzinig agressieve koers van Poetin", die veel Russen ruïneert, aldus Nemtsov.

'Boris, je hebt gelijk', vindt een demonstrant tijdens de herdenkingsmars voor Boris Nemtsov, afgelopen zondag in Moskou.Beeld getty

In 2013 werd de Russische zakenman Boris Berezovski dood in zijn badkamer in Engeland gevonden, met een strop om zijn nek. Zijn familie en vrienden geloven niet dat hij zelfmoord heeft gepleegd en denken dat het Kremlin erachter zit. Berezovski stond aanvankelijk op goede voet met Poetin, maar kreeg ruzie toen deze de oligarchen ging aanpakken en ging vrijwillig in ballingschap naar Groot-Brittannië, waar hij een van Poetins felste critici werd. Hij was onder meer de beschermheer van Alexander Litvinenko, een voormalig KGB-agent die in 2006 werd vermoord (zie verder).

Beeld REUTERS

Kritische publicaties
In juli 2009 werd de prominente Russische journalist en mensenrechtenactivist Natalia Estemirova, ontvoerd voor haar huis in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozni. Ze werd over de grens gebracht naar de buurrepubliek Ingoesjetië, doodgeschoten en achtergelaten in een greppel. Door haar kritische publicaties over de door het Kremlin gesteunde Tsjetsjeense leider Ramzam Kadirov en haar mensenrechtenactivisme werd Estemirovna gezien als opvolgster van Anna Politkovskaja, die drie jaar eerder al was doodgeschoten.

Beeld AFP

In januari 2009 werd Stanislav Markelov op straat in Moskou vermoord met een schot in het achterhoofd uit een pistool met knaldemper. Anastasia Baburova, een stagiaire van de krant Novaja Gazeta die bij hem was, werd ook gedood. De Russische mensenrechtenadvocaat kwam net naar buiten na een persconferentie. Markelov had daar aangekondigd een zaak te willen beginnen tegen de Russische regering, die een kolonel voorwaardelijk had vrijgelaten die een 18-jarige Tsjetsjeense vrouw had ontvoerd en vermoord. Of de moord op Markelov te maken had met deze rechtszaak of met een van zijn andere zaken is niet duidelijk.

Belastingfraude
Eind 2009 sterft de Russische advocaat Sergej Magnitski in zijn cel. Hij was raadsman van de Amerikaanse investeerder Bill Browder en diens bedrijf Hermitage Capital, midden jaren 2000 een van de grootste investeerders in Rusland. Als Magnitski ontdekt dat Russische overheidsfunctionarissen voor 230 miljoen dollar belastingfraude hebben gepleegd en daarvoor Hermitage Capital als vehikel misbruikten wordt hij opgepakt en ruim elf maanden zonder proces opgesloten. Naar verluidt zou Magnitski tijdens zijn verblijf in de cel zwaar onder druk zijn gezet om tegen Hermitage Capital te getuigen, wat hij weigerde. Onder de uiterst slechte omstandigheden in de gevangenis werd hij ziek, maar medische hulp werd hem geweigerd, waarna hij in november 2009 overlijdt, een paar dagen voordat zijn voorarrest afloopt. Zakenman Browder werd Rusland al in 2005 uitgezet en hij voert vanuit de VS nog steeds processen om de waarheid rond de dood van Magnitski boven tafel te krijgen.

Beeld AFP

Moorden op tegenstanders in het buitenland worden niet geschuwd. In november 2006 werd in Londen Alexander Litvinenko vergiftigd. De Rus was een voormalige KGB-agent die naar Groot-Brittannië was gevlucht en zich daar ontwikkeld had tot een felle criticus van Poetin. In het boek 'Het opblazen van Rusland' beschuldigde Litvinenko het Kremlin ervan de bomaanslagen op twee appartementsgebouwen in Moskou te hebben gepleegd (meer dan 200 doden), daarvan de Tsjetsjenen de schuld te geven met als doel een grootschalige militaire invasie in Tsjetsjenië te kunnen rechtvaardigen. Litvinenko bleek te zijn vergiftigd met de zeer zeldzame en uiterst giftige en radio-actieve stof polonium-210, dat vrijwel zeker uit Rusland afkomstig was. De Britse autoriteiten die de zaak onderzochten kwamen uit bij twee Russische verdachten, maar Moskou weigerde hen uit te leveren.

Beeld ap

In oktober 2006 werd Anna Politkovskaja vermoord in het portiek van haar appartementsgebouw in Moskou. Politkovskaja was journalist en een belangrijke criticus van Poetins bloedige oorlogen in Tsjetsjenië, waar ze al sinds 1999 vaak over publiceerde in de krant Novaja Gazeta. Ook schreef ze boeken, waaronder 'Poetins Rusland' in 2004. Daarin stelt ze dat de Russische geheime dienst FSB, de opvolger van de KGB, erop uit is alle burgerlijke vrijheden in Rusland te beknotten, met als doel een sovjet-achtige dictatuur te vestigen met Poetin aan het hoofd. Ze merkt wel op dat het Russische volk hiervoor in feite zelf verantwoordelijk is door zijn 'grenzeloze apathie van de samenleving'. In 2014 zijn uiteindelijk vijf mannen veroordeeld voor de moord op Politkovskaja, maar nooit is duidelijk geworden wie de opdracht gaf voor de moord.

Beeld AP

Op straat doodgeschoten
In juli 2004 werd Paul Klebnikov op straat doodgeschoten in Moskou. Klebnikov was de hoofdredacteur van de Russische editie van het zakenblad Forbes magazine. Voor zijn dood was hij bezig met een onderzoek naar een netwerk waarmee geld werd witgewassen. Het netwerk zou draaien rond een bouwfonds voor de wederopbouw van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië, waarbij belangrijke figuren in het Kremlin, binnen de georganiseerde misdaad en de geheime dienst FSB betrokken zouden zijn.

En in september 2004 was er de mysterieuze ziekte van Viktor Joestsjenko, de Oekraïense politicus die toen in de race was voor het presidentschap en die plotseling ernstige uitslag kreeg in zijn gezicht. Na de frauduleus verlopen verkiezingen werd hij een van de voormannen van de Oranje-revolutie die volgde op de stembusgang. Vanwege zijn anti-Russische houding werd hij door het Kremlin gezien als een risico. Joestsjenko bleek te zijn vergiftigd met een grote hoeveelheid dioxine, en overleefde de vergiftiging op het nippertje. Hijzelf wees in 2009 met de beschuldigende vinger naar Rusland, waar drie verdachten naartoe zouden zijn gevlucht. Moskou weigert hen uit te leveren.

Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden