Kritiek op de medaillefabriek

Olympische topsport gecentraliseerd op Papendal. Maar dat werkt niet voor alle sporters.

Na de verbazingwekkend succesvolle Olympische Winterspelen in Sotsji lijkt NOC-NSF zich op weg naar de Zomerspelen in Rio en erna te verslikken in haar top-10-ambitie. De teruglopende financiële middelen staan haaks op het streven bij de beste tien landen van de wereld te behoren. Centraliseren is daarom het toverwoord geworden. Afgelopen week was in de aflevering 'De Papendallers' van televisieprogramma De Hokjesman te zien hoe het in de grootste medaillefabriek van NOC-NSF toegaat. Nederland kent inmiddels vier centra voor topsport en onderwijs (CTO's).

Het zijn prachtige laboratoria waar alle voorwaarden en faciliteiten zijn samengebracht om uit vlees en bloed goud zilver en brons te smeden. Er is één belangrijke 'maar': niet iedereen voelt zich thuis in een strak geregisseerde structuur waarin aanspreekpartners monomanen zijn wiens voornaamste levensvisie (tijdelijk) ver afstaat van een normaal geaccepteerd sociaal leven. "Vrienden zal ik hier niet overhouden", sprak een sporter in de reportage somber.

De verzakelijking binnen de topsport werd afgelopen zomer op de opiniepagina van de Volkskrant verwoord door marketingman Marcel Beerthuizen, die zich verbaasde over de worsteling van atlete Dafne Schippers. De tweevoudige Europese sprintkampioene zou niet eens mogen nadenken over wat ze wil: haar hart volgen op de relatief anonieme meerkamp, of kiezen voor de financieel en publicitair aantrekkelijke sprint.

"Topsport zoals Schippers die beoefent, is niet vrijblijvend meer", schreef Beerthuizen. "Het is haar beroep. Ze wordt daarvoor betaald en er wordt in haar geïnvesteerd met geld van de samenleving. Schippers moet daar, net als iedere werknemer bij willekeurig welk bedrijf, ook tegenprestaties voor leveren. De invulling daarvan wordt bepaald door haar werkgever. Ik neem aan dat Maurits Hendriks deze week aan Dafne gaat vertellen hoe haar toekomst er zal uitzien."

Maurits Hendriks, technische directeur van NOC-NSF, bezwoer desgevraagd dat het uitgesloten is dat Schippers iets zal worden opgelegd. Wel voegde hij daaraan toe: "We praten wel met de Atletiekunie over wat de meest kansrijke mogelijkheden voor haar zijn."

Er zijn vele wegen die naar de top van de Olympus kunnen leiden. De een prefereert een losse aanpak in combinatie met werk of studie, een ander heeft baat bij eenzame opsluiting in een topsportinrichting. En dan is bovendien ene sport de andere niet. Die diversiteit was al in de smal georiënteerde olympische selectie voor Sotsji zichtbaar. De shorttrackers opereerden centraal en wonnen slechts één medaille. Het eenzame pionierswerk van bobsleesters Esmé Kamphuis en Judith Vis leverde een opmerkelijke vierde plaats op. Niet goed genoeg voor NOC-NSF, die bobsleeën een dure, onrendabele bezigheid vindt.

Daar stond de hoge economische rentabiliteit van het fors gesponsorde schaatsen tegenover. Een jaarinvestering van slechts een half miljoen euro leverde het ongekende aantal van 23 olympische medailles op. Hier was de kracht van het Nederlandse model bewezen, prees een vergulde Hendriks: de rivaliteit tussen zeven sterke, commerciële schaatsteams.

Chris de Korte, Nederlands succesvolste judocoach, nam het met stomheid geslagen tot zich. Amper een half jaar eerder had zijn sport het dictaat van de omgekeerde weg opgelegd gekregen. De Korte werd bedankt voor bewezen diensten en terzijde geschoven. Topjudoka's werken nu verplicht met toegewezen bondscoaches, na Rio zullen ze zich centraal moeten vestigen. Judo is gebaat bij veel concurrentie. Met alle toppers samen op Papendal en de subtoppers, hun dagelijkse sparringpartners, bij de clubs, is die weg. En daarmee het sportieve rendement van centraliseren.

Bovendien zijn individuele sporten gebaat bij eigenzinnige keuzes, zeker waar die coaches betreffen. Niet zelden komen grootse prestaties tot stand dankzij een hechte twee-eenheid tussen sporter en coach. Zie nu de moeizame zoektocht van olympisch zwemkampioene Ranomi Kromowidjojo, sinds Jacco Verhaeren in Australië werkt.

De Korte waarschuwde een jaar geleden al dat centraliseren de ondergang zal zijn van het Nederlandse topjudo. De gepensioneerde Cor van der Geest, tot 2012 technisch directeur van de judobond, keerde zich afgelopen week in een open brief ook tegen de voornemens: hij verwijt bestuurders onkunde en vreest dat judobond en NOC-NSF zijn sport kapot maken.

Hendriks voelde zich geroepen daarop te reageren, hij wordt niet graag uitgemaakt voor dictator van de Nederlandse topsport. De verantwoordelijkheid voor de invulling van het topsportprogramma, zo meldde hij, ligt geheel bij de judobond. Zijn aanvulling daarop was echter veelzeggend: "NOC-NSF waakt dat daarbij efficiënt met de publieke middelen wordt omgesprongen. Centralisatie is daarbij een belangrijk thema."

Het is een dubbele en tegelijkertijd begrijpelijke reactie, waardoor de judobond zich onder druk gezet zal voelen. Hendriks bevindt zich in een onmogelijke positie. Gezien de schaarse middelen kan hij niet anders dan impopulaire keuzes maken. Die moeten de grootste medaillekansen versterken, maar hebben met bezuinigingen elders onvermijdelijk een verschraling van de Nederlandse topsport tot gevolg. Dat is niet Hendriks te verwijten, het is een gevolg van de Nederlandse cultuur: topsport wordt bij succes steeds meer omarmd, maar mag nog altijd niet te veel kosten.

De voorwaarden voor het bedrijven van topsport zijn onvergelijkbaar beter dan twee decennia geleden. Met die vooruitgang is de ontwikkeling op mondiale schaal echter niet bij te houden, in elk geval niet voor een breed sportpalet.

Slechts acht sporten behoren tot het focusbeleid van NOC-NSF. Olympische topsport is in veel gevallen geen beroep dat zich in een cao, vaste kaders of keurslijf laat vangen. Dan is het een ongewis avontuur met schrale budgetten, gevoed door passie en gekenmerkt door eigenzinnige keuzes. Mogelijk straks ook voor de topjudoka die een fulltime verblijf op Papendal als gevangenschap ziet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden