Krijgt succes ditmaal wel een vervolg?

Opleving van de Nederlandse atletiek geeft geen garanties. Investeren in olympisch succes is een kostbare gok.

Met een ongedachte opleving heeft de Nederlandse baanatletiek wereldwijd aandacht getrokken. Nationale records van mondiaal kaliber, successen in de Diamond League en drie titels op zes medailles tijdens de Europese kampioenschappen worden met recht gekoesterd. Maar is daarmee sprake van brede, structurele verbetering die zicht biedt op olympische prijzen?

Misschien. De prestaties van Dafne Schippers op meerkamp en 200 meter, Sifan Hassan op 1500 en 5000 meter en meerkampster Nadine Broersen bieden dat perspectief. Net zoals tienkamper Eelco Sintnicolaas (zilver EK 2010) en verspringer Ignisious Gaisah (zilver WK 2013) hebben bewezen dat ze van olympisch topniveau kunnen zijn.

Er is echter een kanttekening: Nederlands atletieksucces is zelden structureel gebleken, op een bejubelde prijs komt zelden een vervolg. Wat dat betreft is Dafne Schippers de uitzondering die als inspiratiebron kan dienen. Zij won vorig jaar tijdens de WK brons op de zevenkamp en werd dit jaar Europees kampioene op de 100 en 200 meter. Eerder won alleen werper Rutger Smith deze eeuw medailles op meer dan één buitentoernooi, iets dat in de jaren negentig alleen discuswerper Erik de Bruin lukte.

Zelfs Ellen van Langen, 22 jaar geleden olympisch kampioene op de 800 meter, volstond met één internationale prijs. Net als Nederlands enige wereldkampioen, polsstokhoogspringer Rens Blom. Bij de meeste winnaars stonden blessures een vervolg van succes in de weg. Niet voor niets hamerde technisch directeur Ad Roskam met het oog op de toekomst op perfectionering van de (kostbare) medische begeleiding.

Daarbij stuiten we op een probleem. Atletiek behoort niet tot de acht sporten die op basis van olympische successen uit het verleden door NOC-NSF als speerpunt worden beschouwd en dito gefaciliteerd. Slechts negen atleten wonnen in de olympische historie individueel een medaille.

NOC-NSF zet mede vanwege de relatief schaarse middelen zo economisch mogelijk in op succes. Investeren in een medaille binnen het hoofdprogramma van de Olympische Spelen is een kostbare gok. De mondiale medaillespreiding is sterk vergroot; traditioneel grote atletieklanden investeren soms tientallen miljoenen in programma's die geen prijs opleveren. Wie één titel pakt is al spekkoper.

Atletiek is met haar 24 olympische disciplines bovendien te breed en veelomvattend voor een sluitend beleid. Zeker in een land dat vist in een kleine vijver en niet of nauwelijks investeert in talentherkenning. De ene keer duiken bij polsstokhoogspringen talenten op, de andere keer bij hordelopen. In beide 'scholen' werd geïnvesteerd, om ze vervolgens af te stoten.

Acht jaar geleden deed Peter Verlooy als technisch directeur een poging daar grip op te krijgen, zij het - net als NOC-NSF sinds 2012 - slechts als versterking van de toen succesvolste disciplines: sprint, meerkamp, werpen en midden en lange afstanden (mila).

Hobbycoaches zijn vervangen door professionals; faciliteiten worden centraal op Papendal aangeboden. Dat beleid mondde mede uit in het huidige succes. Andere factoren zijn migratie (van Troy Douglas en Karin Ruckstuhl aan het begin van deze eeuw tot Ignisious Gaisah en Sifan Hassan nu) en de aloude bevlogenheid van atleten en coaches die zonder noemenswaardige steun hun dromen najagen.

Sinds het verrassende brons op de WK van 2003 is geïnvesteerd in estafetteploegen, waardoor ook atleten die individueel buiten de prijzen zouden vallen werden geïnspireerd tot investeren. Bij mannen en vrouwen zijn daardoor finalewaardige ploegen voor WK's en Olympische Spelen gegroeid.

Gezien de bouw van (lange, sterke) Nederlanders lag de keuze voor ondersteuning van de meerkamp voor de hand. Dat heeft bij de vrouwen geleid tot een aanhoudende stroom hoogwaardig talent die het soms wint van het nauwelijks in te dammen, carrièrebedreigende blessureleed. Zoals nu in het geval van Schippers en Broersen.

De werpdisciplines worden overeind gehouden in weerwil van een atleet (Erik Cadée) die op grote toernooien altijd faalt, met hoop op terugkeer van de lang afwezige, kwetsbare Rutger Smith. Steun voor mila is daarentegen door NOC-NSF in 2012 als zijnde inefficiënt stopgezet, ofschoon op dat terrein een zekere reputatie was opgebouwd. De ironie wil dat juist daar tijdens de EK drie medailles werden gewonnen: goud en zilver door Hassan, brons door Susan Kuijken op de vijf kilometer.

Dat onderstreept de ongrijpbaarheid van topatletiek. Honoré Hoedt, geestelijk vader van mila, bleef als bevlogen idealist volharden in zijn loopproject. Op en rond Papendal formeerde hij een eigen regionaal talententeam en op het moment dat de stekker uit mila werd getrokken, voerde hij zijn eerste gesprek met de ogenschijnlijk kansarme Hassan. Susan Kuijken ging als wereldburger altijd al haar eigen weg.

De helft van het atletieksucces kwam dus tot stand buiten de invloedssferen van de sportregenten om. Natuurlijk kreeg Hassan steun in bijdragen voor trainingskampen. Maar een fulltime trainer en fysiotherapeut heeft ze niet. Ze lift mee op het parttime dienstverband dat Hoedt heeft bij de Noorse atletiekbond.

"Sifan is een belangrijke Nederlandse troef voor olympisch goud, maar ze bedrijft sport dankzij een lappendeken van vooral buitenlands geld", aldus Hoedt, die Bram Som in 2006 naar de Europese titel op de 800 meter begeleidde. Som sloeg daarna met eigen geld een eigenzinnige weg in. Die bleek door ziektes en blessures uiteindelijk onbegaanbaar.

Schippers, Hassan en Kuijken op Continental Cup

Dafne Schippers, Sifan Hassan en Susan Kuijken nemen dit weekeinde als leden van de Europese selectie deel aan de IAAF Continental Cup in Marrakesj.

Deze atletiekwedstrijd tussen de continenten, vroeger de World Cup genoemd, vormt de afsluiting van het internationale baanseizoen.

Tweevoudig Europees kampioene Schippers loopt, evenals de Française Myriam Soumaré, de 100 en 200 meter.

Hassan neemt in Marokko de 1500 meter voor haar rekening, Kuijken de dubbele afstand. Zij danken hun selectie aan hun goede prestaties op de EK, vorige maand in Zürich.

De Europese federatie vaardigt een ploeg van 85 atleten uit vierentwintig landen af. De continentale teams van Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Azië/Oceanië zijn de tegenstanders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden