Review

Kracht van de eenvoud verrast Graham Swift

In 1983 behoorde Graham Swift tot de genomineerden voor de prestigieuze Booker-prize, maar sindsdien bleef hij in zijn eigen schaduw steken. Vorige jaar volgde eindelijk de doorbraak: hij won de Booker-prize met de roman 'Last Orders' die nu in het Nederlands vertaald is. Graham Swift: 'Laatste ronde'. De Bezige Bij, Amsterdam, vertaling Rien Verhoef; 289 blz. - ¿ 39,50.

De verteller, Tom Crick, is leraar geschiedenis aan een middelbare school. In het nauw gebracht door een rector die het vak wegens overbodigheid wil afschaffen, verliest Crick zich voor de verbouwereerde ogen van zijn leerlingen steeds meer in lange monologen over de betekenis van het verleden voor het hier en nu en over de zin van het leven in het algemeen. De waardering voor deze briljant geconstrueerde roman kwam tot uitdrukking in een nominatie voor de Booker-prize. Die ging weliswaar aan zijn neus voorbij, maar zijn reputatie was gevestigd en de oplagecijfers van 'Waterland' zorgden ervoor dat Swift volledig van zijn pen kon gaan leven.

Voor zijn romans 'The sweet shop owner' (1980) en 'Shuttlecock' (1981) en de verhalenbundel 'Learning to swim' (1982) die hij daarvoor gepubliceerd had, was niet veel meer weggelegd dan een plaatsje in de schaduw van dat grote succes. Hetzelfde gold voor de opvolgers van 'Waterland': 'Out of this world' en 'Ever After'.

Tot vorig jaar 'Last orders' verscheen. Een roman over vier mannen die bij elkaar komen om de laatste wens van hun overleden vriend, de Londense slager Jack Dodds, te vervullen: zijn as uit te strooien over zee bij de pier van Margate. De mannen hebben allemaal hun wortels in Bermondsey, een 'working-class' wijk in zuid Londen: Vic, de begrafenisondernemer (“Een van mijn regels: niet klooien met de dooien”), Lenny, de ex-bokser die nu zijn brood verdient met de handel in fruit. 'Lucky' Ray, verzekeringsagent en verwoed gokker op de renbaan en Vince, de geadopteerde zoon van de overledene, die een zekere toekomst in de slagerij van zijn vader is ontvlucht door de tweedehands autohandel in te gaan.

Dit boek, dat nu al in Nederlandse vertaling als 'Laatste ronde' in de winkels ligt, markeert in verschillende opzichten een keerpunt in Swift's carrière: hij won er niet alleen de Bookerprize van 1996 mee, maar verlegde ook zijn grenzen als schrijver door te kiezen voor een vertelperspectief van gewone mensen, die weinig onderwijs genoten hebben. Hun taal is het aan cockney verwante dialect van zuid-Londen, een taal die Swift van nabij kent: hij groeide op in die buurt en woont - behoudens een verblijf van een jaar in Griekenland - nog steeds in Londen.

“Mijn personages in deze roman hebben inderdaad weinig intellectuele bagage” zegt Swift, die voor een kort promotiebezoek in Amsterdam is neergestreken. Hij formuleert bedachtzaam, het hoofd wat voorovergebogen tussen zijn schouders. Af en toe veert hij op, en relativeert zijn overpeinzingen als ze een al te abstracte vlucht dreigen te nemen.

“Het was voor mij heel verrassend om te ontdekken dat de ogenschijnlijk eenvoudige taal die ze hanteren wat uitdrukkingsmogelijkheden betreft geen enkele beperking heeft. Bovendien is dat soort omgangstaal heel direct en eerlijk. Verbale constructies van mensen die wat meer gestudeerd hebben, kunnen de neiging hebben zich in zichzelf te verliezen. Tom Crick, de verteller in 'Waterland', is een goed voorbeeld van iemand die door zijn intellectuele benadering wel het vermogen heeft om dingen goed onder woorden te brengen, maar er tegelijkertijd door in de val wordt gelokt: zijn taalvaardigheid brengt hem ook aan het twijfelen. Waar het uiteindelijk om gaat is dat we allemaal op onze eigen manier worstelen met de problemen van het leven. Tom Crick is net zo menselijk en kwetsbaar als Ray (de belangrijkste verteller in 'Last Orders') en zijn vrienden. Ik geloof er heilig in dat we, hoe goed opgeleid en bevoorrecht we ook zijn ten opzichte van anderen, we allemaal uit hetzelfde hout gesneden zijn. Dit (Swift klopt op zijn hart) is waar het om draait. Daar wil ik over schrijven.”

De overtuiging dat hij ooit schrijver zou worden, zat er bij Swift al vroeg in. Hij groeide op in een tijd dat lezen en naar de radio luisteren nog nauwelijks concurrentie had van de tv. De fantastische, magische wereld van het boek sprak hem enorm aan: “Ik was er op een wat naïeve manier van overtuigd dat schrijvers geweldige mensen moesten zijn en vastberaden om dat later ook te worden.” Dankzij een beurs kon Swift naar Dulwich, een privé-school die in het verleden aankomende schrijvers als P. G. Wodehouse en Raymond Chandler onder haar leerlingen had geteld. Ook de schrijver Michael Ondaatje bezocht Dulwich in dezelfde tijd dat Swift er het onderwijs volgde, maar dat hoorde hij pas achteraf.

Voor zijn ontwikkeling als schrijver heeft die periode overigens niet zoveel betekend, dat begon pas vorm te krijgen toen hij aan de universiteit van Cambridge literatuur ging studeren en experimenteerde met het schrijven van korte verhalen. De behoefte om verhalen te vertellen lijkt bij Swift's personages net zo sterk als bij de schrijver zelf. Tom Crick kan zich er als leraar in uitleven, maar het betekent voor hem ook een manier om zijn leven te ordenen en een dam op te werpen tegen de chaos. De Geschiedenis is in zijn ogen allerminst een objectief gegeven, maar een bundeling van verhalen ontstaan vanuit de behoefte van mensen om een antwoord te vinden op de eeuwige vraag: waarom? De hoofdrolspelers uit 'Laatste ronde' zijn op het eerste gezicht niet zulke praters.

Swift: “In feite zijn ze het wel, al is het op een andere manier. Terwijl ze onderweg zijn naar Margate praten ze met elkaar over Jack's leven, maar omdat ze allemaal - met uitzondering van Vince - een jaar of zeventig zijn en het eind van hun eigen leven dus in zicht komt, zegt het ophalen van herinneringen ook het nodige over henzelf. Ze hebben weliswaar geen spectaculaire verhalen te vertellen, zelfs niet over hun verblijf in Egypte tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar het drama van hun nietige leven is net zo sterk als het drama van de grote historische wapenfeiten. Het leven van alledag speelt zich voornamelijk af in een heel gewone sfeer en draait om doodgewone dingen. Kleine gebeurtenissen kunnen voor mensen evengoed heel ingrijpend zijn. Een van de zaken die je ontdekt naarmate je ouder wordt, is de kracht van de eenvoud. Als schrijver streef ik ernaar meer te zeggen met minder woorden. In bepaalde opzichten waren mijn vorige romans 'voller', maar minder economisch dan mijn laatste.”

In vrijwel al zijn romans blikt een wat oudere man terug op zijn leven om tot de ontdekking te komen dat het hem niet gebracht heeft wat hij zich ervan had voorgesteld. Ook in 'Laatste ronde' is desillusie alomtegenwoordig. Dat geldt niet alleen voor de relaties tussen de volwassenen, maar ook voor de verstandhouding tussen ouders en kinderen. Wat de mannen het liefst hadden willen worden is fantasie gebleven: in plaats van dokter, bokser en jockey zijn ze slager, fruitverkoper en verzekeringsagent geworden. Toch is het geen deprimerend boek.

Swift: “De manier waarop de personages zich in dit boek gedragen, heeft meer met de sfeer van een komedie te maken dan alles wat ik tot nog toe beschreven heb. De dood zet het hele verhaal in beweging, ze willen een plechtige reis maken om die as uit te strooien, maar het leven laat zich niet wegcijferen. Tijdens de rit zitten ze onhandig te schutteren met 'Jack in the box', de plastic urn ter grootte van een bierglas die ze beurtelings op schoot houden. Ze willen er wel iets waardigs van maken, maar weten niet goed hoe. Onder alle omstandigheden blijven de mannen wie ze werkelijk zijn, met al hun grollen en eigenaardigheden. Hun leven is behoorlijk hard, maar ze slaan zich er doorheen, ze maken grappen met elkaar en drinken er vrolijk op los. Als ze alleen maar gedeprimeerd zouden zijn, zouden ze zich niet zo laten gaan.”

“Ik ben geen pessimist al is daar als je om je heen kijkt natuurlijk wel genoeg aanleiding voor. Het zou dwaas zijn te ontkennen dat het leven voor veel mensen vooral overleven is, en dat voor het merendeel van de mensheid de wereld een vreselijke plek is zonder veel vooruitzichten. Gelukkig heb ik in mijn leven ook de andere kant van het verhaal meegemaakt. Geluk moet je natuurlijk niet blind maken voor de werkelijkheid. Ik vind dat het bijna je plicht is om je te realiseren dat hoeveel geluk je in je leven ook ten deel valt, het een voorrecht is dat niet is weggelegd voor het grootste deel van de wereldbevolking.”

Wat de mannen in 'Laatste ronde' bindt, is hun herinnering aan hun diensttijd in Egypte. De Tweede Wereldoorlog blijkt in retrospectief de enige periode waarin ze konden ontsnappen aan de sleur van hun dagelijks bestaan. Swift: “Maar het was natuurlijk geen bewuste keuze, ze konden gewoon niet anders in die tijd. Zo'n veldtocht in Egypte is nou niet direct het tripje dat je zelf zou kiezen als je het voor het zeggen had. De betekenis van zo'n ervaring moet je ook niet overschatten: het ene moment zijn ze betrokken bij de slag van El Alamein en maken ze Geschiedenis, al realiseren ze zich dat niet en even later zijn ze weer terug in hun oude, vertrouwde buurt waar het dagelijks gesappel weer van voren af aan begint. Zo betrekkelijk is dat.”

Hoewel de meeste personages het einde van hun leven voelen naderen, hebben ze geen van allen illusies over een leven na de dood. Onderweg naar Margate stoppen ze even bij de kathedraal van Canterbury. Ray is wel onder de indruk als hij omhoog kijkt naar het gewelf. Hij voelt dat het iets te betekenen moet hebben, hij worstelt met een soort religieuze impuls maar beseft uiteindelijk toch dat hij daar geen echte binding mee heeft.

Swift: “Ik vind dat heel ontroerend: die behoefte aan het bonnatuurlijke, aan onsterfelijkheid is er wel, maar kan niet beantwoord worden. Ik ben zelf niet religieus opgevoed en ga niet naar een kerk of zo, maar ik heb wel die behoefte aan iets wat me kan verzoenen met het feit dat ik hier niet voor eeuwig ben. Het gevoel dat ik deel uitmaak van iets groters.”

Met zijn jongste roman lijkt Graham Swift zich definitief bevrijd te hebben van de postmodernistische tendenzen die werden toegeschreven aan het werk van de generatie Britse auteurs die rond de jaren tachtig debuteerden en waar behalve Swift ook Kazuo Ishiguro, Ian McEwan en Martin Amis deel van uitmaakten. “Ach, dat soort theoretische begrippen zegt me niet zoveel”, zegt Swift. “Ik heb zelf wel literatuurtheorie gestudeerd, maar weet tegelijk heel goed dat het schrijfproces zich niet voltrekt volgens theoretische modellen. Aan die term 'postmodern' heb ik al helemaal een hekel. Het experimenteren met vormen en romanconventies kan natuurlijk nooit een doel op zichzelf zijn. De vorm wordt nog steeds gedicteerd door de inhoud. Bovendien suggereert het woord post-modern dat het gaat om een soort nasleep van iets wat al eerder geweest is. Dat druist helemaal tegen mijn gevoel in, want ik geloof juist heilig in de toekomst van de roman.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden