Kousbroek was nooit in echte Indie

Rudy Kousbroek, Het Oostindisch kampsyndroom. Meulenhoff, Amsterdam. 500 blz. 49,50

De schrijver deed het grondig, alles wat er nog restte aan sporen uit die bewogen jaren werd door hem minutieus in woord, kaart en beeld gebracht. Hij construeerde zelfs een soort vergrotingstoestel waarbij de werkelijkheid van 1979 op de foto precies zou kunnen samenvallen met de contouren van de vergeelde portretten uit het familie-album. Een methode die Jeroen Brouwers zou omschrijven als "de oerherinnering van wildgroei te ontdoen door middel van vergrootglazen, linealen, spoorboekjes etc." , en die deze schrijver verwerpelijk acht omdat "iedere herinnering al weer overwoekerd is door andere en nieuwe herinneringen." Kousbroek deed in 1979 en 1980 verslag van zijn zoektocht in NRC Handelsblad in 29 paginagrote artikelen onder de titel 'Terug naar negeri panerkomst'.

In de laatste twee afleveringen ging hij in op een aantal Indische 'kampboeken' en betichtte de meeste schrijvers op een nogal neerbuigende manier ervan dat zij de werkelijkheid geweld aandeden. Ook trok hij het bestaan van een 'Indisch' kampsyndroom sterk in twijfel, omdat, betoogde hij, de Indische interneringskampen principieel verschilden van de Duitse vernietigingskampen.

De laatste bewering vooral ontlokte tientallen ingezonden brieven, en op vaak onverkwikkelijke wijze sloegen voor- en tegenstanders elkaar met bewijzen van Japanse ridderlijkheid of bestialiteiten om de oren. De standpunten leken onverenigbaar en sindsdien zijn de opvattingen van Kousbroek (bij het bezoek van keizer Hirohito aan Nederland, bij het verschijnen van Bezonken Rood van Jeroen Brouwers) steeds weer opnieuw het middelpunt van felle polemieken en controversen.

Kousbroek liet destijds na de artikelenreeks in de krant doorschemeren dat hij in een boek onder de titel 'Het Oostindisch kampsyndroom', dieper dan in de krant mogelijk was geweest op een aantal aspecten van het Indische oorlogsverleden zou ingaan. Het is er nu - vooral op aandringen van de uitgever, zoals hij zelf zegt - toch van gekomen en na tien jaar ligt 'Het Oostindisch kampsyndroom' als Anathema's nr. 6 in de boekwinkel.

Van de reeks 'Negeri Panerkomst' uit NRC Handelsblad zijn alleen de twee laatste afleveringen gehandhaafd, waarin voornamelijk schrijvers van andere kampboeken worden becommentarieerd.

Verder bevatten deze 'Anathema's nr 6' gelukkig vrijwel alle artikelen die Kousbroek sedert 1980 over het omstreden onderwerp schreef. De toon is hier en daar van een sadder and wiser man, maar de manier om dat Indische verleden te benaderen is dezelfde gebleven. Meteen al in het tweede hoofdstuk van Het Oostindisch kampsyndroom schrijft hij bij een willekeurige foto van de kledinguitdeling in Ataka aan het Suezkanaal het volgende:

"De foto's behorende bij deze etappe zijn misschien de geheimzinnigste van de hele collectie: zulke gezichten zie ik nog weleens in een droom, bijvoorbeeld de derde jongeman van links bij het in ontvangst nemen der formulieren; het zijn gezichten die mij uit elke menigte aankijken: met het meisje dat van rechts boven toekijkt bij het schoenen passen moet ik in een vorig leven getrouwd zijn geweest of in elk geval op een onbewoond eiland hebben gezeten, en de man met het potlood achter zijn oor ontmoet ik ten minste eenmaal per jaar op de meest onverwachte plaatsen. Ik zou er nog veel meer over kunnen zeggen maar dat zou voor niemand begrijpelijk zijn."

Het is typisch 'Kousbroekiaans'; het hele Indische verleden gaat pas realiteit krijgen als het de maat kan worden genomen.

Opmerkelijk vaak wordt in het boek gemeld dat de schrijver bij het lezen van een boek er een atlas of handboek heeft bijgehaald om het waarheidsgehalte van het beweerde te kunnen toetsen.

Irritant is wel dat de maat voor Indie bij Kousbroek vaak Sumatra's oostkust is, dat zijn maat voor de Indische belletrie de (miskende) schrijfster Madelon Szekely-Lulofs is (hij bezocht eens de onderneming waar zij woonde) en voor de cruciale periode 1935-1945 het internaat in Brastagi en het Japanse kamp (waar hij met zijn vader samen geinterneerd zat). En wee degene, die een ander beeld van het koloniale Indie heeft. . .

Een voorbeeld van zo'n manier van denken. Kousbroek leest A gentle Occupation van Dirk Bogarde en ook nu wordt weer onmiddellijk de atlas erbij gehaald om te zien waar de fictieve stad van Bogarde gelegen kan hebben. Na enig gepuzzel komt Kousbroek tot de conclusie dat "wat er het dichtst bij in de buurt komt in feite Soerabaja is" . Welnu, iedereen die meer van Indie gezien heeft dan Sumatra's oostkust en de Bersiaptijd meemaakte weet dat die stad Bandoeng moet zijn. Geen andere grote stad op Java was bijna hermetisch in tweeen gedeeld in een Nederlands en republikeins gedeelte, en dat gescheiden door een spoorlijn. Maar ook tal van andere details in de roman wijzen erop dat het om Bandoeng gaat, waar Bogarde als luitenant heeft gediend.

Is Het Oostindisch kampsyndroom daarom een onleesbaar boek? Welnee, integendeel, het is een prachtig boek, dat iedereen die ook maar enige belangstelling heeft voor ons koloniale verleden, dient te lezen. Wij mogen oprecht blij zijn dat iemand van het kaliber Kousbroek dat Indische verleden probeert vrij te houden van sentimenteel zelfbeklag of stoere opde-borst-klopperij, en, wat veel belangrijker is, Kousbroek probeert bij tal van zaken die oorlog en verzet aangaan de Indonesische visie te betrekken.

Daarmee echter is Het Oostindisch kampsyndroom nog niet het grote uitzonderlijke boek over die periode geworden. Het blijft door de maniakale aanpak en betoogtrant vooral de koloniale wereld according to Kousbroek. Natuurlijk heeft hij op tal van punten het grootste gelijk van de wereld. Natuurlijk is het Indisch slachtoffer zijn, 'in' bij de media, natuurlijk is het in het water smijten van de krans van Kaifoe een beschamende vertoning, en natuurlijk is de atoombom niet 'Japans verdiende loon' geweest.

Het vervelende bij Kousbroek is dat hij bij voortduring roept dat hij met deze opvattingen 'volstrekt alleen' staat en dat degenen die er net zo over denken angstvallig 'hun mond houden'. Hij roept dit zeker vijf keer uit in het boek.

Soms vertoont die visie bijna potsierlijke trekken als hij schrijft: "Ik denk dat ik de enige ben die de Japanse keizer welkom heeft geheten toen hij in 1971 naar Nederland kwam." Even dacht ik het rasperige stemgeluid te horen van Terry Jones in Monty Pythons 'Life of Brian', maar het staat er echt.

Kousbroek kan zich eenvoudig niet voorstellen dat er mensen zijn die het grotendeels met hem eens zijn, maar die toch 'Bezonken Rood' een prachtig boek kunnen vinden.

Zoiets is voor hem ondenkbaar en daarom zijn adhesiebetuigingen volstrekt onnut. Je zult het honderd procent met hem eens zijn, of anders is spot en hoon je deel. Om die reden is adhesie betuigen zinloos, en polemiseren idem dito. Jeroen Brouwers en Ronnie Dessaur hebben al eens in extenso uiteengezet waarom zoiets niet mogelijk is.

Kousbroek wordt furieus als men hem beticht van een 'omgekeerd' Indisch kampsyndroom, dus het willens en wetens relativeren van de Japanse oorlogsmisdaden, en terecht lijkt mij, want dat is al te goedkoop. Men schrijft geen boek van 500 bladzijden over de wortels in dat Indische verleden als men alleen het Japanse oorlogsgeweld wil bagatelliseren. Waarom reageert Kousbroek dan zo rabiaat op andersdenkenden en voelt hij zich zo 'alleen gelaten' in zijn opvattingen?

Het komt mij voor dat het allemaal nog veel ernstiger is dan een kampsyndroom, al dan niet omgekeerd.

Vaak heb ik het idee dat het nog veel dieper zit, en dat Kousbroek mogelijk nooit echt in Indie heeft gewoond, met net zo veel nadruk op Indie als op 'echt'. Op Sumatra's oostkust woonden de blanken in een soort enclave, sterk georienteerd op Malakka, en men probeerde er zo Hollands mogelijk te leven. Indo-Europeanen, die zo bepalend waren voor de koloniale sfeer, waren er nauwelijks. Indonesiers in feite ook niet, want zo schrijft Kousbroek zelf "de vakanties waren ook de enige gelegenheid, dat ik met Indonesiers in aanraking kwam." Wat hij bijvoor beeld over stamboel (Indonesisch volkstoneel) weet, berust op 'imi tatie van anderen'. Kousbroek die nu zo roerend over petjoh (het Indische taaltje) kan schrijven, zal het zelden gehoord hebben, want hij kan geen zin uit zijn mond krijgen.

Het zou best eens zo kunnen zijn dat hij als kind volstrekt langs die Indische werkelijkheid heen heeft geleefd, en gelukkig is dat 'des kinds', maar ik kan mij voorstellen dat het voor iemand als Kousbroek - nu op leeftijd gekomen - een ondragelijke gedachte is, niet te hebben beseft in wat voor een belangrijke tijd en op wat voor een belangrijke plaats hij destijds heeft geleefd.

Door omstandigheden wordt hij er evenwel voortdurend aan herinnerd. Herinnerd aan wat? Het is inderdaad 'voor niemand begrijpelijk'. Ik kan anders de bijna lyrische toon in zijn latere geschriften niet verklaren over het weelderige groen van het eiland Lonthoir, het lopen op de hete spoorrails en het in tranen uitbarsten bij het horen van de tune van het populaire radioprogramma 'Het Arendsnest'.

Voor iemand met een echte Indische jeugd zijn juist zulke zaken volstrekt gewoon, en gaat het veelgesmade heimwee naar heel andere dingen uit.

Dat besef er eigenlijk nooit bijgehoord te hebben is, meen ik, debet aan dat voortdurende roepen "zie je wel, dat het echt bestaan heeft" , en ook debet aan het creeren - met behulp van atlas, vergrootglas en lineaal - van een soort uitgestelde droom, maar, zoals Langston Hughes al schreef "there is liable to be confusion in a dream deferred." Die confusie - die beschaamdheid ligt, denk ik, ten grondslag aan Kousbroeks Het Oostindisch kampsyndroom al

hij - die roept 'er is heel wat afgehuicheld' - de laatste zijn om dat ooit toe te geven. Overigens, als ik zou moeten kiezen tussen de twee, zou ik toch maar liever met een gewoon kampsyndroom door het leven willen gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden