Krachtige blik op de sterren

In mei wordt Anton Corbijn zestig. Vandaag openen in het Gemeentemuseum en het Fotomuseum in Den Haag twee tentoonstellingen die 's werelds beroemdste popfotograaf eren.

Het is niet alleen een duik in het veelomvattende oeuvre van één van 's werelds beroemdste muziekfotografen, maar ook een reis door veertig jaar popcultuur. Anton Corbijn heeft zo'n beetje iedereen voor zijn lens gehad. Noem ze maar op: Davis, Bowie, Waits, Cave, Sinatra, Jagger. De groten der aarden.

Het zijn zulke beroemdheden die de foto's van Anton Corbijn een extra lading geven. Veel van zijn werk is uitgegroeid tot iconisch beeld, in het collectief muziekgeheugen gegrift: denkend aan Jeff Buckley of Kurt Cobain komen meteen die grofkorrelige zwart-witfoto's voor het geestesoog. Maar Corbijn zal de eerste zijn om toe te geven dat het óók iconische foto's zijn geworden juist doordat zijn onderwerpen al iconen waren.

Nooit dacht hij bij het schieten van de beelden dat het werk, twintig, dertig jaar later nog eens in een museum kzou komen te hangen. Vandaag opent in het Haagse Gemeentemuseum en in het ernaast gelegen Fotomuseum een dubbeltentoonstelling ter ere van Corbijn, die in mei 60 jaar wordt.

Anton Corbijn begon met fotograferen uit liefde voor muziek. Hij voelde zich aangetrokken tot die mensen, op het podium, bezig met magie die muziek kan zijn. Zijn lens was een manier om dicht op dat vuur te komen. Maar met die camera om zijn nek wist hij zich niet alleen door het publiek naar voren te worstelen, ook bracht het hem tot vlakbij de muzikanten zelf. Hij bouwde vriendschappen op met U2, werd artdirector van Depeche Mode. Bij rocksterren gaat het om zo veel meer dan alleen muziek - uitstraling is minstens zo'n belangrijkere pijler voor succes. Corbijn gaf hen die uitstraling.

"Mensen vragen me wel eens waarom ik nooit mensen op straat fotografeer. Maar dat vraagt een heel andere benadering", vertelt Corbijn in het Gemeentemuseum, tijdens de voorbezichtiging van de twee tentoonstellingen. Het is een nonchalant prater, met licht ironische humor - zoals wanneer hij vertelt geen nieuwe bands meer aan te nemen, en daarbij opmerkt dat dat vermoedelijk de reden was dat K3 er deze week de brui aan gaf.

In het retrospectief 'Hollands Deep' in het Gemeentemuseum zien we de ontwikkeling van Corbijn van popfotograaf, via fotokunstenaar, tot filmregisseur. Hier hangen zijn beroemdste prenten, uitvergroot, van muzikanten en filmsterren. Ook hangt er minder bekend en conceptueler werk zoals de portretten van kunstenaars Jeff Koons, Damien Hirst en Ai Wei Wei. Mooi zijn de haast terloops genomen foto's van George Clooney, tijdens het draaien van 'The American'. De laatste jaren richt hij zich meer op film. Daarin zit tegenwoordig meer uitdaging, zegt hij, al blijft fotografie altijd zijn grote liefde.

In de andere, compactere expositie '1, 2, 3, 4' in het naburige Fotomuseum hangt waar Corbijn groot mee werd: talloze portretten van rocksterren, over tien bands/muzikanten gegroepeerd. Het dubbelt wat met die grotere zustertentoonstelling - maar muziekliefhebbers mogen dit niet missen, als ze toch in de buurt zijn. Voor 'one-two-three-four' speurde de fotograaf door zijn archieven, waar hij veel nooit eerder vertoond materiaal opdook - bijvoorbeeld de serie van een roadtrip in 1980 met vrouwenpunkband The Slits.

Dat grasduinen door veertig jaar aan materiaal was nog een hele klus, zegt Corbijn. Vergelijk het met je spullen uitzoeken als je gaat verhuizen: best emotioneel. Sommige foto's had hij jaren niet gezien, sommigen was hij vergeten. "Veel fotografen werken vanuit een studio, maar ik ga altijd naar de mensen toe. Elke foto van mij is verbonden met een herinnering aan een reis."

Vergeten foto

Tijdens het selecteren kreeg Corbijn zijn eigen ontwikkeling onder ogen. "Toen ik jong was, hield ik me nog heel erg met compositie bezig. Om mezelf te bewijzen dat ik het kon. De belichting was vaak slecht... Eigenlijk heb ik alle fouten die je kunt maken wel eens gemaakt. Maar dan kom je een vergeten foto tegen die dat allemaal weer goed maakt. Daarom ben ik trots op wat hier allemaal hangt.

"Vroeger dacht ik altijd dat je iemand goed moest kennen voor je hem kon fotograferen. Maar dat is niet het geval. Ik fotografeer sowieso mensen die erg in the public eye zijn, er is al veel voorkennis, en dat is voor mij genoeg om aan de slag te kunnen. Veel mensen die ik heb gefotografeerd waren bij korte shoots - zoals David Bowie, of Miles Davis. Het resultaat is niet minder dan de foto's die ik nam van Bono, toen ik hem al dertig jaar kende."

Er hangen veel sterke, krachtige beelden: een onscherpe Sinéad O'Connor, alleen herkenbaar aan dat kale hoofd. Een kenmerkend ruwe Tom Waits - net een houtskoolschets. In beschrijvingen van het werk van de domineeszoon uit de Hoeksche Waard wordt vaak zijn ernstige toon, soms zelfs zijn zwartgalligheid benadrukt.

Maar veel is juist speels gecomponeerd - zoals Peter Gabriel, met een waterpistool verscholen tussen het riet. Ook maken Corbijns foto's vaak kwetsbaar: Michael Schumacher, die naakt oogt zonder auto, ondanks helm en racepak. Bono, die bijna wegvalt onder de lichtreclame in Tokio. Een oude Frank Sinatra, eenzaam aan de toog, in een duistere, lege bar.

Want hoe iconisch veel van zijn beelden ook zijn geworden, en hoe iconisch die sterren op zichzelf al zijn - de kracht van Corbijn is juist dat hij die sterren dichtbij weet te brengen. Noem het De Blik, Het Oog, De Intuïtie om precies op het juiste moment af te drukken. Corbijn heeft het.

Anton Corbijn: 'Hollands Deep' (Gemeentemuseum, Den Haag), '1, 2, 3, 4' (Fotomuseum, Den Haag) te zien tot 21 juni.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden