Krijgsheren tonen macht

AMSTERDAM - Zes van de tien hulpverleners die dinsdag in Somalië werden ontvoerd, zijn gisteren weer vrijgelaten. Onderhandelaars van de Verenigde Naties in de hoofdstad Mogadishu onderhandelen nog met krijgsheer Muse Sudi Yalahow over de vrijlating van de overige vier.

In Mogadishu heerste gisteren een gespannen rust. Regeringssoldaten versterkten hun posities, terwijl de bewapende vrachtwagens van de milities door de straten raasden. ,,De regering wil geen oorlog, we willen de levens van de hulpverleners niet in gevaar brengen'', zei de minister van binnenlandse zaken, Dahir Mohamed Sheikh Nur, gisteren.

Maar de ontvoering is een duidelijk signaal van de krijgsheren: ze accepteren de nieuwe regering van Somalië niet. Volgens een woordvoerder van Muse Sudi moest de ontvoering duidelijk maken dat Mogadishu nog steeds geen veilige plek is. Dat bleek vorig jaar november ook al, toen kort na elkaar twee parlementsleden vermoord werden.

Onderling proberen de krijgsheren wel tot een vergelijk te komen. Vorige week richtte een groot aantal van hen, ook Muse Sudi, in Ethiopië de 'Somalische Raad voor verzoening en wederopbouw op'. De raad wordt voorgezeten door krijgsheer Hoessein Aidid, de zoon van de beruchte Mohammed Farah Aidid die in 1992 het VN-vredesleger tot een smadelijke aftocht dwong. Aidid ziet niets in de nieuwe regering, legde hij in januari aan de BBC uit, omdat 'het volk nooit geraadpleegd' is. ,,We zullen nooit deel uitmaken van die regering, omdat we een grondwettelijke, nationale regering willen.''

Het waren woorden die nogal ongeloofwaardig klonken uit de mond van een krijgsheer en het is de vraag of het veel Somaliërs iets kan schelen dat de nieuwe regering niet volgens de fijnste regels van de democratie tot stand kwam. Nadat het land bijna tien jaar geen regering had gehad en was verwoest door onderling strijdende krijgsheren, werd de nieuwe president vorig jaar augustus door honderdduizend juichende mensen onthaald in de hoofdstad.

Abdiqassim Hassan Salad was gekozen door een parlement dat in buurland Djibouti op onorthodoxe wijze uit de grond was getrokken. De president van Djibouti had drieduizend Somalische burgers, vertegenwoordigers van alle clans en subclans, maar ook van bijvoorbeeld vrouwenorganisaties, uitgenodigd om een parlement te kiezen. Na maanden praten in een tentenkamp lukte dat uiteindelijk.

De nieuwe regering is voorlopig alleen nog maar de baas in een deel van Mogadishu. Niet alleen de krijgsheren erkennen de regering niet. Ook Somaliland en Puntland, twee landsdelen die zich hebben afgescheiden, willen niets met de nieuwe regering te maken hebben. Ze vrezen dat de regering in Mogadishu een bedreiging vormt voor hun onafhankelijkheid, die door niemand erkend wordt. En er is nog een ander punt. Verscheidene hooggeplaatsten in de nieuwe regering dienden ook onder de in 1991 verjaagde dicator Siad Barre. President Hassan Salad was bijvoorbeeld zijn minister van binnenlandse zaken. In Somaliland hebben ze weinig goede herinneringen aan deze tijd. In 1988 werd de stad Hargeisa door zijn bommenwerpers volledig met de grond gelijk gemaakt, er vielen naar schatting 40000 doden.

Ook de nu verenigde krijgsheren hebben moeite met het verleden van de president. Het was immers de vader van Hussein Aidid die destijds het regime van Barre ten val bracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden