Korten weduwenpensioen te makkelijk

Het ABP wil het nabestaandenpensioen halveren en andere fondsen willen volgen. Vooral alleenstaande oudere vrouwen kunnen hierdoor tot armoede vervallen. En die kunnen als groep toch al geen vuist maken.

Aart Mosterd en Pieter Omtzigt

Als je met pensioen gaat, is je AOW en ouderdomspensioen samen in het gunstige geval 70 procent van het laatstverdiende loon. Dit percentage wordt alleen bereikt na 40 dienstjaren; velen halen hooguit 50 of 60 procent.

Bij veruit de meeste echtparen heeft alleen de man recht op pensioen. Als zijn echtgenote overlijdt, behoudt hij natuurlijk gewoon recht op zijn pensioen. Als de man overlijdt na zijn 65ste, ontvangt de vrouw in de meeste pensioenregelingen een nabestaandenpensioen. Dit bedraagt in de regel nog 71 procent van het ouderdomspensioen. Dus er volgt na de inkomensval bij pensionering, een verdere inkomensachteruitgang bij het overlijden van de echtgenoot.

Bij het ABP zijn, net als bij andere fondsen, de beleggingsresultaten fors lager dan verwacht. En dus moeten maatregelen genomen worden. De mogelijkheden zijn: het verhogen van premies, het versoberen van prepensioneringsregels en verandering c.q. verlaging van pensioenrechten. Er moet een zeer delicate afweging gemaakt worden om de juiste combinatie van maatregelen door te voeren.

Volgens het principeakkoord tussen werkgevers en bonden worden allereerst de premies fors verhoogd. Daarnaast wordt een forse besparing binnengehaald door in de toekomst het nabestaandenpensioen te verlagen naar 36 procent van het ouderdomspensioen. Dit betekent echter dat als een echtpaar samen 1000 euro pensioen kreeg, de weduwe na overlijden van haar man geen 710 euro krijgt, maar slechts 360 euro nabestaandenpensioen. Dit leidt tot meer armoede onder alleenstaande oudere vrouwen. In de praktijk kan dit zelfs betekenen, dat iemand, die in bijvoorbeeld een woon-zorgcomplex woont, de huur niet meer kan betalen na het overlijden van haar echtgenoot.

(Opgebouwde rechten worden niet aangetast, zodat de maatregel alleen toekomstige ouderen gaat treffen. De maatregel treft mensen die nu boven de 65 jaar zijn, helemaal niet. Zij die nog moeten beginnen met pensioenopbouw krijgen het verlaagde nabestaandenpensioen. Mensen die al een stuk pensioen opgebouwd hebben, krijgen over de opgebouwde rechten het hoge percentage en over de nog op te bouwen rechten het lage percentage.)

Dit is een zorgelijke en onwenselijke ontwikkeling. Nu al is de groep oudere alleenstaande vrouwen economisch gezien zwak. Van de alleenstaande mannen boven de 65 leeft (in 2000) 7,5 procent onder de lage-inkomensgrens. Bij de vrouwen ligt dit percentage op 14,5 procent, dus bijna twee keer zo hoog. Bij geen enkele andere categorie is dit verschil ook maar bij benadering zo groot. Na een halvering van het nabestaandenpensioen zal dit verschil nog sterk toenemen.

De voorgestelde maatregel treft in principe ook mannen, die achterblijven na het overlijden van hun vrouw met opgebouwde pensioenrechten en mensen in andere samenlevingsvormen. Om de volgende twee redenen hebben we het toch met nadruk over weduwen.

Ten eerste leven vrouwen gemiddeld vijf jaar langer en trouwen ze met een drie jaar oudere man. Het aantal weduwen is dus ook enige malen hoger dan het aantal weduwnaars.

Ten tweede bouwen vooral getrouwde (of samenlevende) vrouwen, ondanks de sterk toegenomen arbeidsparticipatie, ook nu nog weinig pensioenrechten op. Het probleem van een uitgekleed nabestaandenpensioen zou veel minder groot zijn, als ieder voor zich voldoende eigen rechten zou hebben. De afgelopen twintig jaar zijn wel steeds meer vrouwen gaan werken, maar voor het merendeel betreft het hier parttime banen. De norm is dus niet tweeverdieners, maar een anderhalf of, vaker nog, een één en een kwart inkomen. En met 15 uur per week bouw je nauwelijks of geen pensioen op. Vrouwen die niet werken maar bijvoorbeeld kinderen opvoeden, bouwen zelfs in het geheel geen pensioen op. De pensioenrechten blijven dus voor het overgrote deel in handen van de man, ook bij de jongere generaties.

Vanwege deze ontwikkelingen zullen ook toekomstige ouderen een beroep moeten kunnen doen op een goed nabestaandenpensioen. Het is in onze ogen niet te rechtvaardigen en daarom onaanvaardbaar om het gros van de voorgestelde bezuinigingen binnen het ABP en mogelijk andere pensioenfondsen af te wentelen op nabestaanden door dit eenzijdig te halveren. Veelal vrouwelijke nabestaanden vormen nu al een kwetsbare groep en zullen dat in de toekomst blijven, ook zonder kortingen.

Bovendien is een keuze om nabestaanden te korten wel erg gemakkelijk. Toekomstige weduwen zijn immers per definitie een groep, die niet georganiseerd is en dus niets heeft in te brengen bij de onderhandelingen. Om te voorkomen dat vrouwen in een kwetsbare positie, maar zonder stem in pensioenland de dupe worden van ingrijpende keuzes die nu gemaakt worden, moeten de sociale partners hun verantwoordelijkheid nemen en bij wijzigingen in het pensioenbeleid het nabestaandenpensioen ontzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden