kosovo / Onafhankelijk maar ook pessimistisch

De Kosovaren zijn onafhankelijk, maar de meeste inwoners realiseren zich dat ze nog steeds de slechtste economie van Europa hebben.

Besim Hasi mag niet klagen. De zaken gaan goed, vertelt hij, wijzend op zijn bedrijf aan de rand van Drenas. Op een rommelig terreintje liggen een paar autowrakken, verfomfaaide accu’s en ander oud metaal – schroot dat Hasi verzamelt in de omgeving en bij een tussenpersoon aflevert. Uiteindelijk komt het terecht in Griekenland.

Nu Kosovo onafhankelijk is, hoopt de 38-jarige Hasi zijn bedrijf uit te breiden. „Tot nu toe is het bijna onmogelijk om een visum te krijgen voor het buitenland; dat wordt straks misschien makkelijker.” Hasi droomt ervan een eigen import-exportbedrijfje met Italië op te zetten. Hij is optimistisch.

Hasi werkt dan ook in een van de succesvolste sectoren van de Kosovaarse economie, waar schroot al jaren het belangrijkste exportproduct is. Niet iedereen is daar even blij mee. De Europese Unie, die zich bezighoudt met de ontwikkeling van Kosovo’s economie, ziet veel liever dat Kosovo níeuw metaal (ijzer, lood) uit de grond haalt, door de ontwikkeling van zijn mijnindustrie.

Niet ver van Hasi’s bedrijf staat een stralend voorbeeld van wat de EU voor ogen heeft. De Ferronikel Fabriek, die ijzererts verwerkt, staat fris in de verf sinds het bedrijf twee jaar geleden in handen kwam van een internationaal consortium. Dat zal 20 miljoen euro investeren en honderden banen scheppen.

Rrahim Sulejmani heeft alvast de vruchten geplukt van de privatisering. De 52-jarige boer staat bij zijn ’winkel’ in het centrum van Drenas, een tafeltje waar een berg aardappelen op ligt en een doos met spinazie. Sinds kort werkt zijn zoon in de opgeknapte fabriek, vertelt hij. Dat levert 240 euro extra op per maand en dat is mooi, zegt Sulejmani. Het was best lastig om met zeventien familieleden rond te komen van de 300 euro die hijzelf bij elkaar scharrelt.

In Kosovo is een fabriek als Ferronikel echter een uitzondering. Gerald Knaus, directeur van de economische denktank ESI, vraagt zich überhaupt af of de ontwikkeling van de mijnindustrie een structurele oplossing kan bieden voor de armoede en werkloosheid onder Kosovaren. Waarom probeert Kosovo niet een textielindustrie op te zetten, zoals de buren in Roemenië en Bulgarije? „Kosovo ligt middenin Europa en de arbeid is hier goedkoop; dé voorwaarden voor het ontwikkelen van een kledingindustrie.”

Maar de afgelopen jaren is er niets gebeurd op dit vlak, zegt Knaus mismoedig. En aan enkele andere voorwaarden voor het opbouwen van lichte industrie is bovendien weinig gedaan, zoals aan stroomvoorziening en infrastructuur. Nog steeds zitten Kosovaarse huishoudens dagelijks uren zonder stroom en is het wegennet in abominabele staat.

De algehele stagnatie maakt dat Kosovaren weinig vertrouwen hebben in een betere toekomst, hoe blij ze ook zijn met de onafhankelijkheid van hun land. In Drenas voert pessimisme de boventoon. Zoals in het restaurantje van Hilmi Leku (58). „Mijn drie zonen zijn werkloos, en ze hebben geen enkel uitizcht op een baan”, zegt de eigenaar terwijl hij een sigaret opsteekt. Voorlopig moet zijn familie van veertien rondkomen van de 100 euro die Leku maandelijks bijeen schraapt. „Het is dat we koeien hebben en een stukje land, anders zouden we niet kunnen overleven.” Hij schudt zijn hoofd: „Ik hoop dat met de onafhankelijkheid dingen zullen veranderen. Maar ik zie het nog niet snel gebeuren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden