Korte, harde levens die iedereen vergeet

(Trouw)

De natuur is er groots, maar anders dan de Marlboro-mythe wil, zijn de cowboys van Wyoming geen gelukkige vrijbuiters, maar eenzame mannen en vrouwen, weinig meer dan een speelbal van de bewoonde wereld die ze nauwelijks kennen. Twee Amerikaanse schrijfsters, Annie Proulx en Alexandra Fuller, betrekken ons bij de levens van deze eenzaten.

Niet lang voor de verschijning van ’Goed zoals het is’, het derde deel van Annie Proulx’ verhalenserie over het leven in de Amerikaanse staat Wyoming, las ik ’De legende van Colton H. Bryant’ de geschiedenis van een jonge man, die in dezelfde staat op 15 februari 2006 om het leven kwam als gevolg van een val in een olieput. Het is een goed geschreven en meeslepend boek, zo meeslepend dat het wel fictie lijkt. Toch is dit niet zo, benadrukt Alexandra Fuller, die net als Annie Proulx sinds 1994 in Wyoming woont, in haar nawoord. In haar non-fictieboek heeft zij zich slechts enkele ’narratieve vrijheden’ veroorloofd. Meer niet.

De kanttekening van Fuller is interessant. Zij wil niet alleen een aantal sociale misstanden in Wyoming aan de kaak stellen, maar ook een mythe ontmaskeren – de mythe van de moderne western. En dus begint zij haar geschiedenis als volgt: „Dit verhaal gaat over Colton H. Bryant en het land waar hij opgroeide. Toevallig was dat Wyoming, en daarom is dit verhaal een western met een volledige cast van wapens dragende jongenshelden in de buitenwijken en slampamperige schurken op het hoofdbureau in de stad*” Fuller beschrijft de winderige prairies en de olierijke velden en komt dan ter zake: „Maar zoals alle westerns is dit verhaal van meet af aan tevens een tragedie, want het is daarginds nog niemand gelukt er zonder kleerscheuren vanaf te komen. Je kunt er niet omheen dat de hoogvlakte van Wyoming, net als de open zee, een onherbergzaam oord vormt, slecht in het behoeden van levens, die achteloos worden teruggenomen.” Volgt een geschiedenis waarin Coltons droom van een vrij leven in de natuur (vissen en zwemmen in de bergen, paardrijden op de hoogvlaktes – Colton en zijn vrienden doen het allemaal) langzamerhand plaats maakt voor de realiteit van een bestaan als ‘flow-tester’ op een van de olievelden van Upper Green River Valley.

Ondanks de strenge scheidslijn die Alexandra Fuller aanbrengt tussen feit en fictie, zou Colton zomaar een personage van Annie Proulx kunnen zijn. Ongetwijfeld zou Colton in haar versie rauwer en botter zijn geweest, maar als Proulx-held zou hij niet minder overtuigend de mythe van het wilde westen doorprikken.

Kijk maar naar haar bekendste verhaal uit het eerste deel van de Wyoming-trilogie, ’Brokeback Mountain’, waarin zij de onmogelijke liefdesgeschiedenis beschrijft tussen twee getrouwde cowboys. Het verhaal werd succesvol verfilmd, maar Proulx was maar half tevreden. Met het keurige accent van de acteurs was volgens haar meteen ook de anti-romantiek van de korte, vaak onbeholpen dialogen om zeep geholpen en daarmee de rauwe eenzaamheid (‘Í’m commutin four hours a day’) die het verhaal zo sterk maakt.

In het goed, maar iets te braaf vertaalde ’Goed zoals het is’ (’Fine Just The Way It’ klinkt heel wat onverschilliger) laat Proulx opnieuw weinig van de mythe heel: „Men denkt wel eens dat de pioniers die het land in kwamen, een lap grond kregen, een zwaar leven leidden, een stel kleine schooiertjes opvoedden en zo en ranchdynastie stichtten. Sommigen deden dat ook. Maar verreweg de meesten leefden kort en werden snel vergeten.”

Net als Fuller begint Proulx haar boek met een aangekondigde dood. We weten dus al dat Archie het niet gaat redden, als hij ver van huis op een ranch aan de oostgrens van Wyoming wat geld gaat verdienen om zijn in verwachting geraakte vriendin Rose te kunnen onderhouden. Tijdens de wintermaanden bezwijkt Archie onder het zware werk. Hij vat kou tijdens het vee drijven, krijgt longontsteking en overleeft de tocht naar huis niet. Met Rose loopt het nog slechter af. Ze bevalt van een kind dat niet levensvatbaar is en moet daarna toezien hoe het stoffelijk overschot wordt gevonden door de wolven. Zelf wordt ze later dood aangetroffen in het prairiezand.

En daar blijft het niet bij. Proulx beschrijft niet alleen de achterkant of onderkant van deze samenleving – de gelukszoekers, de overlevers – ze kaart ook de sociale misstanden aan waar het Fuller om begonnen is.

Aan de Britse krant The Guardian liet ze in 2004 weten gefascineerd te zijn door het beeld dat veel inwoners van Wyoming van zichzelf koesteren. „Ze voelen zich onafhankelijk vanwege de ongerepte omgeving waarin zij leven, maar hebben niet door dat alle macht in handen is van de voor hun onzichtbare bewoonde wereld. (*) Dat is opmerkelijk ironisch en heel verdrietig.” Die machteloosheid leidt tot een wrange onverschilligheid, soms zo erg, dat je er maar beter de absurditeit van kunt inzien. Bijvoorbeeld als een echtpaar op zoek naar een stukje land belazerd wordt, of als je leest hoeveel vernederingen de kansloze, weinig intelligente Dakotha moet slikken in het laatste verhaal ‘Tieten omhoog in een greppel’. Alles in het leven van het meisje loopt fout, tot op het slagveld in Irak toe. Het verhaal is zo verdrietig en absurd dat ik moest terugdenken aan het motto van het eerste deel van de cyclus: ‘Reality’s never been of much use out here’ (Je hebt hier niks aan de werkelijkheid).

Hoe groots en wild de natuur ook is, het leven in Wyoming is voor de meeste mensen een hel. Dat laatste vat Proulx letterlijk op: in twee verhalen (‘Ik heb dit altijd een geweldige plek gevonden’ en ‘Rottigheid in het moeras’) treffen we dialogen aan tussen de duivel, zijn secretaris en Charon, de poortwachter, die laat zien dat het verwaarloosde gebied nodig een opknapbeurt behoeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden