Kraken, metselen, behangen en honing geven

Ze zijn net op tijd, de uitgevers van deel 11 van de serie 'Natuur van Nederland'. Met tweeënhalve kilo boek over de Nederlandse bijen, gisteren gepresenteerd in het Leidse museum Naturalis, sluiten ze 'Het Jaar van de Bij' op een waardige manier af.

Meestal is 'bij' een synoniem voor 'honingbij', maar dat is toch een lelijke onderschatting. In ons land is de honingbij slechts één van de 358 verschillende soorten die ooit zijn gevonden. Wereldwijd komen er zelfs 20.000 verschillende soorten voor.

De honingbij heeft om begrijpelijke redenen wel een bijzondere plek tussen al die soorten. Het is wereldwijd een van de meest gehouden 'huisdieren'. Apis mellifera krijgt dan ook als enige een compleet hoofdstuk tot zijn beschikking in het boek. Een tijdloos hoofdstuk wel te verstaan, over de biologie en de ecologie van het dier, niet per se over bijensterfte, laat staan over de soms stevige discussies rond de oorzaken van de actuele bijenproblemen.

De bulk van het boek gaat over die 357 andere bijen. En daar zitten bijzondere types tussen. Zo is er een groep bijen die hun eitjes door andere soorten laten verzorgen (koekoeksbijen), er zijn groepen die hun nesten behangen met stukjes blad (behangersbijen) of die hun broed letterlijk inmetselen in kleine holtes (metselbijen). Er zijn zelfs soorten, zoals de gouden slakkenhuisbij, die zich helemaal hebben gespecialiseerd in het kraken van lege slakkenhuisjes.

Het overgrote deel van de bijen leeft solitair, in tegenstelling tot de honingbij, die in grote, sociale volken leeft, of de verschillende hommels, ook een groep van bijen die kleine kolonies maakt.

Een boek van tweeënhalve kilo is niet bedoeld om in je rugzak mee het veld in te nemen om gevonden bijen op naam te brengen. Daarvoor kun je misschien beter een smartphone meenemen met daarop bijvoorbeeld de website wildebijen.nl. Toch zit er in het boek wel een zogenoemde determinatiesleutel, om tenminste de groepen, achteraf thuis, te kunnen herkennen. 'Heeft het achterlijf een puntje, ga dan naar vraag 7, is het achterlijf afgeknot, ga dan naar de ertsbijen.' De auteurs kondigen wel aan dat ze begin volgend jaar met een handzame tabel komen om soorten te kunnen herkennen.

"De eerste plannen voor dit naslagwerk werden al gesmeed in de jaren negentig", zo licht de eerste auteur, Theo Peeters van Stichting Bargerveen in Nijmegen, toe. "Met een werkgroep van de Entomologische Vereniging wilden we eigenlijk een compleet boek maken van alle angeldragers, de aculeata. Maar dat werd dus een veel te groot project. Vandaar dat we het hebben gesplitst. In 2004 hebben we in deze serie een apart deel gemaakt over de 408 Nederlandse wespen en 61 soorten mieren. Nu hebben we, voor een groot deel met dezelfde auteurs, de bijen beschreven."

De vraag naar zijn favoriet onder de 358 Nederlandse bijen is een onmogelijke, vindt Peeters. "Nummer 359", zegt hij lachend, "al ben ik daar ook al weer te laat voor. Dit voorjaar heeft collega-auteur Ivo Raemakers in Zuid-Limburg de dageraadzandbij gevonden. Dat was een van de meer dan dertig nieuwe soorten die we konden verwachten, vanwege de veranderingen in het klimaat en het naar het noorden verschuiven van leefgebieden."

'De Nederlandse bijen' mag dan meer een naslagwerk dan een veldgids zijn, het is ook wel degelijk een praktisch boek, bijvoorbeeld voor natuurbeheerders. Bij de verschillende soorten staat beschreven wat hun eisen zijn aan de omgeving. Van de zeldzame knautiabij is bijvoorbeeld bekend dat hij alleen ergens wil komen als er tenminste 50 planten van de beemdkroon bij elkaar staan. Zelfs als er een strook is van tien meter breed of meer - een weg of een akker - waar geen beemdkroon staat, wil deze bij daar niet overheen vliegen.

In een apart hoofdstuk over bescherming en beheer geven de auteurs ook algemene informatie over hoe je bijen, niet alleen honingbijen, kunt helpen. Gevarieerd landschap met veel wilde bloemen, dat lijkt de belangrijkste sleutel. Al sluiten de auteurs dat stuk tekst af met een cris du coeur: Als we bijen willen behouden als bestuivers, van wilde bloemen en ook van economisch belangrijke landbouwgewassen, mogen we wel wat voorzichtiger worden met het toestaan en gebruiken van allerhande bestrijdingsmiddelen.

De Nederlandse bijen, Theo Peeters e.v.a., Uitgever: Naturalis Biodiversity Center en EIS Nederland i.s.m. KNNV Uitgeverij, € 49,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden