Krengen, dat heeft de natuur nodig

reportage | Dode dieren zijn voor wandelaars in de natuur geen pretje om te zien. Maar andere dieren, van vale gier en das tot zangvogel en insect, varen er wel bij.

Aha, Een nekwervel en een onderkaak. En hier, een stukje dijbeen met nog een restant vlees. Als je de sporen van plukken vacht volgt, verzamel je vanzelf een heel skelet bij elkaar. Er is in elk geval flink gesleept met dit kadaver. Zal de vos wel zijn geweest."

Het is een wat merkwaardig tafereel, deze koude, vochtige ochtend in een natuurgebied nabij Roermond. Met grote rode handschoenen, eigenlijk bedoeld om adders mee aan te pakken, wijst boswachter Robbert Ouwerkerk steeds naar op de grond liggende 'stukken beest'. Na het dijbeen haalt hij een halswervel, oogkas en atlas tussen de heidestruiken vandaan om vervolgens de grond onder een berg haren eens flink om te wroeten. "Het is dat het winter is, anders trof je hier een massa van maden en aaskevers aan. Ideaal voor vogels en wilde zwijnen. De laatste sloeberen ze gewoon op."

Ouwerkerk is boswachter van Staatsbosbeheer in de Meinweg, een van de natuurterreinen in Limburg waar de stichting ARK Natuurontwikkeling - bekend van onder meer Rewilding Europe en Ruimte voor de Rivier - onderzoek doet naar het laten liggen of zelfs 'moedwillig' neerleggen van kadavers in de natuur.

Voor een deel gebeurt dit uiteraard al van nature. Vossen, reeën en zwijnen die een natuurlijke dood sterven, worden niet verwijderd. Sterker nog: ze worden meestal niet eens opgemerkt. Stervende dieren trekken zich terug.

Dat ligt anders bij de vele honderden verkeersslachtoffers, het zogeheten valwild. Wegbeheerders halen de kadavers op en brengen die weg voor destructie. Ook de zogeheten 'grote grazers', Schotse hooglanders, galloways, paarden en pony's, door beheerders tegen verbossing ingezet, worden na hun dood vrijwel altijd uit de natuur gehaald. Volgens de wet zijn dit 'gehouden landbouwhuisdieren' en die moeten - veelal uit angst voor ziekten - afgevoerd worden voor destructie.

En dat is jammer en 'on-ecologisch' vindt ARK. Kadavers vervullen een wezenlijke functie en krikken de biodiversiteit van een gebied geweldig op. Met name aan het eind van de winter, als de sterfte onder grote dieren van nature groot is en tegelijkertijd voor veel vogels en zoogdieren de voortplantingstijd aanbreekt, zijn de kadavers een belangrijke voedselbron.

Het belang van aas was uit met name buitenlandse ervaringen al duidelijk, maar blijkt ook weer uit een proef in vijf Limburgse natuurgebieden en de Gelderse Poort, waarbij dode dieren voor een camera worden gelegd. Raven, roofvogels, vossen, wilde zwijnen, muizen, marterachtigen, spinnen, dassen en tal van zangvogels laven zich aan vlees en botten. "Er zijn in Limburg zelfs een vale gier, wilde kat en rode wouw gesignaleerd", zegt Ouwerkerk enthousiast. Het aantal soorten insecten dat zich - in de warmere seizoenen - direct of indirect tegoed doet aan restanten, tart al helemaal de verbeelding. Dat aantal loopt tegen de 1000, waarvan de aaskevers met zo'n 750 soorten de belangrijkste zijn.

Nou lijkt vlees vlees, maar met name voor de insectenwereld is er een groot verschil tussen grote en kleine lijken. Kleine lijken zijn opgeruimd door aaseters vóór veel insecten hun levenscyclus hebben voltooid. Dat geldt bijvoorbeeld voor insecten die leven van de larven van op aaskevers parasiterende insecten.

ARK pleit daarom voor meer grote kadavers in de grotere natuurgebieden. De proeven moeten de functie van aas nog eens duidelijk maken, maar vooral ook het draagvlak bij terreinbeheerders en recreanten vergroten.

Heel ingewikkeld hoeft het volgens ARK niet te zijn. "Breng het valwild terug in de natuur. Daar komt het immers ook vandaan. Vraag de jagers het geschoten wild in het veld te ontweiden, van de ingewanden te ontdoen, zodat de raven, vossen en wilde zwijnen die in elk geval hebben. Beter is nog met de jagers af te spreken dat een deel van het afschot in het veld achterblijft. Schakel dan ook meteen over op koperen kogels. Loodvergiftiging is anders een serieus gevaar", zegt de inmiddels bij het gezelschap aangesloten Hettie Meertens van ARK.

En dan zijn er nog de gehouden landbouwhuisdieren. Op een klein aantal ontheffingsgebieden na, de Veluwezoom en de Oostvaardersplassen, moeten kadavers hiervan op grond van een Europese verordening worden verwijderd. Ontheffingen zijn niet makkelijk te krijgen, maar binnen de wet zijn er wel mogelijkheden. Half verrotte, moeilijk transporteerbare restanten en dieren op onbereikbare plekken mogen achterblijven, net als dieren in heel kwetsbare natuurgebieden. Ophalen daar zou immers andere dieren of de flora kunnen schaden. Ook als het kadaver van levensbelang is voor een beschermde soort, kan ontheffing worden gekregen.

Meertens: "Over de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van de grote grazers bestaat bij veel beheerders nog onduidelijkheid of onwetendheid. Samen met de autoriteiten willen we voor natuurbeheerders tot duidelijke richtlijnen komen." Angst voor verspreiding van ziekten is niet nodig, denkt Meertens. Conform de wettelijke bepalingen worden alle grote grazers periodiek gekeurd.

Een mooi idee, althans vanuit de ecologie, maar de vraag is natuurlijk wel of de bezoekers van die natuurgebieden opengereten lijken en aangevreten kadavers zullen waarderen. Verleden jaar zijn er in de Meinweg ruim twintig krengen uitgelegd. Ouwerkerk glimlacht. "Nee inderdaad. De meesten zitten niet op zo'n confrontatie te wachten, maar veel emotie roepen de kadavers ook weer niet op. Stervende dieren zijn tranentrekkers; eenmaal dood doen ze je blijkbaar niet meer zoveel." Uit voorzorg legt hij de lijken een stuk van het pad, ook al om 'gesodemieter met honden' te voorkomen. Er geldt in het overgrote deel van de Meinweg een aanlijnplicht maar notoire overtreders zijn er overal. Tja, en die moeten het bezuren. Honden vinden het nou eenmaal heerlijk om in rottend materiaal te rollen...

Ondertussen cirkelt er een buizerd boven de restanten. Een raaf verschijnt. Dood doet leven.

Doodgereden bunzing langs de kant van de weg. De kadavers teruggeven aan de natuur is een feest voor ontelbare andere dieren.

Meer locaties

Niet alleen in de Meinweg, ook in de natuurgebieden De Maasduinen, het Kempen-broek en het Drielandenpark worden onder toeziend oog van camera's kadavers uitgelegd. De proeffase in Limburg is nu voorbij. Met de opgedane kennis, ervaringen en positieve resultaten kan, zo hoopt ARK, op de ingeslagen weg worden voortgegaan.

Meer informatie op www.ark.eu/natuurlijke-processen/dood-doet-leven

Hangjongeren

Je zou ze hangjongeren kunnen noemen, de raven en wilde zwijnen. Ze hebben het razendsnel door als er geregeld op dezelfde plek aas wordt neergelegd, en blijven rondhangen bij de locatie. Sommige monopoliseren zelfs. Op camerabeelden is te zien hoe een raaf een buizerd belet te eten. Ook een wild zwijn dacht een portie te kunnen opeisen door agressief uit te vallen naar een vos. Die liet het er niet bij zitten; sluw en van achteren naderend ging hij er toch met een stuk vandoor. Hangjongeren. Om ze te voorkomen wordt het aas op steeds wisselende plekken gelegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden