Kox overtuigt aan de randen van zijn cyclus

AMSTERDAM - Pianist Leo van Doeselaar had afgelopen zondagmiddag zijn handen vol aan de cyclofonische muziek van Hans Kox. Behalve kamermuziek speelde hij namelijk ook alle pianopartijen en obligate solo-partijen in het orkest mee. Met een ruim vijf uur durende marathon presenteerde het Nederlands Philharmonisch Orkest alle vijftien cyclofonieën van Hans Kox in de twee prachtige muziekzalen van de Beurs van Berlage.

Deze cyclofonieën vertegenwoordigen een aan Kox eigen genre, dat onlosmakelijk met zijn persoon verbonden is. Zoals de 'Lieder ohne Worte' onwillekeurig aan Mendelssohn doen denken of de Sequenza's aan Luciano Berio, zo heeft Hans Kox sinds 1964 zijn cyclofonie. Maar wat min of meer als een reeks eendelige concerterende stukken begon, ontwikkelde zich in 34 jaar tijds echter geenszins tot een vastomlijnd genre.

Juist door het amorfe karakter en door de absorptie van telkens nieuwe vormideën, werkte het achter elkaar spelen van de vijftien onderling zeer verschillende composities als een 'spiegel historiael': een geschiedkundige weergave van de onvermoeibare zoektocht naar een eigentijds vormideaal.

In de glazen zaal begon het programma voor tweehonderd bezoekers met een aantal werken in kleine bezetting. Van Doeselaar speelde hier met zijn vrouw Wyneke Jordans de dertiende cyclofonie voor twee piano's. Een 'klankschildering' noemde Kox deze compositie voorzichtig, daarmee voor het eerst het abstracte vernisje van de neutrale term 'cyclofonie' doorbrekend. Met de veertiende cyclofonie 'The Birds of Aengus' voor harp en piano uit 1992 - adequaat uitgevoerd door harpist Alexandre Bonnet en de inderhaast ingevallen violist Veshko Ashkenazy - zette hij deze tendens naar ondertiteling en concretisering van de inhoud voort.

De wereldpremière van de zeer recente Cyclofonie xv getiteld 'Der Wechsel menschlicher Sachen' - speciaal voor deze gelegenheid geschreven - bleek het voorlopig hoogtepunt. De titel heerst nu als het ware over de genre-aanduiding, zoals de merkwaardige tekst van de zeventiende-eeuwse ketter Quirinus Kuhlmann het vormverloop en de inhoud beheerst. Niettemin vormde de wereldpremière van de vijftiende cyclofonie ook in muzikaal opzicht een duidelijk hoogtepunt op deze middag.

In wisselwerking met een kwintet bestaande uit klarinet, fagot, trompet, hoorn en contrabas liet Kox de zangeres Caren van Oyen aanvankelijk hard werken in de opsomming van de zelfstandige naamwoorden, die het leeuwendeel van Kuhlmanns tekst uitmaken. De heftige, slingerende beweging van het begin kwam gaandeweg tot rust om uiteindelijk bijna tot stilstand te geraken in een caroussel-achtige langzame draaiing. Tot vijf keer toe herhaalde Van Oyen de indringende epiloog: 'Alles wechselt, alles liebet, alles scheinet was zu hassen'. Ook bij de overige ten gehore gebrachte oudere cyclofonieën waren wereldpremières. Want zelfs voor Kox blijkt het niet altijd mogelijk zijn werken gespeeld te krijgen. Het initiatief van het Nederlands Philharmonisch Orkest, in de symfonische bezettingen geleid door Jurjen Hempel, voorzag in dit opzicht dan ook duidelijk in een behoefte, te meer daar vooral de première van de Cyclofonie II voor orkest uit 1964 een positieve verrassing inhield.

Met een reeks fraaie orkestkleuren aan het begin en een modern-polyfoon vervolg bewees Kox dat hij in die tijd nog volledig zichzelf mocht zijn. In de jaren die volgden, liet hij zich - terecht - verleiden tot grillen en modieuze experimenten die de tijd nu eenmaal verlangde. Waar de interesse, flexibiliteit en openheid van Kox ook nu nog bewondering afdwingt, moet ook geconstateerd worden dat deze vernieuwingen bij anderen in betere handen waren. Zo boden de wereldpremières van cyclofonie XI voor big band en cyclofonie VI voor een vierkoppig concertino en orkest niet meer dan het vrolijke karakter van muzikale oprispingen.

Ondanks het voortreffelijke werk van dirigent en vibrafonist Peter Elbertse in beide werken en van -andermaal- Leo van Doeselaar in de binnenkant van de vleugel, schemerde het min of meer opgelegd moderne karakter van deze beide cyclofonieën uit de overwegend experimentele middenperiode door. Aan de randen van deze vijftiendelige cyclus van cyclofonieën èn als een eiland in het mathematisch midden, in cyclofonie VIII, overtuigde Kox echter met zijn inventiviteit, vakmanschap en kennis van het muzikale verleden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden