Kritiek op Giro 555: Noodhulp verergerde juist crisis in Zuid-Soedan

Jok Madut Jok in Den Haag.Beeld Inge van Mill

Het was een mooie avond, 29 maart 2017. Met de geldinzamelingsactie op radio en televisie ‘Help slachtoffers hongersnood’ had Giro 555 aan het einde van die dag 30.011.423 euro opgehaald.

In de dagen daarna kwam er nog vijf miljoen euro bij voor de ruim twintig miljoen mensen in Zuid-Soedan en drie andere Afrikaanse landen die dreigden te sterven van honger. Art Rooijakkers had zijn Mies Bouwman-rol uitstekend vervuld, samen met andere Bekende Nederlanders als Irene Moors, Paul de Leeuw en Rik van de Westelaken.

De Nederlanders tastten geroerd en betrokken in de buidel. De toenmalige directeur van Oxfam Novib Farah Karimi sprak van een fantastische dag met een geweldige opbrengst. “Nederland laat zich vandaag weer op zijn mooist zien”, zei ze tegen NRC Handelsblad.

Bijna twee jaar later zegt de directeur van de Zuid-Soedanese denktank Sudd Institute en oud-onderminister van het land dat hij ‘niet blij was met die actie’. Zijn naam is Jok Madut Jok (49). Hij schreef als wetenschapper vier boeken over verschillende crises in Zuid-Soedan. Wat hem betreft hoeven dit soort noodhulpacties niet meer. Nederland kreeg er een goed gevoel door, maar als hij de balans opmaakt, komen bij Madut de negatieve gevolgen boven drijven.

Cholera en infecties

“De noodhulp komt naar je land. Ja, er worden levens gered, maar uiteindelijk gaan er nog meer mensen aan dood.” Een harde stelling die om uitleg vraagt. De wetenschapper, gestoken in een strak blauw pak en een paarse stropdas, glimlacht ontwapenend. Hij is in het Haagse Humanity House om met hulporganisaties te praten. Jok Madut is zich bewust dat zijn kritiek tegen het zere been is van de Samenwerkende Hulp­organisaties (SHO) die de hulpactie via Giro 555 organiseerden.

“Na vier maanden werd de noodhulp en voedselverstrekking gestopt. Maar dan is er nog steeds honger. Mensen hebben een aantal maanden de hoogstnoodzakelijke calorieën gekregen en nu staan ze er weer alleen voor.” Hij wil maar zeggen: ook na vier maanden sterven er nog steeds veel mensen van de honger.

“Hulp werkt als een magneet. Mensen komende van heinde en verre om voedselhulp te krijgen. Lopen dagen op hun laatste energie naar kampen waar de verstrekking plaatsheeft. Die overvolle kampen zijn binnen de kortste keren broedplaatsen voor talloze ziekten. Verzwakte mensen krijgen daar eten en sterven vervolgens aan vervuild drinkwater, cholera en infecties.”

Als die mensen met honger thuis waren gebleven, hadden ze het misschien op eigen houtje weten te redden, is zijn overtuiging, want dat doen ze al zo lang zo.

Cynisch realisme

Zijn grootste bezwaar tegen noodhulp is dat veel terechtkomt bij de strijdende partijen, militairen en guerrillagroepen. Die worden gevoed en kunnen de strijd weer voortzetten. Zo wordt, volgens Madut, de burgeroorlog in zijn land al meer dan veertig jaar in stand gehouden.

De machthebbers kijken ook weg. President Kiir en zijn tegenstander, oppositieleider Riek Machar, profiteerden ervan. Van de top naar beneden deden de meeste politici en bestuurders dat. “Niemand in mijn land neemt verantwoordelijkheid als een hongersnood dreigt door het mislukken van oogsten door droogte en geweld. Ze wachten net zo lang totdat de hulporganisaties erop inspringen. De noodhulp loopt dan via hen, daar zorgen ze wel voor, dus hebben ze hun bevolking geholpen, maar uit eigener beweging doen ze niets om tot goede oplossingen te komen voor Zuid-Soedan.”

En als de noodhulp stopt, wachten de machthebbers gewoon weer op de volgende ronde van honger en ellende, en op de acties van hulporganisaties uit het Westen. Het klinkt cynisch, maar dit is de realiteit volgens Jok Madut Jok in zijn land. Om uit deze al veertig jaar durende cyclus te komen, is zijn oplossing hard en simpel: stop met noodhulp.

Het leidt tot een onmogelijk dilemma want niets doen betekent dat mensen, ook kinderen, graatmager worden en een afschuwelijke dood sterven. Hij snapt ook wel dat dit niet gaat gebeuren. De eerste beelden van een stervend hongerend kind in Zuid-Soedan brengen een volgende noodhulpactie op gang en een nieuwe ronde van een cyclus waar geen ontsnappen aan lijkt te zijn.

“In Zuid-Soedan hebben we voor de dood door honger een ander woord dan voor dood door een kogel, ziekte of ouderdom. Hongerdood is een andere dood voor ons. Iemand die van de honger sterft, begraaf je niet, maar leg je buiten het dorp om opgegeten te worden te worden door de wilde dieren. Wij zeggen: begraaf je iemand die van de honger is overleden, dan bouw je met het graf een huis voor de terugkeer van de hongersnood.”

Het staat symbool voor de herhaling van geweld, ellende, honger, dood en van de steeds groter wordende afhankelijkheid van Zuid-Soedanezen van westerse hulp. “Het ontneemt mensen de kans op een waardig bestaan als iemand niet meer werkt voor zijn eten. Het wordt dan een cyclus van wachten op weer een nieuwe ronde van noodhulp.”

Afhankelijkheid

Steeds grotere groepen in zijn land worden hier afhankelijk van. De statistieken die het succes van de noodhulp in 2017 in Zuid-Soedan bejubelen, kennen ook tragische cijfers die het verhaal van Jok Madut Jok bevestigen. Op de site van Giro 555 staat te lezen: “Tegelijkertijd zorgt de aanhoudende burgeroorlog en daarmee gepaard gaande economische achteruitgang dat het aantal mensen dat hulp nodig heeft is toegenomen van 4,9 miljoen in mei 2017 naar 6 miljoen in juli 2017 en naar 7 miljoen mensen eind april 2018. ”

Dat de noodhulp hier een grote rol in speelt, staat er natuurlijk niet, maar die draagt volgens Madut sterk bij aan die groeiende afhankelijkheid van hulp die de ellende weer vergroot. In mei 2018 waarschuwde Oxfam Novib alweer voor een nieuwe hongersnood, maar de tijd was klaarblijkelijk niet rijp voor een nieuwe geldinzameling en hulpactie.

Kritiek leveren, ook al is die onderbouwd, is makkelijk. Dus komt Madut ook met oplossingen. Geld voor noodhulp moet weer ontwikkelingsgeld worden. Niet voor grote meeslepende projecten, maar lokale projecten die kleine gemeenschappen helpen om zichzelf te kunnen bedruipen. Investeringen in goed sanitair, schoon drinkwater, ambachtelijk opleiden en scholen van mensen. “Er moeten duurzame oplossingen komen en geen tijdelijke noodverbanden meer.” Dat geld moet ook rechtstreeks gaan naar boeren, herders, arbeiders en niet langs machthebbers, landelijk of lokaal, want dan blijft het aan de strijkstok hangen.

Geweld wordt iets minder

De Nederlandse hulporganisaties luisteren naar Madut. Bevestigen in discussies in Humanity House dat hij een belangrijke kwestie aanslingert. Zeggen dat ze hun uiterste best doen om tot duurzame oplossingen te komen, maar vinden stoppen met noodhulp bij hongersnood te simpel, te zwart-wit en ongenuanceerd. Madut legt het keer op keer uit, maar zegt ook: “Ze willen mijn verhaal eigenlijk niet horen. Het zou betekenen dat ze het niet goed doen.”

Toch lijkt er een verbetering te zijn in Zuid-Soedan. In de herfst van vorig jaar tekenden de twee warlords, president Kiir en zijn tegenstander en voormalig vicepresident Machar onder druk van andere landen een vredesovereenkomst. Madut bevestigt dat het geweld de laatste vijf maanden wat minder is geworden in zijn land nu militairen en strijders in kampen zijn ondergebracht. Maar een vredesakkoord betekent volgens Madut dat er veel geregeld moet worden om het in de praktijk te laten werken.

“Er gebeurt al maanden niets. Het is allemaal retoriek.” Soldaten en guerrillastrijders moeten in de kampen omgeschoold worden tot burgers. “Wat gaan zij straks in de samenleving doen? Hoe zorg je dat ze niet opnieuw een bedreiging worden?”

President Kiir zei afgelopen donderdag nog dat de regering geen geld heeft voor financiering van het vredesproces. Hij verwijt het Westen niet met geld over de brug te komen. En zei ongelukkig te zijn over het gesloten vredesakkoord. “De internationale gemeenschap vindt terecht dat Zuid-Soedan eerst zelf stappen moet nemen en in de buidel moet tasten, maar dat gaat niet gebeuren.”

De strijdkrachten aan beide zijden worden ook niet kleiner, volgens Madut. “Er worden weer nieuwe soldaten en guerrillastrijders gerekruteerd. Machar en Kiir spreken van vrede, maar hun acties wijzen weer op oorlog”, zegt een somber glimlachende Jok Madut Jok.

Lees ook: 

Opbrengst Giro555 overstijgt eerdere hongersnoodacties

De landelijke actiedag begon om vijf minuten voor zes ‘s ochtends op NPO Radio 2 en toen stond er ruim 17,5 miljoen euro op de teller.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden