Korte afstand, groot probleem

De wind draait zoals een sporter presteert. Twee weken geleden typeerde Jan Bos zijn Canadese concurrent Jeremy Wotherspoon als een 'watje' omdat hij alleen maar in Calgary schaatst. Dan is het niet zo'n kunst om wereldrecords te breken, zei hij na het NK sprint.

Johan Woldendorp

De afgelopen week meende hij de bevestiging van die stelling te krijgen. Bos vond dat Wotherspoon er op de training in Seoul moe uitzag. Hij moest duidelijk wennen aan een voor hem onorthodoxe manier van sprinten. Op techniek zou hij het niet redden. Op de Taeneungpiste lag het werkijs dat voor Nederlanders is geschapen. De grip? Die was fenomenaal.

Voor Bos bestond er geen twijfel: ,,Ik ben een echte kampioenschapsrijder. Ik ben hier trouwens ook niet naar toe gekomen om weer tweede te worden.'' Wennemars profeteerde dat er drie Nederlanders bij de eerste vijf zouden eindigen, waarvan twee op het podium. Leeuwangh droomde over één, twee en drie na vier afstanden.

Het werd, achter de Canadezen Wotherspoon en Ireland en de Japanner Shimizu, vier, vijf en zes. Wotherspoon, hatelijk: ,,Je moet vooraf nooit laten blijken hoe goed je bent.''

Waar kopiëren een geliefde bezigheid is in de topsport -vooral als anderen het beter doen- hielden Bos en Wennemars een warm pleidooi om vaker op de Olympic Oval te trainen. Dat standpunt wordt door coach Peter Müller gedeeld. Het liefst zouden ze in Calgary gaan wonen. Is dat onhaalbaar, dan moet je er in de late herfst zeker anderhalve maand verblijven. ,,Sommigen willen dat niet'', zei Bos zonder namen te noemen, maar met een verwijtende blik richting Leeuwangh.

De wind was ineens 180 graden gedraaid. ,,Je gaat harder rijden door in Calgary te trainen'', wist Bos nu te vertellen. ,,Dan krijg je de meeste druk op je benen, waardoor je in iedere bocht op een andere baan snelheid kunt maken. Daarom was Wotherspoon hier in het voordeel.'' De grip op het ijs, dat was ook zoiets. ,,Het ijs was keihard, ik kreeg er totaal geen grip op.''

Bos, die vorig jaar zijn in 1998 behaalde mondiale titel verspeelde aan Wotherspoon, was overigens wel zo reëel om zijn magere vierde plaats primair aan eigen falen toe te schrijven. Eigenlijk was het na de eerste 500 meter al bekeken. Daarop verloor hij 0,43 seconde op de Canadees. Gisteren kwam daar bijna een halve seconde bij.

,,Wist ik zaterdag al dat de titel weg was, zondag kreeg ik toch de grootste klap. Het kampioenschap lag voor het grijpen, maar ik verprutste het gewoon.''

Bos scoorde wel twee 'winners' op de duizend meter, maar nam in beide gevallen te weinig afstand om zelfs aanspraak op de podiumplaats met de slechtste sociale status te maken.

De kortste afstand is al sinds jaar en dag de bottleneck van het Nederlandse sprinten. In de jaren tachtig excelleerden Lieuwe de Boer (brons op de Winterspelen van 1980) en Jan Ykema (zilver in '88) op de 500 meter. Van de huidige toppers stoelt Andrea Nuyt daarop haar prestaties. De Goudse, eigenlijk de enige echte sprinter in dit land, zag in Seoul een mooie klassering verloren gaan door een val op haar favoriete afstand. In combinatie met het zwakke presteren van Frouke Oonk kost Nederland dat zelfs een startplaats op het WK van 2001 in Inzell.

Bos, Wennemars en Leeuwangh kennen het dilemma als geen ander. De eeuwige roem voor een sprinter was dit weekeinde in Seoul te vergaren en ligt eind deze week niet in Nagano voor het oprapen. Bos cs weten ook dat ze hun 500 meter aanzienlijk moeten verbeteren, willen ze specialisten als Wotherspoon en Shimizu, die stilaan steeds betere kilometers rijden, voor blijven.

,,Ik zal me meer op de 500 moeten focussen,'' zegt Bos dan ook. ,,Ik ontkom er niet aan. In een niet-olympisch jaar is de WK sprint het belangrijkst.''

Bos is echter bang dat het sneller openen op de 500 meter hem op de langere afstanden gaan opbreken. ,,Ik wil niet het risico lopen dat mijn 1000 en 1500 er onder lijden. Dat is het mij niet waard.'' Wennemars denkt er in zijn hart precies eender over.

Leeuwangh, door de naweeën van een griepje onder zijn niveau, weet dat hij het helemaal niet van zijn kortste sprint moet hebben. Van de drie Nederlandse musketiers was hij vóór het WK sprint al meer gefixeerd op de afstandskampioenschappen. In de M-Wave laat hij de 500 meter schieten om zijn kansen op de 1000 en vooral de 1500 meter niet te verknallen.

Ook Müller leed. Zijn opmerking ,,we zijn de beste sprintploeg van de afgelopen drie jaar'' klonk te veel als doekje voor het bloeden, zijn prognose it's showtime in Nagano, verried de rasoptimist in de gevoelsmens. Vier maal goud (1000, 1500, 5000 en 10 000) acht hij reëel. Normaal gesproken zit hij daar hooguit 25 procent naast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden