Korte metten met stigma op het vmbo

Koningin Máxima opent morgen het Beroepenfeest in Almere, waar het vijftienjarig bestaan van het vmbo wordt gevierd. Feestelijk zijn de berichten over het vmbo allerminst. Hoe overleeft de jubilaris de jaren naar volwassenheid?

Al sinds zijn geboorte vijftien jaar geleden worstelt het vmbo met het imago van het zwarte schaap in de onderwijsfamilie. Een greep uit de krantenberichten: voortijdig schooluitval, armoede, geweld, kinderen met achterstanden en gedragsproblematiek, scholengemeenschappen die hun vmbo zouden afstoten, ouders die er alles aan doen hun kind van het vmbo weg te houden. Ondertussen bezoeken zo'n 300.000 leerlingen het vmbo. Hoe zorgen we ervoor dat er weer respect komt voor hun opleiding? Trouw vroeg het aan vier vmbo-insiders en destilleerde vijf veranderingen die het vmbo de komende vijftien jaren bestaansrecht geven.

1.

Reken af met dat imago

Corine Korrel: "Zestig procent van de huidige beroepsbevolking is voormalig vmbo'er. Toch zijn er politici die het vmbo 'de vergaarbak' van de samenleving durven te noemen. Op de school van mijn kinderen beweerde een vmbo-docent dat dubbeltjes nooit kwartjes zullen worden. Hoe halen we het in ons hoofd om hen zo'n minderwaardigheidscomplex aan te praten? In onze oordelen over het vmbo vergeten we nogal eens dat er kinderen in deze klassen zitten. Ik pleit voor een partij-overstijgend statement dat het vmbo volledig omarmt en serieus neemt. Het moet eens afgelopen zijn met het neerkijken op deze groep door zowel leerkrachten, docenten, politici en veelal hoogopgeleide ouders. Op de gevel van iedere vmbo-school mag in chocoladeletters staan: 'Proud & Allround'.

"Tijdens de persoonlijke ontmoetingen bij de Beroepenfeesten vormen ondernemers en vmbo'ers een nieuw netwerk met duurzame contacten. Ze krijgen hulp bij beroepskeuze en worden ontvangen op de rode loper met een podium en letterlijk applaus; wij geloven wél in jullie, dat is de boodschap. In het schrijven van een sollicitatiebrief of het voeren van een telefoongesprek met werkgevers zijn ze misschien minder sterk, maar spreken ze een ondernemer face to face, dan weten deze kinderen harten te veroveren. 'Ze hebben mij positief verrast', hoor ik vaak terug van ondernemers. Die ontmoetingen dragen bij aan een andere beeldvorming."

Anja Vink: "Dat imago is er niet voor niets. Wat we weigeren te erkennen is dat we kinderen aan de onderkant van het vmbo, basis en kaderberoepsgerichte leerweg, waar veel kinderen uit sociaal zwakke milieus naartoe gaan, vasthouden in armoede. Die kinderen komen niet verder dan hun eigen buurt en school. Ze komen kinderen uit andere milieus niet meer tegen.

"64 procent van de leerlingen uit de basisberoepsgerichte leerweg heeft een zogenoemde 'leerweg ondersteunende indicatie' (lwoo), die vaak gepaard gaat met een leerachterstand en/of gedragsproblematiek. Een heleboel van die leerlingen zijn niet toegerust om een vak te leren omdat ze essentiële sociale vaardigheden missen. We zullen iets anders moeten verzinnen voor deze kinderen. Er is gebrek aan échte belangstelling vanuit politiek en samenleving. Dat zou eerst moeten veranderen."

Bart Engbers: "De angst voor het vmbo bij ouders is echt een grote-steden-issue. In Twente bijvoorbeeld, zie ik genoeg ouders die trots zijn op hun vmbo-kind."

2.

Geef ze de beste docenten (en beloon hen).

Vink: "Op de slechtste scholen staan de slechtste docenten. We kiezen er als maatschappij al heel lang voor om daar niets aan te doen. De hiërarchie in beloning houdt dit tegen: Vmbo-docenten worden het slechtst betaald. Er zijn scholen die het wel lukt om de echte toppers binnen te halen, dus het kan wel."

3.

Verplicht burgerschapslessen

Engbers: "Hoe kunnen we jongens en meisjes nu de maatschappij insturen als we ze onvoldoende confronteren met vraagstukken zoals radicalisering? We moeten verbindingen leggen tussen de kinderen die zijn opgegroeid met westerse waarden, waarin individualisme belangrijk is, en de kinderen van niet-westerse komaf die zijn opgegroeid met collectivisme als hoogste goed.

Hoe komt het dat zij geloven in complottheorieën? Wat is waarheid? Die verbindingen leggen is een opdracht voor het onderwijs, en zeker in het vmbo. Het is nodig om daar samen over te praten in de klas.

Daarvoor is het niet per se nodig om witte en zwarte scholen te mengen. Stuur ze wél goed geëquipeerd de wereld in, vanuit een veilige basis."

4.

Zet in op loopbaan-oriëntatie

Korrel: "Vmbo-leerlingen moeten al piepjong - tussen hun twaalfde en vijftiende - een beroepsrichting kiezen. Als we dat met z'n allen zo belangrijk vinden dan moeten we ze hierbij goed helpen door meer geld en tijd vrij te maken voor loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB). Nu is het vaak onduidelijk waar het geld dat scholen daarvoor krijgen aan besteed wordt. Laat de jongeren zelf de verkenning doen. En laat ze in alle richtingen kijken. Vertel het eerlijke verhaal - een kunstenaar verdient geen bakken met geld - maar laat ze wel dromen."

Van Daalen: "Er is de neiging terug te grijpen naar ambachtsscholen, maar dat is niet van deze tijd. We zien ons geconfronteerd met een snel veranderende arbeidsmarkt. Het vmbo en mbo leiden niet alleen loodgieters en timmermannen op, er is een scala aan nieuwe beroepen en bestaande beroepen veranderen. De elektricien van nu moet ook met computers kunnen werken, offertes kunnen maken en met klanten omgaan. Leg verbindingen tussen school en buitenwereld, niet om de scholen bedrijfsopleidingen te laten geven, maar om scholen in hun onderwijs aan te laten sluiten bij veranderingen. Haal mensen uit het veld de school in, laat ze de lessen evalueren en geef docenten de ruimte om in werksituaties te kijken."

Engbers: "Ook leerlingen van de theoretische leerweg van het vmbo moeten beroepsoriëntatie krijgen. Dat is nu nog geen verplicht onderdeel van het curriculum. Vaak lopen deze leerlingen op het mbo vast omdat ze hun keuze ongefundeerd hebben gemaakt."

5.

Geef leerlingen meer tijd

Van Daalen: "Leerlingen van twaalf jaar kunnen zich nog steeds ontwikkelen, veel meer dan men vroeger veronderstelde. Zet ze daarom niet vast in een hokje. Dé vmbo-leerling bestaat niet. Weg met de vroege selectie, die werkt als een self-fulfilling prophecy. Je gaat naar het vmbo omdat je 'laag' scoort op de Cito-toets.

"Het kind verstaat deze boodschap: ik kan het niet, dus laat ook maar. Kinderen zijn met heel verschillende talenten toegerust, geef ze de tijd en de mogelijkheden om zich in al hun verscheidenheid te ontwikkelen."

Vink: "De Onderwijsraad pleitte vijf jaar geleden al voor experimenten met een 'Junior College', voor kinderen van 10 tot 14 jaar. Dat lijkt me een heel goed idee. Goede, veilige scholen waar kinderen van 8.30 tot 17.30 uur op verschillende niveaus kennismaken met allerlei beroepen, normen en waarden, met andere werelden. Een school van waaruit ze de armoede kunnen ontstijgen en andere kinderen ontmoeten. Is dat de taak van het onderwijs? Ja, bij uitstek!"

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden