Reportage

Kosovo's oude wond is nog niet geheeld

Tieners lopen langs het Newborn Monument in het Kosovaarse Pristina.Beeld Getty Images

De politieke elite in Kosovo dankt haar bestaan aan de oorlog en gebruikt haar macht nu om goedbetaalde overheidsposten te behouden. Deel 13 van de reisserie van Jonathan Holslag langs de rafelranden van Europa.

Sarajevo laat ik achter me. Mijn volgende bestemming is Kosovo. Volgens Servië is dat land nog altijd onderdeel van Servië. Het erkent de onafhankelijkheid, in 2008 uitgeroepen door de Albanese meerderheid in Kosovo, niet. Maar het land wordt wel erkend door de meerderheid van de EU-lidstaten. Ik wil te weten komen waarom dit politieke project, ondanks aanzienlijke steun van het Westen, op een teleurstelling kon uitdraaien. Vervolgens zet ik koers naar Macedonië, een land waarvan beweerd wordt dat er een burgeroorlog kan uitbreken. Klopt dat?

Navigerend door de Balkanvalleien blijft het verleidelijk om te berichten over het landschap: de ravijnen die als rijzige poorten toegang geven tot azuurblauwe meren, de verrassende vergezichten en weelderige boomgaarden. Ik houd halt in Višegrad met zijn gracieuze stenen brug, in de zestiende eeuw opgetrokken door de Turkse Ottomanen. Wat verder bezoek ik het klooster van Mileševa en staar er een half uur lang in stilte naar een 800 jaar oude fresco van een witte engel.

Elk dorp zijn trauma

Toch hangt over de valleien ook de zware recente oorlogsgeschiedenis, kent elk dorp zijn trauma en elke familie haar tranen. Sommige huizen zijn half afgewerkt, andere half stuk geschoten. Dorpen ogen verlaten. Grensposten zijn vaak niet meer dan een slagboom onder een afdak.

Ik nader Kosovo. Het landschap lijkt op Scandinavië, bergachtig met hoge sparren, korstmos en bosbessen. Mijn Skoda gromt. Het is klimmen tot 2000 meter om bij de grens te komen. De douanepost staat pal op de bergtop en opnieuw 2000 meter lager aan de andere kant van de bergkam ontrolt zich spectaculair de Kosovaarse vlakte.

Deze Zljeb-berg maakte eeuwenlang deel uit van de frontlijn tussen de Turks-Ottomaanse troepen en de Serviërs. Met de overwinning in de Slag op het Merelveld in 1389 hakten de Turken zich letterlijk een weg naar Belgrado. Dat verklaart waarom de Serviërs historisch aan Kosovo gehecht zijn: het is hun voorpost tegen de invloed van de Ottomanen, de Albanezen en de islam. Van de grenspost op de bergrug slalom ik de vlakte in. In de verte doemen de contouren op van een grote basis waar Navo-soldaten nog steeds de wacht houden. Een van de gevoelige plekken in dit westelijke deel van Kosovo is het orthodoxe klooster van Dečani. Het werd in de veertiende eeuw, vlak voor de Turkse invasie, opgetrokken door de koning van Servië en blijft een bedevaartsoord voor Serviërs.

Beeld Louman & Friso

Wegversperring

Het is vroeg in de ochtend, stil en miezerig. Plots doemt een wegversperring op, vlak voor het klooster staat er nog een. Een pantserwagen en Sloveense Navo-soldaten hebben er postgevat. Het klooster is extra beveiligd met prikkeldraad en sensoren. "Kosovaarse nationalisten hebben herhaaldelijk geprobeerd dit monument te treffen", hoor ik van een luitenant. "Als het ze zou lukken, zou dat catastrofale gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid."

Een novice leidt me naar de adembenemende kapel. De hele middeleeuwse kunstgeschiedenis van de Balkan zit in het gebouw vervat. In één hoek werd de stamboom van de Servische dynastie geschilderd. Het valt te begrijpen dat het verlies van Kosovo voor de Serviërs moeilijk te verteren is, bedenk ik me als ik langs de galerij van zwijgend starende heiligen waar. 

Maar ook de Kosovaarse drang naar onafhankelijkheid is te bevatten. Lang was Kosovo een autonome regio in Servië, maar toen de Servische leider Slobodan Milosevic die autonomie terugschroefde, groeide de haat bij de Albanese Kosovaren. In 1990 kwam er een eerste onafhankelijkheidsverklaring. Daarna volgden de Joegoslavische oorlog, de Navo-interventie die de Kosovaren beschermde tegen de Serviërs, de feitelijke afscheiding van Kosovo en de formele onafhankelijkheid in 2008. Belgrado heeft dat nooit aanvaard.

Dure SUV's

Er wonen nog steeds tienduizenden Serviërs in Kosovo, bijna uitsluitend in de noordelijke regio Mitrovica. Navo-soldaten bewaken die enclave en sinds 2004 is het er rustig. Ik heb het klooster verlaten voor de stad Pec. Pec is als een fuik van rusteloosheid. Hoe meer ik me in het centrum begeef, hoe minder mensen zich wat aantrekken van verkeersregels. Alle wegen zijn dichtgeslibd en ofschoon er slechts twee rijstroken zijn afgebakend, hebben de automobilisten er drie van gemaakt. Over de straten hangen een wirwar van elektriciteitskabels en een vette rookwalm van de eetkramen op de stoep. Pec is een straatarme stad, maar mijn wagen oogt bescheiden tussen de talrijke dure SUV's: BMW's, Porsches en Mercedessen.

"Dat is de Kosovaarse diaspora", verneem ik van een piccolo van mijn hotel. "Ze komen in de zomer uit Zwitserland, Duitsland, België en Nederland hierheen om te tonen hoe goed ze het hebben." 's Avonds heb ik in het hotel met twee jongeren afgesproken. Ze vinden het verschrikkelijk, die rijke neven die hun weelde komen tonen. "Vroeger stortten ze nog geld terug naar de achterblijvers in Kosovo, maar nu is dat veel minder. Ze kijken niet meer naar ons om. In de zomer komen ze wel om te huwen met de lokale meisjes en ze mee te nemen naar huis. Het perverse is dat arme families hier betalen voor hun trouwfeest."

Snelbouwstenen en beton

Bij het verlaten van Pec, de ochtend erna, slaat mijn navigatiesysteem op tilt en ik beland onbedoeld in een gehucht. Overal hangen de roodzwarte vlaggen van het Kosovaarse bevrijdingsleger en staan monumenten ter nagedachtenis aan de oorlog. Portretten van jonge mannen staren me aan: 1998, 1999. In het graslandschap wordt naarstig gebouwd. In het oog springen vooral enkele blingblingvilla's met Korintische zuilen, marmeren adelaars en hekwerk in verchroomd staal. De meeste optrekjes zijn echter spaarzaam opgetrokken met snelbouwstenen en beton. Een gemiddelde Kosovaar verdient slechts 10 euro per dag. 30 procent van de bevolking is werkloos. Een kwart van de Kosovaarse economie hangt af van geld uit het buitenland.

Ik arriveer in de hoofdstad Pristina. Als ik het parkeerterrein van het hotel opdraai, wordt subtiel duidelijk gemaakt dat het niet de bedoeling is dat mijn Skoda te lang naast de Ferrari, de Maserati en de Lamborghini blijft staan. De diaspora boert duidelijk goed. Ik word verwacht in het hoofdkwartier van de Europese Unie, het modernste kantoor in het centrum. De ontwikkeling van Kosovo gaat te traag, leer ik daar. Jonge politici willen moderniseren, maar het land is in de greep van een kleine groep die in de jaren negentig een nationalistische strijd leverde met de Serviërs en nu een strijd levert voor het behoud van hun goed betaalde overheidspostjes. Die oude elite ziet buitenlandse pottenkijkers als de EU liefst zo snel mogelijk verdwijnen.

Land in gijzeling

Dat verhaal wordt me in Pristina bevestigd door EU-ambtenaren, door Navo-officieren en vooral door Kosovaren zelf. "Kijk, onze politieke elite dankt haar bestaan aan de oorlog. Ze maakten deel uit van het bevrijdingsleger, maar bezondigden zich net als de Serviërs aan buitensporig geweld en criminaliteit", legt een jonge Kosovaarse ambtenaar me uit. "Politiek was hun enige manier om aan vervolging te ontsnappen en nu gebruiken ze hun macht om zichzelf te verrijken. Het is soms dubbelzinnig. Aan de ene kant prediken die politici haat tegenover de Serviërs en de Russen, aan de andere kant doen ze er gewoon zaken mee."

Steevast wijzen mijn gesprekspartners naar de president, Hashim Thaçi. De Raad van Europa, de FBI, beide hadden een dossier tegen hem, maar hij blijft aan de macht. "Thaçi houdt het land gegijzeld", hoor ik bij een medewerker van het ministerie van buitenlandse zaken. "De bevolking moet er niet veel van weten, maar als men hem in het nauw zou drijven, kunnen hij en zijn partners het land zo destabiliseren en de status quo met Servië opblazen. Het is vooral schrijnend om te zien dat Europa gewoon toekijkt. Europa heeft hier een dikke 2000 politiemannen en rechters laten aanstellen, maar ze doen amper iets aan de corruptie en het machtsmisbruik." 

Kort na mijn bezoek aan Kosovo werd dat verhaal bevestigd: de hervormingsgezinde eerste minister Isa Mustafa werd door Thaçi vervangen door Ramush Haradinaj, een getrouwe, een oud-strijder van het bevrijdingsleger én herhaaldelijk beticht van allerlei misdaden, al werd hij vrijgesproken.

Klucht

Wat een klucht, bedenk ik me als ik Pristina uitrijd en het zwaarbewaakte hoofdkwartier van Eulex passeer. Eén miljard euro heeft deze EU-missie gekost, met als doel de rechtsstaat in Kosovo op te bouwen, maar niemand lijkt er nog echt in te geloven. Een nieuwe oorlog is hier niet meteen de grootste bedreiging en evenmin de vermeende opkomst van de radicale islam, waar ik voor mijn Balkanreis veel over las. De meeste Kosovaren zijn vooral moe van het geweld. De acute kwelling van oorlog is vervangen door de latente kwelling van corruptie, armoede en uitzichtloosheid.

Intussen ben ik het Sar-gebergte doorgestoken op weg naar Skopje, de hoofdstad van Macedonië. Kosovaarse vlakte maakt plaats voor een schraal glooiend landschap. Macedonië is een uitgestrekt land, maar telt slechts 2 miljoen inwoners. Volgens sommigen is hier een burgeroorlog in de maak. Anderzijds, echter, is er ook hoopvol nieuws. In tegenstelling tot Kosovo, lijkt Macedonië immers wél in staat om van zijn politieke fossielen af te raken.

In een bevreemdend artificieel centrum dat het midden houdt tussen een museum en Disneyland, staat een gigantisch bronzen ruiterstandbeeld van Alexander de Grote.Beeld Getty Images/iStockphoto

Haatpolitiek

Ik arriveer in Skopje, baan me een weg door de stoffige buitenwijken met hun krotten en talrijke straatarme zigeunernederzettingen en arriveer in een bevreemdend artificieel centrum dat het midden houdt tussen een museum en Disneyland. Hoe moet ik de politieke toestand in dit land begrijpen, steek ik van wal als ik twee Europese diplomaten ontmoet op een terras dat uitkijkt op een gigantisch bronzen ruiterstandbeeld van Alexander de Grote. "Realiseer je vooral dat dit een arm land is. Mensen verdienen 400 euro per maand. Macedonië verwacht daarom erg veel van de Europese Unie, maar veel interne hervormingen werden tegengehouden door de elite. Tien jaar lang was dit land in de greep van Nikola Gruevski. Iedereen wist dat hij zich bezondigde aan afpersing, corruptie en haatpolitiek jegens de Albanese minderheid, maar pas vorig jaar werd hij de laan uitgestuurd."

"De nieuwe eerste minister, Zoran Zaev, is de beste kans op hervormingen in decennia", vult zijn collega aan, "Hij is minder bezoedeld door de geschiedenis, geniet een grote populariteit bij de bevolking, heeft ervaring en wil bovenal een einde maken aan de verdeeldheid tussen Macedoniërs en Albanezen. Zaev is pragmatisch. Hij is bezig een einde te maken aan de tweestrijd met Griekenland over de naam van de staat. Om die reden belemmeren de Grieken immers de toenadering tussen Macedonië en de Europese Unie. Nu is het aan Europa om die positieve wending te ondersteunen. De Balkan heeft een succesverhaal nodig en dit is misschien geheel onverwacht de plaats waar we er een kunnen schrijven."

De zon gaat onder. Mijn witte Skoda heb ik ingeleverd en een oude witte Mercedes brengt me het laatste stuk in de Balkan tot aan de Griekse havenstad Thessaloniki. Geschiedenis is nooit ver weg in de Balkan, maar eigenlijk vind ik dat het in de Balkan nog opvallend rustig blijft, gezien de armoede, de corruptie en het opportunisme van de grootmachten. Er valt zo ontzettend veel te rapporteren over de regio, maar ik zou mijn traject samenvatten als een oude oorlogswond: haastig gehecht en onvoldoende verzorgd.

De namen van de anoniem opgevoerde personen zijn bekend bij de redactie.

Roma duwen hun met brandhout gevulde wagen door het mistige Skopje, in Macedonië.Beeld EPA

Lees hier de eerdere afleveringen van deze serie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden