Korsakov, en toch zelf de was doen

Korsakov-patiënten hebben een flink beschadigde 'bovenkamer'. Maar ze kunnen meer dan gedacht. De automatische piloot blijkt nog te werken.

Het is doodstil in de woonkamer, terwijl er toch vijf mensen zitten. Vijf zwijgende, roerloze gestaltes, al wipt één meneer steeds met zijn voet. Een mevrouw fixeert met haar blik de gebroken witte gordijnen. Intussen staart een magere man naar het scherm van de tv, die uit staat. Niemand heeft contact met iemand.

Zo kan Korsakov er uit zien, zegt psycholoog Erik Oudman (30) tijdens een rondleiding door Korsakovcentrum Slingedael in Rotterdam. Apathie is één van de symptomen van deze ernstige, blijvende hersenaandoening die het gevolg is van excessief alcoholgebruik. "Het is alsof deze mensen zichzelf niet meer kunnen aanzetten. Ze hebben moeite met het starten van gedrag."

Met een beetje pech zit een Korsakov-patiënt non-stop voor zich uit te staren. Woont hij nog in zijn eigen huis, dan vervuilt hij vreselijk omdat niemand de post opent, de afwas doet, de vuilnis wegbrengt of de douche aanzet. Vrienden heeft hij na zijn jarenlange drinkgelag meestal niet meer.

Gaat het thuis niet langer, dan belandt iemand met 'alcoholdementie', zoals het syndroom van Korsakov in de volksmond ook wel heet, in een gespecialiseerd centrum zoals Slingedael. Maar ook vaak in een verpleeghuis op een gesloten afdeling voor demente ouderen. Daar valt hij - want de Korsakov-patiënt is doorgaans een man tussen 50 en 60 jaar - helemaal niet op. "Hij kwijnt gewoon weg, hij vertoont gebrek aan gedrag. Dat is voor het personeel wel lekker rustig op een drukke zorgafdeling", zegt Oudman.

Toch is het beter als deze passieve mensen méér geactiveerd worden, vinden Oudman en enkele collega's, die zich bezighouden met Korsakov-onderzoek. Hij promoveert vandaag aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek rond de vragen: Wat kan de Korsakov-patiënt nog wél? Hoe krijg je hem in beweging?

Zijn promotieonderwerp past bij de brede trend in de gezondheidszorg: mensen moeten zo zelfredzaam zijn als maar mogelijk is. In zijn werk als afdelingspsycholoog merkt Oudman ook dat Korsakov-patiënten zelf gebaat zijn bij meer zelfstandigheid. Al was het maar omdat zij vaak niet door hebben dat zij vanwege een forse geheugenbeschadiging tot weinig meer in staat zijn. Ze hebben nauwelijks 'ziekte-inzicht', zoals dat heet in zorgjargon.

Dat komt doordat hun intelligentie en verbaal vermogen meestal wél intact zijn gebleven. "In het eerste contact kunnen ze heel gevat overkomen", zegt Oudman, "dan merk je niet dat ze ziek zijn. Ze denken zelf ook: 'Ik kan alles nog. Ik moet nog even kijken wat voor werk ik precies ga doen, maar binnenkort ga ik weer aan de slag'." Die kloof tussen zelfbeeld en werkelijkheid leidt tot veel frustraties. "Ze begrijpen vaak niet waarom ze hier zijn, ze zijn tegen hun zin opgesloten en willen bijna allemaal weer weg." Terwijl deze Rotterdamse kliniek een eindstation is: wie hier terechtkomt, is meestal te slecht om ooit nog min of meer zelfstandig te wonen.

Maar wat kunnen ze nog wel zelf? Meer dan tot nog toe werd aangenomen?

Daar lijkt het wel op. Voor zijn proefschrift liet Oudman bewoners van Slingedael onder meer een heel precieze instructie volgen, waarin de werking van een wasmachine stap voor stap wordt uitgelegd: druk eerst op 'start', dan op 'open', doe de was in de trommel, doe de deur weer dicht. Na acht keer oefenen konden ze het allemaal beter dan de eerste keer. En de handigheid beklijfde: een maand na de training konden ze nog steeds even goed met het apparaat overweg. Ongeveer de helft van de deelnemers draait inmiddels geheel zelfstandig een wasje, de anderen hebben nog wel wat hulp nodig, bijvoorbeeld bij het kiezen van het juiste wasprogramma.

Ook uit een ander experiment, waarbij bewoners een eenmaal afgelegde route opnieuw moesten lopen, bleek dat zij nog wel iets nieuws kunnen leren. Hun bewuste geheugen is en blijft kapot, vraag ze niet wat ze gisteravond aten of wie de koning is van Nederland, maar de automatische piloot doet het nog wél, zo luidt de conclusie van Oudmans proefschrift.

Het vormt de nieuwe, wetenschappelijke basis onder een activerende aanpak die in enkele Korsakov-centra al in de praktijk wordt gebracht. In Slingedael hebben de bewoners huishoudelijke taken: tafels dekken en afruimen, de vaatwasser vullen en legen, koffie zetten, en sommigen doen nu dus ook hun eigen was.

Onder wie ook één van die roerloze gestaltes uit de woonkamer, vertelt Oudman. De man die nu in de verte staart, maakt op het afgesproken tijdstip en uit eigener beweging de wandeling naar de wasmachine. Verhoogt dit nu ook zijn welzijn? Kunnen Korsakov-patiënten die iets van hun autonomie terugwinnen, zich makkelijker verzoenen met hun verblijf in de kliniek? Het is niet onderzocht, maar Oudman denkt van wel. "Het licht is nog niet uit bij deze mensen, ze hebben externe prikkels nodig."

'Geen idee waarom ik mezelf gek gezopen heb'

Met zijn armen vol tatoeages ziet Goris van Rooijen (67) eruit als een zeeman, maar hij heeft altijd in meubelmagazijnen gewerkt. Die tattoos zijn herinneringen aan dronken jaren, vertelt hij in zijn kamer in het Slingedaelcentrum in Rotterdam. "Als ik wat op had, dan had ik daar wel zin in. Dan voel je de naald minder."

Goris is één van de circa 10.000 Korsakov-patiënten die Nederland telt. Hij weet zelf eigenlijk niet goed waarom hij zichzelf 'gek gezopen' heeft, zoals hij dat recht voor z'n raap zegt. "Ik heb het altijd goed gehad, ben in mijn jeugd verwend, kreeg met achttien jaar een gloednieuwe Puch. En toch zit ik hier."

Waarom hij sinds 2007 in een instelling woont en niet meer op zichzelf, snapt Goris wel. "Ik heb schade in de bovenkamer. En ik zit vast aan de drank. Als ik wegga, ga ik weer drinken. Als je jezelf wilt beschermen, moet je hier blijven." Al twijfelt hij nog wel over de diagnose 'Korsakov'; hij liet zich al drie keer door de psycholoog testen. "Omdat ik nog zo goed functioneer."

Deze hartelijke Rotterdammer deed mee aan het wasmachineproject, waarbij hij leerde om zelf zijn was te draaien. Dat hij ook nog wat andere taken heeft, de vaatwasser inruimen bijvoorbeeld, vindt hij logisch: "Je eet hier, je slaapt hier, dan mag je wel wat terugdoen." Soms denkt het personeel dat hij eronderuit probeert te komen, maar dat is niet zo, bezweert hij, alleen kan hij zijn taken niet altijd onthouden. "Ik ga vaak kijken op die lijsten met corvee."

Leven in een instelling, ach, het gaat best, vindt Goris. "Ik heb hier m'n eigen spulletjes. Maar je wordt wel strakgehouden, je zit hier wel met beperkingen." Hij zou vaker naar buiten willen met zijn scootmobiel, daar oefent hij ook voor samen met de ergotherapeut. Maar hij beperkt zichzelf ook, denkt Goris. "Dan heb ik geen zin, het is net of het initiatief eraf is. Misschien omdat je toch afhankelijk bent van hier."

Goris van Rooijen woont in Slingedael. 'Als ik wegga, ga ik weer drinken. Als je jezelf wilt beschermen, moet je hier blijven.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden